Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bruik`

  1. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing. (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  2. de tijd gaat snel, gebruik haar wel. (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken.)
  3. de tijd vliet snel gebruik hem wel (=doe wat je moet doen, terwijl je nog kan)
  4. na een uitleg, zo zit het dus in elkaar (eieren eten is hier als voorbeeld van een probleem gebruikt). (=)
  5. zijn ellebogen gebruiken (=zich ten koste van anderen opwerken)
  6. zijn verstand gebruiken (=het verstandig aanpakken)

37 betekenissen bevatten `bruik`

  1. wie appelen vaart, die appelen eet. (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van.)
  2. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
  3. die appelen vaart, die appelen eet. (=datgene wat iemand zelf verkoopt eet/gebruikt die ook)
  4. zijn ei kwijt kunnen. (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
  5. met zijn talenten woekeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken)
  6. goed gereedschap is het halve werk. (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  7. iets er met de haren bijslepen (=een argument gebruiken dat niets met de zaak te maken heeft)
  8. het is vlees noch vis (=het is niet bruikbaar, omdat het niet duidelijk is.)
  9. dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde.)
  10. ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
  11. iemand in de luren leggen (=iemand bedriegen of misbruiken)
  12. een voetveeg zijn. (=iemand zijn die voor minderwaardige klusjes gebruikt wordt.)
  13. het werkt als haarlemmerolie (=iets dat overal voor te gebruiken is.)
  14. vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  15. te/van pas komen (=iets goed kunnen gebruiken)
  16. menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem). (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn. (Dit zeldzame spreekwoord wordt in Oost- en West-Vlaanderen soms gebruikt als ironische reactie wanneer iemand iets meent te weten, door te verwijzen naar de stad Menen, die ver van Waregem, dus de waa)
  17. zuivel op zuivel is voer voor de duivel. (=in de Middeleeuwen gebruikt om mensen van hekserij te beschuldigen, wanneer zij zuivel op zuivel op hun brood deden.)
  18. (haring) bij de vleet (=in overvloed. (Een 'vleet' is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.))
  19. op zijn tandvlees lopen (=in totale uitputting voortdoen, zijn laatste krachten gebruiken)
  20. je moet roeien met de riemen die je hebt. (=je moet gebruikmaken van de middelen die je ter beschikking staan)
  21. men moet hooien als de zon schijnt (=men moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  22. over boord werpen (=niet langer gebruiken, ervan afzien)
  23. met de kop tegen de muur lopen (=nutteloos geweld gebruiken)
  24. iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand gebruiken voor eigen belang zoner dat die het doorheeft)
  25. ellebogenwerk (=succes boeken door op slinkse wijze van anderen misbruik te maken.)
  26. met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
  27. uit het vuistje (=uit de hand , zonder gebruik van mes en vork)
  28. de kans schoon zien (=van de gelegenheid gebruik maken)
  29. te baat nemen (=van de gelegenheid gebruik maken)
  30. hooien als de zon schijnt (=van de gunstige gelegenheid gebruik maken)
  31. van de oude stempel zijn (=van oude manieren gebruik maken en liever niet van nieuwe apparaten)
  32. al te goed is buurmans gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
  33. heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden).)
  34. gevleugelde woorden (=veel gebruikte uitdrukking)
  35. de tijd gaat snel, gebruik haar wel. (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken.)
  36. de biezen pakken. (=vertrekken, de biezen zijn een dubbele mand van vlechtwerk, gebruikt als koffer)
  37. wie niet sterk is moet slim zijn. (=wie geen macht of invloed heeft moet zijn slimheid gebruiken om je doel te behalen)

Het dialectenwoordenboek kent één spreekwoord met `bruik`

  1. Veurns: van passe komm'n (=bruikbaar zijn)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen