Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gang`

  1. het gaat zo zijn gangetje (=het verloopt rustig, zonder ups en downs)
  2. ijskoud zijn gang gaan (=zich nergens van aantrekken)
  3. kromme gangen gaan (=omwegen maken, oneerlijk zijn)
  4. onze Lieve Heer heeft rare/vreemde kostgangers (=er bestaan nu eenmaal merkwaardige mensen)

20 betekenissen bevatten `gang`

  1. uit de boot vallen (=een eigen gang gaan)
  2. met hem kun je gaan vissen (=een prettig persoon in de omgang)
  3. het ijs breken / het ijs is gebroken (=een vriendelijk gesprek op gang brengen na een kil begin)
  4. er koksgast van blijven (=er niets van krijgen , er geen vooruitgang mee maken)
  5. ergens werk van maken (=ergens mee aan de gang gaan)
  6. een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
  7. pas op de plaats maken (=geen voortgang maken. Geen groei of ontwikkeling doormaken)
  8. altijd de oude knecht blijven (=geen vorderingen maken (ook geen achteruitgang))
  9. Wortelen doet `t gat bortelen. (=Het eten van wortelen bevordert de stoelgang.)
  10. in iemands kielzog varen (=het net zo doen als iemands voorganger)
  11. leven en laten leven (=iemand of iets z'n gang laten gaan en niet mee bemoeien)
  12. Iemand de vrije teugel laten. (=Iemand zijn eigen gang laten gaan)
  13. op staande voet (=met onmiddellijke ingang)
  14. met kunst- en vliegwerk (=niet volgens de normale gang van zaken)
  15. de baard in de keel hebben (=overgang van kinderstem naar volwassen stem)
  16. tegen de stroom oproeien (=tegen de gangbare opinie in gaan)
  17. met hoge heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)
  18. op een gladde baan/weg zijn (=zijn ondergang tegemoet gaan)
  19. zoals het raait en draait (=zoals het zijn gangetje gaat)
  20. zoals het reilt en zeilt (=zoals het zijn gangetje gaat)

Het dialectenwoordenboek kent 25 spreekwoorden met `gang`

  1. Westerkwartiers: da's hier niet gangboar (=dat is hier niet gebruikelijk)
  2. Sint-Niklaas: op den trot zijn (=op gang zijn)
  3. leuvens: Zenne goebbe gon (=Zijn gang gaan)
  4. Twents: doar hoal ik mich nig gangs met (=dat doe ik niet!)
  5. Westerkwartiers: 't komt goed op glee (=het komt goed op gang)
  6. Nieuw-vossemeers: laot die mar schuive (=laat hem zijn gang maar gaan)
  7. Westerkwartiers: loat ze moar geword'n (=laat ze hun gang maar gaan)
  8. Westfries: dàt deed ik. (=doe maar, ga je gang!)
  9. Westfries: die het met jou nôdig hillegaar nìks! (=die gaat volledig zijn eigen gang)
  10. Munsterbilzen - Minsters: lotte gewieëne (=zijn gang laten gaan)
  11. Lunters: d'r mit een goeie gang v'rbiesnuve (=er hard voorbijrijden)
  12. Lebbeeks: mèmme: Ei èit te lank aun de mèmme gangen (=Over iemands wiens binnenlip erg zichtbaar is)
  13. Walshoutems: laut het mar potkeire (=Laat het maar zijn gang goaan)
  14. Westerkwartiers: loat heur moar geword'n (=laat haar d'r gang maar gaan)
  15. Westerkwartiers: hij scharrelt mooi wat deur (=hij gaat mooi rustig zijn gang)
  16. Roosendaals: ouwet gaonde (=aan de gang houden)
  17. Westerkwartiers: nou benn'n de druuv'm zuur (=nu heb je het gedonder aan de gang)
  18. Sint-Niklaas: iets loate(n) betijn (=iets zijn gang laten gaan zonder in te grijpen)
  19. Lebbeeks: oepen: Let 'n 't mau oepen en toepen (=Laat het zijn gang maar gaan, laat het maar op zijn beloop)
  20. Tilburgs: Meej gang! (=En snel een beetje)
  21. Moes: wij gaun nogga ne gang jong (=goed bezig zijn)
  22. Mestreechs: laot häöm mèr gewere (=laat hem maar z'n gang gaan)
  23. Genneps: loat hum mér gewerre (=laat hem zijn gang maar gaan)
  24. Lopiks: kijk maar effe (=ga je gang maar / bekijk het / doe je best / doe je ding)
  25. Steins: Laot oos mèr gewaere (=laat ons onze gang maar gaan)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen