Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

Eén spreekwoord bevat `hag`

  1. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)

Eén betekenis bevat `hag`

  1. het regent bakstenen (=gezegd van een hevige hagelbui)

Het dialectenwoordenboek kent 7 spreekwoorden met `hag`

  1. Overijses: den hoegoed (=de hagaard)
  2. Waalwijks: ''...hij hagget nie briejid'' (=afzien)
  3. Munsterbilzen - Minsters: iemes de hand boëve de kop hage (=iemand beschermen)
  4. Drents: Hej eind november hagel en snei, dan is december nabij. (=Weerspreuk)
  5. Betuws: da ge nie kepot hagelt (=bekijk het maar)
  6. Tilburgs: hòj et bèm Jao, hij hagget in zene zak. (=had hij het bij zich Ja, hij had het in zijn zak.)
  7. Haags: Ik breek je allebé je potûh, Ik trap je darme op een hoap, ik zuig je een aug uit, kruip in je reet en bét een stuk uit je hagt. (=Jij bent nog niet jarig)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen