Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `das`

  1. ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen) (Latijn)
  2. de das omdoen (=iets dat problemen geeft)

Het dialectenwoordenboek kent 359 spreekwoorden met `das`

  1. Antwerps: dasbekaanstverniet (=dat is bijna gratis)
  2. Sint-Niklaas: dassonde (=dat is jammer)
  3. Sint-Niklaas: dasinnekiknie (=dat ben ik niet)
  4. Asses: das't prinstepoilsjte (=dat is het voornaamste)
  5. Ninoofs: iemand nen tand trekken / iemand een tatj'n dasjteren (=iemand beetnemen)
  6. Antwerps: dasbekaanstverniet (=dat is zeer goedkoop)
  7. Munsterbilzen - Minsters: dassen aa zaeg ! (=die kan nogal eens zagen)
  8. Munsterbilzen - Minsters: dasset toetsje opte gateau (=de bakker zijn broodje is gebakken)
  9. Bilzers: tés gebiërd ei dasset wiës (=een ongeluk zit in een klein hoekje)
  10. Munsterbilzen - Minsters: daste naogel on men daudskis (=dat verkort mijn leven)
  11. Bilzers: dastan wir effe, nau stonver wir kit. (=nu staan we weer gelijk)
  12. ninoofs: Ze gonj' em doeë een tatj'n dasjter'n (=ze gaan hem goed aanpakken)
  13. Westerkwartiers: nou moes't as te mieder moak'n das't vot komst (=nu moet je snel weggaan)
  14. Brugs: dasse geliek et (=dat ze gelijk heeft)
  15. Munsterbilzen - Minsters: dassen aander paor mauwe (=dat is weer wat anders)
  16. Munsterbilzen - Minsters: dassen zoer kebabbel (kermêl) (=zij lacht niet veel)
  17. Bilzers: daste lol van me laeve (=daar doe ik het voor !)
  18. Munsterbilzen - Minsters: daste grutste smaerlapperaaj wot ich aut hëb mètgemok (=erger kan het niet !)
  19. Munsterbilzen - Minsters: de hëbs sjaos daste gelèk hëbs (=wat heb jij toch geluk !)
  20. Munsterbilzen - Minsters: dasse zwaur geval (='t is een bandiet)
  21. Antwerps: dasni maaine meug (=dat lust ik niet (eten))
  22. Oudenbosch: dastureentje van lek me vesje (=dat is iemand van niets)
  23. Zuuns: Tes nen dashtereir (=Het is een klungelaar)
  24. Ninoofs: een tatj'n dasjter'n (=Iemand een pee stoven)
  25. Munsterbilzen - Minsters: wie langer daste getraud bès, wie liever daste zenen hond zies (=een hond is een getrouw dier)
  26. Antwerps: dasennekikkeni (=dat ben ik niet)
  27. Munsterbilzen - Minsters: dasse zach eeke (=die heeft een zacht karakter)
  28. Leefdaals: wroak is ne plât dasse kait üp diene (=wraak komt later wel)
  29. Munsterbilzen - Minsters: daste ware Jacobb (=dat is de ware man)
  30. Munsterbilzen - Minsters: ich wol daste de krampe én zen K.kriëgs (=val dood!)
  31. Sint-Niklaas: dassoe aat as de stroat (=dat is heel oud)
  32. Munsterbilzen - Minsters: dassoe onniëzel ast graut és (=dat is belachelijk)
  33. Bilzers: dassen maoger gürm (=zij is zo mager als een geit !)
  34. Bilzers: dassen graute zaeg (=die zaagt wat veel)
  35. Zaamslags: dasoek un portret oor (=dat is een typisch mens)
  36. Munsterbilzen - Minsters: ziet mèr daste nie bos ! (=eet niet zoveel, seffens barst je nog !)
  37. Bilzers: pas op daste dich nie mieg moks (=niet te hard werken, hé (laconiek))
  38. Munsterbilzen - Minsters: dassem krek en gesjieëte (=dat is typisch voor hem)
  39. Bilzers: ich wol daste de kremp on zen K. kriëgs (=krijg nu toch wat !)
  40. Munsterbilzen - Minsters: ich wol daste de kremp èn zen Kl...krië(g)s (=krijg wat !)
  41. Munsterbilzen - Minsters: dassen drievëge (=die vrouw is een zuurpruim)
  42. Bilzers: dassen heil menneke (métske) gewoëne (=is die groot geworden, zeg !)
  43. Munsterbilzen - Minsters: dassen aa troefel (=die vrouw is een achterlijk geval (troefel=metselspaan))
  44. Antwerps: amaai, dasoek giëne vette (=dat slaat tegen minder dan verwacht)
  45. Munsterbilzen - Minsters: nie vergaete ze jéske aon te trékke vür daste de grot èn gees (=zet hem op voordat je eraan begint)
  46. Bilzers: dasse daudgeboëre kénd (=daar kan niets van komen)
  47. Munsterbilzen - Minsters: dasse pak van men hat (=één zorg minder)
  48. Munsterbilzen - Minsters: dassen rib aut me lijf (=dat kost me een vermogen)
  49. Munsterbilzen - Minsters: ich wol daste de krampe èn zen kloete krië(g)s (=hevige buikpijn wens ik je toe)
  50. Bilzers: Waaj daste n benaan raech kraaigs ? Légter n proem bij ! (=soort hoort bij soort)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen