Spreekwoorden met `beh`

Zoek

19 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `beh`

  1. als hamerstuk behandelen (=het voorstel zonder discussie aannemen)
  2. beproeft alle dingen en behoudt het goede. (=weet wat er allemaal is, maar doe alleen de goede dingen)
  3. bijl en blok zijn behouden. (=vrouw en kind hebben de bevalling overleefd.)
  4. door het behang gaan (=voor schut gezet worden)
  5. dun snijden is het behoud van de worst. (=goed kunnen rondkomen door zuinig te zijn)
  6. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  7. een Pyrrhusoverwinning behalen (=winnen wat zoveel heeft gekost dat je de volgende ronde niet meer aan kan)
  8. er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
  9. goede wijn behoeft geen krans (=iets wat goed is hoeft niet geprezen worden)
  10. het veld behouden (=niet opgeven)
  11. iemand die behoorlijk kan uitpakken (=iemand die ongeremd zijn toorn kan uiten)
  12. iemand wel achter het behang kunnen plakken (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben)
  13. in behouden haven zijn (=veilig ergens zijn (bv na een reis))
  14. je kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
  15. je partij behoorlijk meeblazen (=zijn deel van de taak naar behoren uitvoeren)
  16. kunnen behappen (=kunnen begrijpen)
  17. niets afslaan behalve vliegen (=alles aannemen)
  18. van de behoudende leer zijn (=conservatief zijn)
  19. wie pleit om een paard, behoudt de staart. (=je kunt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)

50 betekenissen bevatten `beh`

  1. geef het veulen geen haver en het kind geen brandewijn. (=behandel kinderen niet als grote mensen)
  2. salva ratificatione (=behoudens bekrachtiging)
  3. onder dak zijn (=bescherming genieten - behoren bij)
  4. niet door de beugel kunnen (=de norm overschrijden van wat aanvaardbaar of behoorlijk is)
  5. in gebreke zijn (=de taak niet naar behoren uitgevoerd hebben)
  6. het vlees doden (=de zinnelijke behoeften onderdrukken)
  7. je trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))
  8. de mens zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
  9. ergens als kind in huis zijn (=ergens bekend of goed behandeld worden)
  10. eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=eten en drinken blijven levensbehoeften.)
  11. gelijke monniken gelijke kappen (=gelijke mensen verdienen/krijgen een gelijke behandeling)
  12. de breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
  13. het eet geen brood (=het kost niets om het te bewaren, behoeft geen onderhoud)
  14. het ene gat met het andere stoppen (=het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen)
  15. niet op je achterhoofd gevallen zijn (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten)
  16. de stoppen slaan bij hem door (=hij verliest zijn zelfbeheersing)
  17. ieder bakt zijn koek zoals hij hem eten wil. (=iedereen behartigt zijn zaken, op een manier zoals hij dat zelf wil.)
  18. een mens is geen aardappel (=iedereen heeft zo nu en dan behoefte aan ontspanning)
  19. hoogmoed komt voor de val (=iemand die erg trots is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende)
  20. de dorsende os zult gij niet muilbanden (=iemand die voor je werkt moet je goed behandelen)
  21. iemand een loer draaien (=iemand lelijk behandelen, lelijk te grazen nemen)
  22. iemand achter de bank schuiven (=iemand minachtend behandelen)
  23. wat heb je aan een mooi bord als het leeg is? (=lichamelijke behoeften gaan voor zintuiglijke)
  24. dieven met dieven vangen (=mensen die niet eerlijk zijn of gemeen, moet je op dezelfde manier ook behandelen)
  25. salvo titulo (=met behoud van titels)
  26. salvo honore (=met behoud van zijn eer)
  27. salvo honore et titulo (=met behoud van zijn eer en zijn titel)
  28. cum annexis (=met bijbehoren)
  29. met de nek aanzien (=met minachting behandelen)
  30. een bliek (spiering) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)
  31. je naam eer aandoen (=naar behoren uitvoeren, precies doen wat men verwacht)
  32. in gebreke stellen (=officieel stellen dat de taak niet naar behoren is uitgevoerd)
  33. Parijs is wel een mis waard (=om een voordeel te behalen bij tegenstanders aansluiten)
  34. geen maat weten te houden (=onbeheerst doorgaan waarmee men begonnen is)
  35. vloeken als een bootwerker/kartouw/ketellapper/ketter (=onbeheerst vloeken)
  36. met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten worden (=op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden)
  37. de regels met voeten treden (=overtreden, voorschriften niet opvolgen / onbehouwen te werk gaan)
  38. aan de Turken overgeleverd zijn (=slecht behandeld, bedrogen, mishandeld worden)
  39. doe wel en zie niet om. (=toon vriendelijkheid of behulpzaamheid zonder iets in ruil te verwachten)
  40. ad hoc negotium (=tot deze zaak behorend)
  41. van twee walletjes eten (=van verschillende kanten voordeel behalen (negatief))
  42. een nummer zijn (=van weinig betekenis zijn of althans zo behandeld worden)
  43. aan zijn gerief komen (=vinden wat men nodig heeft (inz. seksuele behoeften))
  44. die wel doet, wel ontmoet. (=wie anderen goed behandelt, kan zelf goede behandeling verwachten.)
  45. wie niet sterk is moet slim zijn (=wie geen macht of invloed heeft moet zijn slimheid gebruiken om je doel te behalen)
  46. wie zich voor hond verhuurt, moet de botten kluiven (=wie zich onderdanig gedraagt, wordt als knecht behandeld)
  47. een paard met een zachte mond moet men met zachte toom besturen. (=zachtaardige mensen moet men niet streng behandelen)
  48. een hart van goud hebben (=zeer vriendelijk en behulpzaam zijn.)
  49. schot en lot betalen (=zijn burgerplicht naar behoren vervullen)
  50. je partij behoorlijk meeblazen (=zijn deel van de taak naar behoren uitvoeren)

5 dialectgezegden bevatten `beh`

  1. 'k hemmem beh z'n pees (=ik heb hem gevat, beet) (Arendonks)
  2. d'r vur piejt snot bèh stoan (=doelloos staan) (Arendonks)
  3. hai legt 'r zenneh kop bèh neer (=hij geeft op) (Arendonks)
  4. Jos preut, den braauwer, was oant losseh bèh zjan trul. (=Jos Geudens, de brouwer, leverde af in café de Marnuel) (Arendonks)
  5. z'èmmeh nem bèh z'n kladdeh (=men heeft hem te pakken) (Arendonks)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen