Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


349 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `der`

  1. (vaak toegeschreven aan Erasmus, maar komt iets anders al voor in de Griekse klassieken.) (=)
  2. aan het andere eind van de wereld (=heel ver weg)
  3. allemans vriend is iedermans nar (=je kan niet voor iedereen goed doen)
  4. als bliksemafleider fungeren (=iemand die of iets dat de boze bui van iemand kan afleiden)
  5. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit.)
  6. als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  7. als de herder verdwaalt dolen de schapen. (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  8. als door een adder gebeten zijn. (=opeens fel reageren.)
  9. als een blad van een bloom veranderen/omkeren (=geheel anders zijn, geheel anders gaan gedragen)
  10. als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
  11. als een kip zonder kop (=zonder beraad, onbesuisd)
  12. als een snoek op zolder (=totaal uit zijn element)
  13. als een vlag op een modderschuit (=dat is veel te mooi voor die situatie.)
  14. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=een derde profiteert van de ruzie van twee anderen)
  15. andere heren andere wetten (=nieuwe bazen willen nieuwe regels)
  16. anderhalve man en een paardekop. (=weinig aanwezigen)
  17. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  18. andermans veren (=iets van een ander (andermans eer))
  19. arbeider in de wijngaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
  20. belofte is een hemd der dwazen. (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk gelukkig maken.)
  21. beter rapen aan eigen dis dan elders vlees of vis (=Oost West thuis best)
  22. bij moeders pappot (=thuis)
  23. bij moeders pappot blijven (=thuis blijven - enkel spreken over iets waar men iets over weet)
  24. brede schouders hebben (=veel kunnen verdragen)
  25. daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de miserie)
  26. daar helpt geen lievemoederen/moedertjelief aan. (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
  27. daar kan je donder op zeggen (=daar mag je zeker van zijn)
  28. daar kun je donder op zeggen (=daar mag je zeker van zijn)
  29. daarvan gaan er dertien in een dozijn. (=iets heel gewoons)
  30. dat is als een vlag op een modderschuit (=dat is helemaal ongepast ; dat past niet bij elkaar)
  31. dat is andere koek (=dat is heel iets anders)
  32. dat is andere peper (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  33. dat is andere tabak (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  34. dat is andere tabak dan kanaster (=dat is wat anders!)
  35. dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  36. dat staat als een vlag op een modderschuit (=dat past helemaal niet)
  37. de aanhouder wint (=je wint als je maar lang genoeg blijft proberen)
  38. de boel in het honderd sturen (=in de war maken/verstoren)
  39. de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
  40. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  41. de dood kent geen lieve kinderen (=ieder moet sterven)
  42. de een z'n dood is een ander z'n brood. (=wat voor de één een nadeel is, daar profiteert een ander van)
  43. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  44. de ene dienst is de andere waard. (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)
  45. de ene kraai pikt de andere de ogen niet uit (=ze benadelen elkaar niet)
  46. de grond onder zich voelen wegzinken (=beschaamd zijn , geen oplossing meer zien)
  47. de knuppel in het hoenderhok gooien (=met een opmerking een meningsverschil krijgen)
  48. de koe van de pastoor eet iedere dag mals gras. (=wie trouw is aan machtige mensen, heeft een heerlijk leven.)
  49. de laatste der Mohikanen zijn (=de laatste zijn die nog ergens in gelooft)
  50. de lachende derde. (=persoon die buiten een conflict staat, maar profiteert van de uitkomst.)

787 betekenissen bevatten `der`

  1. naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt)
  2. Abraham gezien hebben. (=50 jaar of ouder zijn.)
  3. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
  4. aan de vruchten kent men de boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders)
  5. als een paal boven water staan. (=aan geen twijfel onderhevig zijn.)
  6. van de daken schreeuwen (=aan iedereen kenbaar maken)
  7. op zich laten zitten (=aanvaarden zonder tegenstand)
  8. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  9. werelds goed is eb en vloed (=aardse goederen komen en gaan)
  10. op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd willen zien)
  11. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien.)
  12. zijn leven in de waagschaal stellen (=actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam)
  13. al gepokt en gemazeld hebben (=al veel ondervinding hebben)
  14. geen klaviertje over slaan (=alle bijzonderheden in acht nemen)
  15. aan alle heilige huisjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  16. aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  17. het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  18. voor Sinterklaas spelen. (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen)
  19. de bastaard van de graaf wordt later bisschop. (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden.)
  20. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  21. botertje aan de boom zijn / Het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
  22. er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
  23. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  24. als het in de kajuit regent druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  25. het ene woord haalt het andere uit. (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  26. als de herder verdwaalt dolen de schapen. (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  27. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  28. waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)
  29. als er één schaap over de dam is, volgen er meer. (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel.)
  30. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand. (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  31. alle waar naar hun geld zijn (=als een product duurder is, is het meestal van betere kwaliteit)
  32. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  33. hoe meer vis, hoe droever water (=als er meer mensen komen valt er minder te verdelen (erfenissen))
  34. ergens een handje van hebben (=als iemand de kans ergens toe ziet die ook nemen en een ander het werk bv laten doen)
  35. als de maan vol is schijnt ze overal. (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien.)
  36. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost.)
  37. een rotte appel in de mand maakt het gave ooft/fruit te schand. (=als iemand uit een groep een fout maakt benadeelt hij de hele groep / door slechts één persoon kan iedereen van die groep een slechte naam krijgen)
  38. lieg ik, dan lieg ik in commissie. (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
  39. laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet. (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  40. wie kaatst kan/moet de bal verwachten. (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)
  41. wie appelen vaart, die appelen eet. (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van.)
  42. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar. (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  43. wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
  44. de ouderdom komt met gebreken. (=als je ouder wordt ga je vanalles mankeren)
  45. gedeelde smart is halve smart. (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  46. opgestaan is plaats vergaan (=als je rechtstaat kan iemand anders op je stoel gaan zitten)
  47. de liefde kan niet van één kant komen. (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  48. goed voorbeeld doet goed volgen. (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  49. goed voorgaan doet goed volgen. (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  50. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen. (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt.)

Het dialectenwoordenboek kent 202 spreekwoorden met `der`

  1. Ninoofs: mensjen deriëre (=amai)
  2. Sint-Niklaas: tweedus (derdus, vierdus...enz.) (=ten tweede (ten derde, ten vierde...enz))
  3. Bilzers: iet èn daen aod (=iets dergelijks)
  4. Oudenbosch: zukke naord van dienge (=zo iets dergelijks)
  5. tervurens: boenk erop (erin), vlam dedoin (dedans fr) (=recht in de roos of iets dergerlijks)
  6. Tilburgs: un naokende tas teej (=een kop thee zonder koekje (of iets dergelijks))
  7. Lopiks: de rooie haan derin (=een brandje stichten)
  8. Giesbaargs: kgon a mee a klikken en a klakken bouten bonszjoeren (=met alles derop en deraan buitengooien)
  9. Bilzers: atze dereege mér nie besjit (=wat een verwaand schepsel)
  10. Antwerps: deris nen oek af (=hij is gestoord)
  11. Antwerps: deris just 't stad, de rest is parking. (=Enkel Antwerpen is belangrijk.)
  12. Merenaars: zijnen derden tujenen (=bont maken)
  13. Waregems: derde kieëre sloa boete (=derde keer trakteren)
  14. turnhouts: komde derekt verom (=kom je direct terug)
  15. Weerts: gestoeële good keumtj noeëts in 't derdje blood (=gestolen goed gedeit niet)
  16. Udens: 'k skei deraf en nei d'ruit (=ik stop ermee en ga weg)
  17. Westfries: hunnie of zullie (=zij (derde persoon meervoud))
  18. Oudenbosch: deris un aor in de botter gekomme (=er is een kink in de kabel gekomen)
  19. Oudenbosch: deris daor ontaort veul volluk gewiest (=er zijn daar heel veel mensen geweest)
  20. Waregems: deran zitn vribblen (=veelvuldig heen en weer wrijven tussen de vingers)
  21. Heusdens: tkan mich nie schillen (=het kan me niet deren)
  22. Bilzers: ne klink enne klank, ne stink enne stank, n zievering van de derm ent mok de broek werm... (=een scheet)
  23. Munsterbilzen - Minsters: ne klink en ne klank, ne stink en ne stank, n zievering van de derm en t mok de broek werm (=windje)
  24. Merenaars: In miejer op de kassau laugen drau rau auren mi ne parau derbau (=In Mere op de kassei lagen 3 rauwe eieren met een prei erbij)
  25. Rotterdams: Ze motte z'n hart gekookt op z'n rug hange, maar wel een beetje laag zodat de honde derbij kenne (=iemand niet niet aardig vinden)
  26. Zurriks: Over de derde schei schiete (=Diarree hebben)
  27. Munsterbilzen - Minsters: zen onderlip hink tot op zenen derde hümmesknoop (=hij baalt enorm)
  28. Tongers: das mich ne galjaar (=dat is mij der ene)
  29. Ronsisch: ien e rapke (=In der haast)
  30. Booms: hij is bediend (=hij heeft het sacrament der stevenden gekregen)
  31. Munsterbilzen - Minsters: vant keske noë de moer (=van her naar der)
  32. Eys: an der dönne zië (=diarree hebben)
  33. Steins: Zou 't ?? (=Ligt dat in de lijn der verwachtingen ?)
  34. Twents: komt der in, kuj der uut kiek'n (=kom binnen)
  35. Munsterbilzen - Minsters: bediene (=sacrament der stervenden toedienen)
  36. Westerkwartiers: dat goedje lijt henter en twenter (=dat spul ligt her en der verspreid)
  37. Katwijks: Van wies ben je dur ien? (=van wie ben je der een)
  38. Wetters: 't huis der zuchten(word nu niet meer gebruikt) (=belastingkantoor)
  39. Lebbeeks: broek: 'k Moein der nog in zijn (=Antwoord van iemand tegen wie men zegt::)
  40. Fries: De bealch der op mannen! (=Het lichaam er op!)
  41. Gents: der stoat oar op (=het is beschimmeld)
  42. Baasrode: der ene goan zjabberen. (=Er eentje gaan drinken.)
  43. Brugs: der tende van kommen (=er gek van worden)
  44. Ossies: van wie bende ge der enne (=hoe heet jij)
  45. Gronings: hou ist der mit (=hoe is het ermee)
  46. West-Vlaams: 'k en der hoeste in (=Ik heb er zin in)
  47. Merenaars: der ieënen deurtrekken (=roddelen over iemand)
  48. drents: vernuver oe der mit (=vermaak je ermee)
  49. Drents: As 't èerpelblad zuch krult komp der regen (=weerspreuk)
  50. Hulshouts: der komt der do eiene owet de histe gestesseld (=er komt iemand uit de struiken gekropen)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen