Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dagen`

  1. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  2. als de dagen (gaan) lengen, gaat/gaan de vorst/winter/nachten strengen (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag)
  3. bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
  4. het is alle dagen visdag maar geen vangdag (=als de buit of vangst tegen valt)
  5. in de dagen van olim (=in vroeger dagen)
  6. tot in lengte van dagen (=tot het einde der tijden)
  7. wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)

7 betekenissen bevatten `dagen`

  1. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  2. de gaande en komende man (=iedereen die komt opdagen)
  3. iemand de handschoen toewerpen (=iemand ergens toe uitdagen of met iemand de strijd willen aangaan)
  4. iemand het lemmer bieden (=iemand uitdagen)
  5. in de dagen van olim (=in vroeger dagen)
  6. zijn kat sturen (=niet komen opdagen)
  7. verstek laten gaan (=niet komen opdagen)

Het dialectenwoordenboek kent 20 spreekwoorden met `dagen`

  1. Millers: ëën pôar dôag van të veurrë (=enkele dagen ervoor)
  2. Oudenbosch: de kommede dagen zijnkur nie (=de eerstkomende dagen ben ik afwezig)
  3. Mestreechs: unnen daag, twie daog (=een dag, twee dagen)
  4. Bilzers: een van diës (=een van de komende dagen)
  5. Brakels: in zijn noveen zijn (=dagen aan een stuk dronken zijn)
  6. Bilzers: dae geet et nimei lang trékke (=zijn dagen zijn geteld)
  7. Bilzers: een van diës; een van diës daog (=één dezer dagen)
  8. Sint-Niklaas: overanderen dag.... (=om de twee dagen...)
  9. Westerkwartiers: 't hink'nd peerd komt achteraan (=na goede dagen komen weer slechte)
  10. Venloos: As d'n oerworm vogels vraet, dan is de shoarma nog neet riep. (=De dagen worden alsmaar korter.)
  11. Giethoorns: Op alle daegen lopen (=De laatste dagen voor de bevalling)
  12. Drents: Stoefregen bij Noordenwind gef dree dagen mooi weer. (=weerspreuk)
  13. Munsterbilzen - Minsters: dae ès on zene noveen beizëg (=hij is al dagen aan één stuk aan 't zuipen)
  14. Dunges: Ze lupt op alle dagen (=Zij moet bijna kramen)
  15. Bilzers: as de doëch lenge geet de wênter strenge (=als de dagen lengen wordt het kouder)
  16. Dunges: Zt lupt op alle dagen (=Zij moet bijna kramen)
  17. Drents: Snei op sliek gef in dree dagen ies an de diek (=weerspreuk)
  18. Munsterbilzen - Minsters: as ermoej troef ès, aete ver alleen mèr spek bij et braud (=in dagen van nood, eten we spek mèt brood)
  19. Westfries: de lucht hangt nog vol met dagen (=moet dat echt nú?)
  20. Wetters: moestek a zue een postuurken, op mijn scha stoan en, kdoe alle dagen mijn stof af (=weg van een zeer mooie vrouw)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen