Spreekwoorden met `groep`

Zoek

Eén spreekwoord bevat `groep`

  1. iets in de groep gooien (=iets in een groep bespreken)

8 betekenissen bevatten `groep`

  1. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  2. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  3. de wind waait uit die hoek (=een mening van iemand uit een bepaalde groep/partij)
  4. een schurftig schaap steekt de hele kudde aan (=een slechte persoon in een groep, maakt de hele groep slecht)
  5. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  6. iets in de groep gooien (=iets in een groep bespreken)
  7. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  8. in het hoekje zitten waar de slagen vallen (=zich in een groep bevinden die altijd het moeilijk heeft of problemen krijgt)

20 dialectgezegden bevatten `groep`

  1. 't beste peerd van staal (=de beste van de groep) (Westerkwartiers)
  2. ' n rekke koereurs (=een groep renners) (Overmeers)
  3. bende van kartoesj (=samenzweerderige groep) (Diesters)
  4. da's 'n vremde eend ien 'e sloot (=die past helemaal niet bij de groep) (Westerkwartiers)
  5. dae veugtj zich flot (=hij wordt snel binnen een groep geaccepteerd; hij is gemakkelijk in de omgang) (Heitsers)
  6. Dao kump de bende van kartoesj. (=Daar komt een groep kwajongens aan.) (Roermonds)
  7. de bende Verstuyft [beruchte bende na WOI] (=een drukke groep mannen) (Wichels)
  8. De heule Mikmaeck ( de hele mikmak) (=Alles tegelijk- De hele boel- Iedereen , de hele groep) (Utrechts)
  9. De hieële zjwiek (=De hele groep) (Nunûms)
  10. De kluit belazeren (=Een grote groep mensen bedonderen) (Amsterdams)
  11. die hemm'm de overhaand (=die groep is in de meerderheid) (Westerkwartiers)
  12. een kudde schoap'm zunner herder (=een groep mensen zonder leider) (Westerkwartiers)
  13. één op sleeptouw nemm' n (=iemand in de groep meetrekken) (Westerkwartiers)
  14. hij ston d'r bij veur Piet Snöt (=hij mocht niet meedoen met de groep) (Westerkwartiers)
  15. ien ' e paas loop' n (=normaal met de groep meedoen) (Westerkwartiers)
  16. Ik zou er met liefde een mittrailleur over halen/ Ik zou er zo een mittrailleur over willen halen (=Ik ben zo klaar met die (groep, etters , politici, etc etc) ( je hekel uitspreken over een groep of persoon)) (Utrechts)
  17. krot en kompanie (=armtierige groep) (Meers)
  18. oep dən ánk zittə (=niet aanvaard worden in een groep) (Kalforts)
  19. op tram 6 zitte (=bij de groep van 60 jarigen behoren) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. vurrop lopen (=hij loopt ver vooruit op de groep) (Sint-Niklaas)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen