Spreekwoorden met `gee`

Zoek


300 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gee`

  1. aal is geen paling (=het mindere is niet gelijk aan het meerdere)
  2. aan een klein vogeltje past geen grote bek. (=kinderen moeten gehoorzamen)
  3. aan mijn lijf geen polonaise (=van mij moet je afblijven)
  4. aardewerk is geen paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  5. alle dagen geen vetpot zijn (=er is armoede)
  6. alle havens schutten geen wind (=niet alles levert een voordeel op)
  7. alle hout is geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
  8. alle molenaars zijn geen dieven (=scheer niet iedereen over dezelfde kam)
  9. alle scheuten zijn geen rozen. (=uiterlijk bedriegt; niet alles is van hoge kwaliteit.)
  10. alle vis is geen bakvis (=niet alles is even dienstig (of handelbaar of lekker))
  11. allemans neus is geen kapstok. (=je moet niet alles aan iedereen vertellen.)
  12. als het geen broertje is dan is het een zusje. (=het is één of het ander)
  13. als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je iemand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp)
  14. ambt geeft verstand. (=een baan gekregen hebben zonder er iets van af te weten)
  15. bederf geen pannenkoek om een ei (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
  16. bederf geen struif om een ei (=je moet het geheel niet afkeuren voor één gebrek)
  17. beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
  18. bij eigen zin is geen gewin. (=eigenwijs zijn is niet goed)
  19. bijna is nog niet half en een koe is nog geen kalf (=iets bijna hebben is hetzelfde als iets helemaal niet hebben)
  20. borgen is geen kwijtschelden (=uitstel is geen afstel)
  21. bouw geen molen om een bak zaad (=voor een kleinigheid moet men teveel moeite doen.)
  22. daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
  23. daar helpt geen lievemoederen/moedertje lief aan (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
  24. daar is geen oogje vet meer op (=dat is niet veel meer waard)
  25. daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
  26. daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
  27. daar lusten de honden geen brood van. (=het is volstrekt onacceptabel)
  28. dat geeft de burger moed (=dat doet goed)
  29. dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  30. dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
  31. dat is nog geen haaienvin waard (=waardeloos)
  32. dat is ook geen heksen (=dat is wel heel gemakkelijk)
  33. dat snijdt geen hout (=dat heeft er niets mee te maken; het bewijst niets)
  34. dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
  35. dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  36. de dood kent geen lieve kinderen (=ieder moet sterven)
  37. de geest is gewillig maar het vlees is zwak. (=geef niet toe aan verboden verleidingen)
  38. de geest is uit de fles (=dit is niet meer controleerbaar)
  39. de tijd kent geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
  40. een blind paard zou er geen schade doen (=een armoedig interieur)
  41. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  42. een doodshemd heeft geen zakken. (=je hebt niets aan je geld als je dood bent)
  43. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  44. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
  45. een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)
  46. een goed paard maakt nog geen goede ruiter. (=niet enkel de middelen tellen, ook de vaardigheid is belangrijk om resultaat te krijgen.)
  47. een gouden zadel maakt geen ezel tot paard. (=een mens verandert niet door uiterlijkheden)
  48. een mens is geen aardappel (=iedereen heeft zo nu en dan behoefte aan ontspanning)
  49. een natte mei geeft boter in de wei (=weerspreuk)
  50. een rollende steen vergaart geen mos. (=voortdurende verandering werpen vaak geen vruchten af)

235 betekenissen bevatten `gee`

  1. een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
  2. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  3. het leven is meer dan eten en drinken. (=alleen eten en drinken vult geen leven.)
  4. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  5. als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
  6. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  7. als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, vergeet men de helpers)
  8. wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit negeert, ben je niet bewust van wat er werkelijk gaande is.)
  9. laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  10. gedeeld geheim, verloren geheim. (=als je een geheim doorvertelt is het geen geheim meer)
  11. wie niet wil, die niet zal (=als je geen interesse hebt, moet je er ook geen deel van uitmaken)
  12. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  13. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  14. wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft (=als je zoveel geeft zoveel je kunt, dan kan niemand je iets verwijten)
  15. iemand in de buik straffen. (=als straf geen eten geven.)
  16. april doet wat hij wil (=april geeft onvoorspelbaar weer)
  17. elk heeft genoeg in eigen tuin te wieden. (=bekritiseer geen anderen als je zelf niet perfect bent)
  18. de grond onder zich voelen wegzinken (=beschaamd zijn , geen oplossing meer zien)
  19. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  20. dan zijn we nergens (=dan is er geen oplossing)
  21. dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  22. dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
  23. lach als je begraven wordt (=dat is geen reden om te lachen)
  24. dat raakt kant noch wal (=dat is geen zinnig argument)
  25. dat komt als mosterd na de maaltijd (=dat komt op een moment dat het geen nut meer heeft)
  26. ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
  27. een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
  28. voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
  29. de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  30. je handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft)
  31. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  32. boeren en varkens worden knorrend vet (=een boer die klaagt heeft daar wellicht geen reden toe)
  33. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  34. de mens zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
  35. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  36. nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  37. op dood spoor zitten (=een situatie waarin er geen vooruitgang of hoop is)
  38. donkere morgens mooie dagen. (=een slecht begin hoeft geen mislukking te zijn)
  39. uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen praten geen kwaad)
  40. niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico`s nemen)
  41. iets laten zwemmen (=er geen aandacht meer aan besteden)
  42. er niet van terug hebben (=er geen antwoord op weten)
  43. er geen kind aan hebben (=er geen last mee hebben)
  44. een hard hoofd in iets hebben (=er geen oplossing in zien)
  45. er geen gat in zien (=er geen oplossing meer voor zien)
  46. er geen kaas van hebben gegeten (=er geen verstand van hebben)
  47. er verstand van hebben als een kraai van een zaterdag (=er geen verstand van hebben)
  48. er geen heil in zien (=er geen voordeel in zien)
  49. het niet begrepen hebben op (=er geen zin in hebben - liever niet hebben)
  50. hartzeer van iets hebben (=er geestelijk onder lijden)

50 dialectgezegden bevatten `gee`

  1. 't es allemoeël geë hoeërsnaaje (='t is niet gemakkelijk) (Bilzers)
  2. 't ka géé koat (=het is niet erg) (Sint-Niklaas)
  3. a gebreike èn iehre haage ès gee teeke van aermoei. (=oude gebruiken in ere houden is geen teken van armoede) (Genker)
  4. As n aa sjier én brand slig, ester gee blësse mei on (=Hoe ouder hoe gekker!) (Bilzers)
  5. baeter een vlieg èn de sop, dan heilegans gee vlees (=excuseer voor die vlieg in de soep!) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. da frit gee braud (=tijd genoeg) (Bilzers)
  7. da frit gee braud (=er is geen haast bij) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. da koejnde gèè oech ni parremetijre (=dat kan jij je niet veroorloven) (Wommersoms)
  9. das gee ketsje vêr zonder haase aon te pakke (=een kat in 't nauw maakt soms rare bokkesprongen) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. das gee klee bier (=dat is geen kleinigheid) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. das gee werk (=dat is gen manier van doen) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. das nog gee been gebroeëke (='t kon veel erger) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. dat (fr-) it gee braud (=er is geen haast bij) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. dat frit gee braud (=dat is niet dringend) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. dat frit gee braut (=dat is niet zo dringend) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. dat it gee braud (=er is geen haast bij) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. dat it géë braut, zinne! pak zenen tijd mèr (=dat moet niet onmiddellijk, hoor!) (Bilzers)
  18. de bèd baeter daud aste gee laeve mei hëbs (=er is leven na de dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. de bès gee graut lich (=jij bent geen stichtend voorbeeld) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. de kraai (g) ster gee gebenedijd woëd aut (=er klomt niets (goed) uit zijn mond) (Bilzers)
  21. der ès gee baeter laeve as e goed laeve (=ik heb het goed getroffen) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. doë doog gee spier op zëne kop (=hij is door en door slecht) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. doë ès gee kraud tiëge gewasse (=daar kun je niets tegen beginnen) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. doë ès gee lievemoederen aon (=aan die heb je niets te zeggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. doë ès gee moederke lieve aon (=daar helpt niets tegen) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. doë ès gee vrooke zoe erm of ze mok mèt lichmës hër pennëke werm (=op 2 februari, olv-lichtmis, is het traditie om pannenkoeken te bakken) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. doë gaef ich gee knepke viër (=dat is waardeloos) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. doë gaef ich nog gee knépke aoên (=(dat) die is geen cent waard) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. Doë kan gee kêtsje gegeeseld wiëne of hae moet ze peitsje vashaage. (=Hij moeit zich met alles.) (Bilzers)
  30. doë moeste gee graos lette iëver wasse (=die kans mag je niet laten varen) (Bilzers)
  31. doeë ès ook gee vèt aon te krijge (=die wordt geen centimeter dikker!) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. e bitsje zot doen kan nog altijd gee kaud (=op tijd en stond moet je je kunnen ontspannen) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. ge gee vele (=je geeft veel) (Gents)
  34. gee beater vrundje es ' t eege mundje (=geen beter vriendje dan het eigen mondje) (Heerlens)
  35. gee geja-mér (=geen excuses) (Bilzers)
  36. gee gliek, gee gliek en een ende toe (=je hebt gelijk) (kortemarks)
  37. gee grieëzelke hieësene (=zelfs niet een beetje verstand!) (Munsterbilzen - Minsters)
  38. gèe knepke wjad zie (=geen duit waard zijn) (Vlijtingens)
  39. gee loëd bouzjiëre (=helemaal niet bewegen) (Munsterbilzen - Minsters)
  40. gée moar gazze (poer) . (=laat u maar eens gaan) (Waregems)
  41. gee nouts ès goed nouts (=geen nieuws is goed nieuws) (Genker)
  42. gee ów toe doeë. (WT) (=De slaap niet vatten) (Mechels (NL))
  43. gee tied genoeg voe te rustn oaj doîd zyt (=werk maar verder) (Lichtervelds)
  44. gee vroo zoe erm of ze mok hër pennëke werm (=een pannenkoekje kan er altijd af) (Munsterbilzen - Minsters)
  45. gee waer vür nen hond dër te jaoge (=slecht weer) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. gee waer vürnen hond dür te jaoge (=barslecht weer) (Bilzers)
  47. gee woëd mei on vaul maoke (=niet meer over praten) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. gee woëd on vaul maoke (=niets over zeggen) (Bilzers)
  49. Gèè zet nowgal ne kiejeverejer (=jij eet te traag, je bent een slechte eter) (Wommersoms)
  50. gee zittend gat ein (=niet lang op zelfde plaats of stil kunnen zitten) (Sint-Niklaas)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen