Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `groen`

  1. aan de groene tafel zitten (=bestuurslid zijn)
  2. bij de buren is het gras altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  3. buurmans gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  4. een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
  5. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  6. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  7. gezien worden als een rotte appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
  8. groen en geel voor de ogen worden (=duizelen en/of erg van schrikken)
  9. groen zien van jaloezie (=heel jaloers zijn)
  10. het gras is altijd groener bij de buren (=er is altijd iets te vinden om jaloers op te zijn)
  11. je groen en geel ergeren (=je heel erg ergeren aan iets of iemand)
  12. onder de (groene) zoden stoppen (=iemand begraven)
  13. onder de groene zoden liggen (=begraven zijn)
  14. zijn koren/korentje groen eten (=zich geen zorgen maken om de toekomst, niet sparen. )

2 betekenissen bevatten `groen`

  1. een groentje zijn (=(ook: groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
  2. semper virens (=altijd groen)

Het dialectenwoordenboek kent 19 spreekwoorden met `groen`

  1. Mestreechs: ut mooswief verkoch poor, wortele, blomkuul, kellever, unne, slaoj, eerappele en aander greunte. (=het groentevrouwtje verkocht prei, wortels, bloemkool, kervel, uien, sla, aardappels en andere groentes.)
  2. Achterhoeks: Sodom en Gomorra (=groenlo en Lichtenvoorde)
  3. Valkenswaards: Op 'n aander is unne boterham altij lekkerde dan thuis (=Het is altijd groener aan de overkant)
  4. Opglabbeeks: des's liech biej de groend (=dat is gemeen)
  5. Koersels: legumme sterrelizeere (=inmaken van groenten)
  6. Bilzers: tgroës és griener on den iëverkant, mér daaj moeten der ook viël vür doen (=aan de overkant is het gras wel groener, maar...)
  7. Booms: 't gès is grien (=het gras is groen)
  8. Bilzers: Aste onder de pinnekesdroëd dürkrups, moeste oplette vür de stroom en de pinnekes (=het gras aan de overkant is altijd groener)
  9. Duffels: pauling in 't gruun (=paling in't groen)
  10. Mechels (BE): 't is greun aat (='t is groen hout)
  11. Booms: In de pitte van Rimst zitte grien vesse (=In de (klei)putten van Rumst zitten groene (kik)vorsen)
  12. Munsterbilzen - Minsters: iërappel raech autte grond, zinnen lekkernaaj èn de mond (=vers fruit en verse groenten geven de beste smaak)
  13. Lopiks: ff naar de mazzel (=naar t groene hart gaan)
  14. Culemborgs: De putjies vannet toffeltie greun varreve (=De pootjes van het tafeltje groen verven)
  15. Fries: boeter brea en griene tsies wie dat net sizze kin is gjin oprjuchte fries (=boter brood en groene kaas wie dat niet kan zeggen is geen oprechte fries)
  16. Waregems: no te groene an oy pompoene (=nog niet volwassen)
  17. Booms: Wit zen de miere, grien de blaffetiere, zwet zen de poape die in 't kapelleke sloape. (=Wit zijn de muren, groen de luiken, zwart de paters die in het kapelleke slapen)
  18. Fries: bûter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries. (=boter, roggebrood en groene kaas, wie dat niet zeggen kan is geen oprechte Fries)
  19. Heusdens: gudder ne de mert,chmoet nog grune koel en e bitske poor hemme veur men sop (=ga je naar de markt,ik moet nog groene kool hebben en een beetje prei voor mijn soep)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen