Spreekwoorden met `bijte`

Zoek

21 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bijte`

  1. aan de vishaak bijten (=zich laten vangen, toehappen)
  2. blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
  3. de duiten bijten hem (=hij verspilt zijn geld)
  4. de spits afbijten (=als eerste ergens aan beginnen aan iets moeilijks)
  5. dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
  6. door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
  7. een oortje in vieren zouden bijten (=erg gierig zijn)
  8. een pilaarbijter (=een zeer schijnheilig / hypocriet persoon)
  9. er komen met krabben en bijten (=er met heel veel moeite komen)
  10. geen ezel en kan zijn eigen oren afbijten. (=het onmogelijke hoef je niet te doen.)
  11. hongerige luizen bijten scherp (=met de arme mensen heeft men de meeste last)
  12. iemand iets in het oor bijten (=iemand iets op bitsige wijze influisteren)
  13. in het zand bijten (=tegenstand verduren / verliezen)
  14. je op de lippen bijten (=je inhouden (niet lachen of kwaad worden))
  15. lachende monden, bijtende honden. (=mensen die vriendelijk of aardig lijken, kunnen in werkelijkheid kwade bedoelingen hebben)
  16. magere luizen bijten scherp (=met de armsten heb je de meeste last)
  17. op de magerste paarden bijten de dazen. (=arme mensen hebben vaak pech)
  18. op een houtje bijten (=honger hebben)
  19. schaamte de kop afbijten (=je niet meer schamen)
  20. van zich afbijten/afslaan (=zich fel verdedigen)
  21. zijn eigen luizen bijten hem (=hij wordt gekweld door zijn eigen kinderen)

3 betekenissen bevatten `bijte`

  1. gezouten scherts (=bijtende scherts)
  2. je tanden laten zien (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn)
  3. haar op de tanden hebben (=van zich af kunnen bijten)

16 dialectgezegden bevatten `bijte`

  1. brojkë reike, kentsjë bijte ( aan het gebakken spek ruiken maar wel een goede hap brood eten !) (=het vlees is duur, eet maar wat meer brood) (Munsterbilzen - Minsters)
  2. dae zoo nog wol ë knepke èn twei(e) bijte (=hij is altijd even gierig) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. de moestich mèr dër dae zoeren appel hieën bijte (=de volhouder wint) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. de zos én zen eege klitse bijte van sjangering (=je kan jezelf wel wat aandoen van kwaadheid) (Bilzers)
  5. deige luize bijte ut taarst (=van je familie moet je het maar hebben) (Oudenbosch)
  6. dür de zoeren appel bijte (=nog even volhouden!) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. e knepke èn twei bijte (=gierig omgaan met geld) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. e knepke èn twei(e) bijte (=gierig zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. e knépke èn tweië bijte (=gierig zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. graute hon bijte mekaander nie (=grote heren sparen mekaar) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. hel op zen toeng moete bijte (=inslikken wat je wil zeggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. ich moes ferm op men toeng bijte (=ik moest me goed inhouden om niets verkeerd te zeggen) (Bilzers)
  13. kentsje bijte en vleeske rijke (=je moet spaarzaam zijn met eten) (Bilzers)
  14. op zën lip bijte (=zijn mond dichthouden) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. ze bijte allemaol wel as ze brood zien en das tijd genog (=je hoeft niet bang te zijn om over te schieten) (Oudenbosch)
  16. zën taan trop këpot bijte (=taai blijven) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen