2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de fiets`
- de fiets aan de haak hangen (=stoppen met wielrennen)
- op een oude fiets moet je het leren (=lesmateriaal is zelden nieuw)
9 dialectgezegden bevatten `de fiets`
- Bejje mat de fiets of bejje lòpes? (=Ben je met de fiets of lopend?) (Dordts)
- de maus op te stang zitte (=kom hier maar bij me op de fiets) (Munsterbilzen - Minsters)
- die gaodaart bij wiend mee (=wind mee voor iemand op de fiets met flaporen) (Oudenbosch)
- héngste, héngste op die pedale , hard op die fiets Sjezuh (=hard op de fiets rijden) (Utrechts)
- j' é ne peireloare gezet mee zijne velo (=hij is gevallen met de fiets) (Knesselaars)
- Op de fiets nòr Deurne (=De (Zuidooster-)bus missen) (Helenaveens)
- tert'n ip de veloo (=trappen op de fiets) (Waregems)
- ze / ie zot ip de stoane (=zij / hij zat op het kinderzitje van de fiets) (Waregems)
- zumme gaon, èn gòmme dan op de fiets òf vatteme de bus (=zullen we gaan, en gaan we dan op de fiets of nemen we de bus) (Tilburgs)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen