Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


27 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bed`

  1. aan de bedelstaf raken. (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt en dus heel arm bent.)
  2. dat is ver van mijn bed óf Dat is een ver-van-mijn-bed-show. (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt.)
  3. een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn)
  4. een dronkemansgebed doen (=tellen hoeveel geld ernog is)
  5. een dronkemansgebed doen (=zijn geld natellen (als het zo goed als op is))
  6. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  7. eén uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit. (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
  8. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)
  9. iemand op zijn wenken bedienen (=iemand altijd en onmiddellijk geven waar hij om vraagt)
  10. iemand uit bed lichten (=iemand 's nachts doen opstaan)
  11. iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)
  12. iets op een procrustusbed leggen (=een regeling zo toepassen dat hij er voordeel van heeft)
  13. je bedje is gespreid. (=je komt in een situatie terecht waarin alles al voor je geregeld is)
  14. kleine vossen bederven de wijngaard. (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
  15. men moet geen struif om een ei bederven (=men moet het geheel niet afkeuren voor één gebrek)
  16. men moet zijn bed maken zoals men slapen wil. (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden.)
  17. met bed en bult (=met alles wat men bijeen kan pakken op reis gaan)
  18. met de mantel der liefde bedekken (=verbergen, niet kenbaar maken)
  19. met de mantel van de liefde bedekken (=verbergen, niet kenbaar maken)
  20. met het verkeerde been uit bed stappen (=een slecht humeur hebben)
  21. op het procrustesbed leggen (=grofweg inkorten)
  22. schijn bedriegt (=dingen zijn niet altijd zoals ze zich voordoen.)
  23. tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen)
  24. tussen de bedrijven door. (=tussen andere bezigheden in; tussendoor.)
  25. veel koks bederven/verzouten de brij. (=te veel verschillende raad volgen kan schadelijk zijn.)
  26. zich uitkleden voor men naar bed gaat (=alles weggeven voor men sterft)
  27. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=door het baseren van een beslissing (bv aankoop) op basis van hoeveel iets kost, levert dit later juist extra problemen en kosten met zich mee zodat iemand duurder uit is)

73 betekenissen bevatten `bed`

  1. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien.)
  2. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
  3. begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed gaat, meeleven met)
  4. dat is huilen met de pet op. (=bedroevend resultaat.)
  5. op de schobberdebonk leven (=dakloos zijn en/of bedelend leven)
  6. zijn huiswerk maken (=de liefde bedrijven)
  7. roet in het eten gooien (=de pret bederven of een plan laten mislukken)
  8. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  9. mundus vult decipi (=de wereld wil bedrogen worden)
  10. de baars vergallen (=de zaak bederven)
  11. hij heeft met een zilveren (of gouden) hengel gevist (=die heeft vis gekocht in plaats van gevangen. Ook: met bedrog zijn doel bereiken)
  12. met een gouden hengel vissen. (=door bedrog zijn doel halen.)
  13. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  14. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verekenen)
  15. een adder(tje) onder het gras schuilen (=een gemene bedoeling achter schuilen)
  16. de hoofdvogel schieten. (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten.)
  17. een leugentje om bestwil (=een leugen met een goede bedoeling.)
  18. op de koop toe nemen (=een onbedoeld gevolg accepteren)
  19. een proefballonnetje oplaten (=een voorstel doen om er achter te komen hoe men er op zal reageren. (Met de bedoeling het terug te trekken bij te veel tegenstand, en door te zetten als anderen ermee instemmen).)
  20. de stok staat achter de deur (=er wordt een bedreiging achter de hand gehouden)
  21. ergens verzeild raken (=ergens onbedoeld terechtkomen.)
  22. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  23. er geen gat meer in zien (=geen oplossing meer kunnen bedenken)
  24. bergafwaarts. (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid, of met een bedrijf.)
  25. het is een pleister op een zere wonde. (=het is bedoeld om het leed wat te verzachten.)
  26. zijn eigen glazen ingooien (=het voor zichzelf bederven)
  27. zijn eigen graf graven/delven (=het voor zichzelf bederven)
  28. uit zijn koker komen (=hij heeft het bedacht)
  29. iemand de huid over de oren halen (=iemand afzetten, bedriegen)
  30. iemand in de luren leggen (=iemand bedriegen of misbruiken)
  31. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)
  32. iemand om de tuin leiden (=iemand beetnemen of bedriegen)
  33. iemand een rad voor de ogen draaien (=iemand iets wijsmaken / iemand op gemene wijze bedriegen)
  34. iemand geen knollen voor citroenen verkopen (=iemand niet gemakkelijk kunnen bedriegen)
  35. iemand verlakken (=iemand onwaarheden wijs maken of bedriegen)
  36. iemand zand in de ogen strooien (=iemand proberen te bedriegen)
  37. iemand bij de neus nemen. (=iemand voor de gek houden; iemand bedriegen.)
  38. tegen de maan blaffen (=iets doen wat totaal niet helpt / nodeloze bedreigingen uiten)
  39. een koekje van eigen deeg (=iets geven (of krijgen) wat oorspronkelijk bedacht is door degene die het krijgt (of geeft))
  40. onder de duim hebben (=iets goed kunnen/beheersen / in bedwang houden / iemand de baas zijn)
  41. van zijn mast een schoenpin maken (=iets goeds bederven om iets van weinig waarde te bekomen)
  42. een kat in de zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
  43. een ondergeschoven kindje zijn (=iets of iemand is miskend. Zie bedstede voor de letterlijke betekenis.)
  44. in echec houden (=in bedwang houden)
  45. je in je kaart laten kijken. (=meestal onopzettelijk een ander inzicht geven in je bedoelingen.)
  46. ondank is 's werelds loon (=men wordt zelden bedankt voor een goede daad)
  47. een bliekje werpen om een snoek te vangen (=met iets onbeduidends iets belangrijks proberen te krijgen)
  48. onder de wol kruipen (=naar bed gaan)
  49. nu komt de aap uit de mouw (=nu blijkt wat werkelijk de bedoeling was.)
  50. in een deuk liggen (=onbedaarlijk lachen)

Het dialectenwoordenboek kent 124 spreekwoorden met `bed`

  1. brabants: dagge bedaankt zij, dah witte war (=hartstikke bedankt)
  2. Betuws: Da ge bedank sei da witte wah? (=bedankt hoor)
  3. Lovendegems: in mijn bedde kruipen (=naar bed gaan*)
  4. Urkers: 'k zal op un bedde (=ik ga naar bed)
  5. Diesters: naa leet dië nog altaat in zenne nest (beddebak) (=nu ligt hij nog altijd in zijn bed)
  6. Huizers: in bedde kómmen van een kijntjen (=bevallen)
  7. Sint-Niklaas: 't bedde verschonen (=nieuwe lakens op het bed leggen)
  8. Westfries: je kenne bedare! (=doe 's rustig!)
  9. achterhoeks: zich bedoon (Ze hef zich bedaone) (=zichzelf onderplassen/poepen)
  10. Overmeers: 'n beddeken spinauze (=een perkje spinazie)
  11. Zwevegems: in z'n bedde kreup'n (=slapengaan)
  12. Bilzers: stank vür dank krijge (=er kon geen bedankje vanaf)
  13. Volendams: bedakke dag (=gezellige Volendammer dag)
  14. Sint-Niklaas: 't zal waal koelen zonder bloazen (=het zal wel vanzelf bedaren (overgaan))
  15. Kalkens: 't es nen druem in een engels bedde (=het is perfect)
  16. Sint-Niklaas: die lig daltit te krawietelen in 't bedden (=die kan niet stil liggen in bed)
  17. Sint-Niklaas: è ang mè zèn tremen uit 't bedden (=zijn benen hangen uit het bed)
  18. Lebbeeks: bedde: Dad oët 't bedde klapt, es 't moeg (=Wie te vaak over zijn liefdesleven praat, is het beu)
  19. Giethoorns: Van pis in bedde naor poep in bedde (=Van de wal in de sloot raken)
  20. Westfries: je kenne bedare docht ik zo. (=zeg, doe 's effe relaxed man!)
  21. Zeeuws: voe straffe moi op je bloeate voetn ni bedde (=straf)
  22. Zaans: Ut was bai de beddeplank of (=Het kind werd geboren toen ze precies negen maanden getrouwd waren)
  23. Holsbeeks: ik zal vee a es e woetteke pakke en in ne boeëm joge (=ik zal voor u eens een klein geitje (bokje) vangen en in een boom jagen. Een uitdrukking (bedankinkje) om iemand (vooral kinderen) af te schepen nadat ze een werkje hebben opgeknapt)
  24. Epers: Toe ik veur de eerse keer weer van bedde moch, wak ik nog wel wat zwiemelig ( zwiebelig) (=Toen ik voor de eerste keer uit bed mocht was ik wankel ( onvast))
  25. Hals: Aske da geluuft en a bedde afstojd, dein slopt op de planchei (=ik geloof het niet)
  26. Brussels: ballekes (=Zeg; bedankt!)
  27. Steenbergs: Ge wit daje bedankt zijt! (=Heel erg bedankt!)
  28. Westerkwartiers: bie veurboat daank (=alvast bedankt)
  29. Weerts: Unne dikke merci (=Hartstikke bedankt)
  30. Genneps: da ge bedankt ziet, dat wètte (=bedankt)
  31. Bergs: en dagge bedankt zijt da witte (=heel hartelijk bedankt)
  32. Twents: ik goa sloapn (=naar bed)
  33. Sint-Niklaas: 't bed opschudderen (=het bed opschudden)
  34. Wetters: Hij es mee 't verkeerde been uit zijn bedde gestapt (=Hij is niet goed geluimd)
  35. Staphorsts: 't vleis veur de roet'n en de botten op bedde (=al het geld uitgeven aan uiterlijk vertoon)
  36. Epers: Gôat toch noa bedde, iej zitten doar mit zokker dòpogen te kieken (=Ogen moeilijk openhouden door slaapje)
  37. Ninoofs: ge kentjt nie aul emmen, een dikke vrou en veel plosj in au bedde (=Wees blij met wat je hebt)
  38. Sallands: ik legge mi'j ter dale (=ik ga naar bed)
  39. Antwerps: 'k gon nor mennen tram (=ik ga naar bed)
  40. Brugs: Kzien no men doze (=Ik ga naar bed)
  41. Giethoorns: De kousen over d'akke trekken (=Naar bed gaan)
  42. Tilburgs: naor oewe niepert gaon (=naar bed gaan)
  43. IJmuidens: naar me kluivebak (=naar bed gaan)
  44. Helenaveens: Bidde, pisse en nòr bed! (=Vlug, en nu naar bed!)
  45. Waregems: ge zijt mersie (=u bent bedankt)
  46. Genneps: Dat dankt ouw de koekkoek (=Nou, echt bedankt hoor)
  47. Oldambsters: aan zied goan (=naar bed gaan)
  48. Bergs: Achter d'n gebreide n'onderbroek kruipe (=Naar bed gaan)
  49. Munsterbilzen - Minsters: onder de wol kraupe (=naar bed gaan)
  50. Bilzers: ich gon men koets én (=ik ga naar bed)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen