Spreekwoorden met `heid`

Zoek

44 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `heid`

  1. aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
  2. al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt haar wel (=leugens komen altijd uit)
  3. alle gekheid op een stokje (=maar nu liever ernstig)
  4. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (=drank verdringt gezond verstand)
  5. als het bier is in de man dan is de wijsheid in de kan (=van dronkaards verwacht men geen verstandige woorden)
  6. bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
  7. dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
  8. de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
  9. de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
  10. de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
  11. de gelegenheid te baat nemen (=van de gelegenheid gebruik maken)
  12. de schapen van de bokken scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
  13. de waarheid in pacht hebben (=denken de enige te zijn die de waarheid kent of vertelt)
  14. de wijsheid in pacht hebben (=erg verstandig zijn of althans doen alsof)
  15. een boterham met tevredenheid (=een (droge) boterham (zonder beleg))
  16. één uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
  17. een waarheid als een koe (=iets totaal vanzelfsprekends)
  18. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  19. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  20. heden in hoogheid verheven morgen onder de aarde (=vandaag nog heel belangrijk, maar morgen misschien al dood)
  21. het kaf van het koren scheiden (=het waardevolle van het waardeloze scheiden)
  22. ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
  23. iedere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
  24. iemand ongezouten de waarheid zeggen (=onverbloemd de waarheid zeggen, eerlijk zeggen waar het op staat)
  25. iets beneden zijn waardigheid achten (=iets niet willen doen omdat men vindt dat men een betere taak waard is)
  26. in een geur van heiligheid (=uiterst godvruchtig)
  27. je ziel en zaligheid verkopen (=absoluut alles opofferen)
  28. je ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen)
  29. kinderen en dronkaards spreken de waarheid (=ze zeggen wat ze vinden, ze zijn ongeremd)
  30. ledigheid is des duivels oorkussen (=niets te doen hebben leidt tot misdaden)
  31. meer geluk dan wijsheid. (=dat was geluk hebben.)
  32. met blindheid geslagen zijn (=verblind zijn, volkomen gebrek hebben aan inzicht)
  33. met stomheid geslagen (=plotseling geen woord meer kunnen zeggen)
  34. nattigheid voelen (=merken dat er iets niet klopt of iets niet goed gevonden wordt)
  35. schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
  36. tot de jaren des onderscheids komen (=oud genoeg zijn om zelf te weten/mogen wat wel en niet mag)
  37. van eeuwigheid tot amen duren (=iets duurt heel erg lang, er komt maar geen einde aan)
  38. voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
  39. voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
  40. waarheid met de slag om de arm (=een waarheid die vele facetten kent)
  41. wie gekheid zaait zal dwaasheid oogsten. (=als je ongebruikelijke dingen doet krijg je ook ongebruikelijke resultaten)
  42. zelfkennis is het begin van alle wijsheid (=men moet eerst zichzelf kennen om verdere kennis te kunnen verwerven)
  43. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
  44. zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)

135 betekenissen bevatten `heid`

  1. lieg ik, dan lieg ik in commissie (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
  2. men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  3. op je laatste benen lopen (=bijna niet meer kunnen van vermoeidheid)
  4. als Hollands welvaren (=blakend van gezondheid)
  5. de ogen verblinden (=blind maken voor de waarheid)
  6. dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
  7. uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
  8. je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
  9. de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
  10. de rokende vlaswiek niet uitblussen (=de ijverigheid niet doven)
  11. iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en dood en welbevinden)
  12. ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
  13. een deksel op de kop hebben (=de verantwoordelijkheid voor iets nemen)
  14. aan banden leggen (=de vrijheid beperken)
  15. olie drijft boven (=de waarheid komt aan het licht)
  16. alles komt uit al moesten de kraaien het uitbrengen (=de waarheid komt altijd uit)
  17. de raven zullen het uitbrengen (=de waarheid komt hoe dan ook aan het licht)
  18. er geen doekjes om winden (=de waarheid onverbloemd vertellen)
  19. een draai aan iets geven (=de waarheid verdraaien)
  20. de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid zal aan het licht komen)
  21. de waarheid in pacht hebben (=denken de enige te zijn die de waarheid kent of vertelt)
  22. met de wolven (in het bos) huilen (=doen wat de meerderheid doet)
  23. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  24. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  25. het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  26. liefde is blind (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  27. alle vrijers zijn rijk. (=door verliefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)
  28. de oren wassen (=duchtig ervan langs geven, de waarheid zeggen)
  29. paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is)
  30. een klein lek doet een groot schip zinken (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)
  31. eet vis, als er vis is. (=een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  32. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  33. een visje verschalken (=een kleinigheid meepikken)
  34. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  35. eerlijk duurt het langst (=een leugen komt op den duur altijd uit, maar de waarheid blijft altijd waar)
  36. één uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
  37. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  38. een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
  39. een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
  40. een broodje aap (=een verzonnen verhaal dat als waarheid wordt verspreid.)
  41. waarheid met de slag om de arm (=een waarheid die vele facetten kent)
  42. de rechte weg is de beste (=eerlijkheid loont)
  43. de wind niet door de hekken laten waaien (=elke gelegenheid te baat nemen)
  44. het is daar altijd elf ogen. (=er is daar altijd onenigheid.)
  45. iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
  46. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  47. waar de klok luidt, daar is een kapel. (=geruchten hebben vaak een kern van waarheid)
  48. als het varken zat is, gooit het de bak om. (=gezegd als iemand geen dankbaarheid toont)
  49. aardewerk is geen paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  50. gouden handdruk (=grote afscheidspremie)

4 dialectgezegden bevatten `heid`

  1. Aa heid oeresjans gat (=Hij heeft heel veel geluk gehad) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  2. De heid reuberzoad in der kop. (=Die heeft stroo in zijn hoofd) (Nuths)
  3. heid ier nie te piep'n (=je hebt hier niks te zeggen) (Roeselaars)
  4. jie heid glad geen klute (=je hebt geen verstand) (Zeeuws)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen