Spreekwoorden met `het har`

Zoek

30 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het har`

  1. bitter in de mond maakt het hart gezond (=ook wat minder aangenaam is, kan gezond of goed zijn)
  2. een pak van het hart (=een grote opluchting)
  3. heb het hart eens (=heb de moed om dat te doen. (Eigenlijk: als je dat doet, zal ik je ongenadig straffen))
  4. het harde woord moet eruit (=het onaangename moet gezegd worden)
  5. het harnas aantrekken (=ten strijde trekken)
  6. het hart ergens aan ophalen (=ergens van genieten)
  7. het hart hoog dragen (=erg trots zijn)
  8. het hart in de schoenen zinken (=alle moed en hoop verliezen om problemen op te lossen)
  9. het hart op de goede plaats hebben (=een oprecht en menslievend karakter hebben)
  10. het hart op de lippen hebben (=over zijn emoties durven praten - alles zeggen wat men denkt)
  11. het hart op de rechte plaats hebben (=eerlijk zijn)
  12. het hart op de tong dragen (=direct zeggen wat iemand denkt, ongeacht of dat slim is of niet)
  13. het hart op de tong hebben. (=zeggen wat je er van vindt)
  14. het hart zinkt hem in de schoenen (=hij verliest alle moed)
  15. hoe hoger het hart, hoe lager de ziel (uit het Fries) (=hoogmoed is het kenmerk van een dwaas)
  16. holle vaten bommen/klinken het hardst (=wie er het minste verstand van heeft, verkondigt het luidst zijn mening)
  17. holle vaten klinken het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
  18. iemand tegen zich in het harnas jagen (=iemand door eigen toedoen boos maken)
  19. iets na aan het hart hebben liggen (=er erg mee begaan zijn)
  20. iets op het hart hebben (=iets te vertellen hebben)
  21. ijdele tonnen rollen het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
  22. in het harnas steken (=woedend zijn)
  23. met de hand op het hart (=eerlijk en gemeend)
  24. om het hart slaan (=schrik bezorgen)
  25. op het hart binden (=met de grootste nadruk zeggen)
  26. op het hart drukken (=met de grootste nadruk zeggen)
  27. uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
  28. uit het zicht, uit het hart (=wanneer iets niet meer zichtbaar is, wordt het vaak vergeten.)
  29. waar het hart vol van is, loopt/vloeit/stroomt de mond van over (=waar men heel erg mee bezig is, daar wil men over praten)
  30. wat het oog niet ziet, wat het hart niet deert (=wat je niet ziet en niet weet heb je ook geen last)

3 betekenissen bevatten `het har`

  1. geld verzoet de arbeid (=geld dat je krijgt maakt het harde vervelende werk weer goed)
  2. lege vaten klinken het holst (=zij die er niets over weten, roepen het hardst)
  3. blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)

Eén dialectgezegde bevat `het har`

  1. Dat komp an de wortel (=Als het har regent, het komt hard aan) (Giethoorns)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen