Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

21 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `aars`

  1. alle molenaars zijn geen dieven (=scheer niet iedereen over dezelfde kam)
  2. als een nachtkaars uitgaan (=in een gestaag tempo minder worden en eindigen)
  3. de baars vergallen (=de zaak laten mislukken)
  4. de grote kaars gaat uit (=de zon gaat onder)
  5. de laatste loodjes wegen het zwaarst (=het afwerken is vaak het lastigst)
  6. een gewaarschuwd mens telt voor twee (=iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden)
  7. Een kaars voor de duivel branden (=Bij iedereen slijmen)
  8. een laars aanhebben (=dronken zijn)
  9. er geen laars van weten (=er niets van afweten)
  10. geen zo kleine sant of hij wil zijn kaars hebben (=ook de mindere machten moet men gunstig stemmen)
  11. haarscherp (=(van een afbeelding) getrouw tot in fijne details)
  12. hij gedraagt zich als een baars (=hij is zeer onhandig)
  13. Hij loopt alsof hij het vuur in zijn aars heeft (=Hij loopt heel hard)
  14. iedere heilige komt zijn kaarsje toe (=iedere medewerker moet delen in de eer)
  15. iets aan je laars lappen (=geen notitie nemen van regels, wet of voorschriften)
  16. op het zondaarsbankje zitten (=schuld bekennen)
  17. pimpelpaars met een goud randje (=met ondefinieerbare kleur)
  18. uitgaan als een nachtkaars (=langzaam doven, sterven)
  19. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)
  20. wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen (=wat het belangrijkste is moet het eerste gebeuren)
  21. zijn kaars aan twee kanten branden (=zijn krachten of mogelijkheden al te vroeg verspillen)

14 betekenissen bevatten `aars`

  1. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  2. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  3. dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
  4. dat gaapt als een oven (=dat is onwaarschijnlijk)
  5. iemand de wacht aanzeggen (=een laatste waarschuwing geven)
  6. aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
  7. een schot voor de boeg (=een uitspraak of vraag als eerste aanzet tot een gesprek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
  8. teken aan de wand (=een waarschuwing dat er iets gaat gebeuren)
  9. het gras in de knieën hebben (=lijden aan voorjaarsmoeheid)
  10. een roepende in de woestijn zijn (=niemand die naar je wil luisteren (bij raad/waarschuwingen))
  11. voor galg en rad opgroeien (=vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt)
  12. Als je veel eet, dan ben je lelijk als je dood bent. (=Waarschuwing tegen te veel eten.)
  13. wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? (=wat gebeurt er nu voor iets raars?)
  14. stille waters/wateren hebben diepe gronden (=zij die weinig zeggen hebben vaak het onvoorspelbaarste karakter)

Het dialectenwoordenboek kent 38 spreekwoorden met `aars`

  1. Fries: brune sterre (=aars)
  2. Aarschots: kassaastampers (=kasseistampers (legendarische bijnaam van de aarschottenaars))
  3. Zaans: aars as aars (=Anders dan anders)
  4. Amsterdams: je kan m.n zak opblazen (=je kunt mijn aars likken)
  5. Aarschots: in zenne mojerinox (=naakt)
  6. Westfries: efkes wat aars anskiete (=even wat anders aantrekken)
  7. Zeeuws: net ie-ender me dan aars (=zelfde)
  8. Kerkraads: lek miech toch em aarsj (=krijg nou wat)
  9. Lanakens: lek me gemaachs(Duits lek mich am aars) (=kus mijn gat)
  10. Aarschots: 't Is noppes (=Het is niets)
  11. Roermonds: Lék mich am aarsj (=Je kunt mij de pot op)
  12. Huizers: Ansjovis is vis as der neit aarst is (=Honger maakt rauwe bonen zoet)
  13. Aarschots: Haaft oeven teut (=Hou uw mond)
  14. Aarschots: Tege te neuste jaor (=Tegen volgend jaar)
  15. Aarschots: klikke en klakke (=hebben en houden)
  16. Aarschots: Oep de lappe gaan (=Biertjes gaan drinken)
  17. Aarschots: Da's kloewete. (=Dat is balen.)
  18. Aarschots: de petaate zooien (=de aardappelen koken)
  19. Aarschots: deu de deu deu (=door de deur door)
  20. Aarschots: Ha verkeupt nogal veul zjaar. (=Hij is een opschepper.)
  21. Aarschots: Haaft oeven teut (=Houd je mond)
  22. Aarschots: koekebakke mee raavoot (=pannenkoeken met boerenwormktuid)
  23. Aarschots: 't beibbeke (=voorgetrokken persoon of kind)
  24. Aarschots: Ge stoat in menne zjoar (=Je staat in mijn weg)
  25. Aarschots: frut mee stoofvlieës en majenais (=fritjes met stoofvlees en mayo)
  26. Munsterbilzen - Minsters: haat tich mèr goed mèt daaj, daaj hër aars zitten ter goed èn (=blijf daar maar op goede voet mee, want die zijn rijk)
  27. Aarschots: Da trekt gelakkes en tang oep e verreke. (=Dat is helemaal niet mooi.)
  28. Aarschots: tot vleejs (=tot morgen)
  29. Aarschots: koleireg weudde (=boos worden)
  30. Aarschots: van heure (of zenne) sus goon (=flauwvallen)
  31. Aarschots: Ha's poerre (=Hij is er vandoor; hij is nergens meer te vinden)
  32. Munsterbilzen - Minsters: aster nie viël te doen wos, sjikden oos aars os noë t veld vür dikke steen te raope van den akker en daaj moeste v¨r ènnet kaarspoër umkippe (=als terapie moesten we van onze ouder ook dikke keien rapen van de akkers en daarmee de karsporen vopvullen)
  33. Aarschots: op z'n klos krage (=slaag krijgen of verslagen worden)
  34. Aarschots: van ave toeker moake (=boos worden)
  35. Aarschots: zwètte loecht (=dreigende onweers- of regenwolken)
  36. Aarschots: Ik hem braa kaa oep de braa (=Ik heb het zeer koud op de stoep)
  37. Aarschots: Ha's geland (=Hij is eindelijk thuisgekomen (nadat hij ergens blijven hangen is))
  38. Munsterbilzen - Minsters: tèssen blamaasj vër zen aars vêr ze zau te verniëke (=het is een belediging voor je ouders om hen zo voor de gek te houden)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen