Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Zegt`

  1. waar je u tegen Zegt (=wat absoluut de moeite waard is)
  2. weet wat je Zegt, maar zeg niet alles wat je weet (=wees voorzichtig met woorden en je informatie)
  3. wie a Zegt moet ook b zeggen (=als je eenmaal ergens aan begonnen bent, moet je het ook afmaken)
  4. zeggen wat je doet en doen wat je Zegt (=proactief communiceren en je houden aan toezeggingen)

11 betekenissen bevatten `Zegt`

  1. waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets Zegt, moet de minder machtige zwijgen)
  2. schelen zijn de mooiste niet, maar ze worden wel het meest aangekeken (=als relativerend antwoord wanneer men Zegt dat ze het niets kan schelen)
  3. of je worst lust! (=antwoord als iemand `Wat?!` Zegt)
  4. de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas Zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
  5. een vogel kent men aan zijn veren (=het uitwendige Zegt ook iets over de aard, het karakter)
  6. zo droog als een haring (=hij Zegt bijna niks)
  7. zo gesloten als een oester (mossel) (=hij Zegt weinig en laat niets los)
  8. hij zeit wat (=honend gezegd van iemand die iets stoms Zegt)
  9. zo stom als een vis (=iemand die geen woord Zegt)
  10. Kleine potjes hebben grote oren (=je moet uitkijken met wat je Zegt als er kinderen bij zijn)
  11. de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men Zegt te zullen doen)

Het dialectenwoordenboek kent 112 spreekwoorden met `Zegt`

  1. Sinttruins: Wa (=Wat Zegt ge)
  2. Sint-Katelijne-Waver: Gaa Zegt zoê maa iêt (=Gij Zegt zo maar wat)
  3. Bilzers: nen dreigen heireng (=die Zegt of lacht niet veel)
  4. Urkers: doar proat Lub (=hij Zegt ook wat)
  5. Gents: wa zegde ? wadadde (=wat Zegt u ?)
  6. Ossies: wé zin de gé. (=wat Zegt u?)
  7. Liwwadders: of je wust lusse! (=wat Zegt u?)
  8. Lichtervelds: je zwygt lik vermord (=hij Zegt niets)
  9. Overijses: allij na (=wat je nu Zegt)
  10. Valkenswaards: Wa zedde gij (=Wat Zegt U)
  11. Brabants: wa zeede gij? (=Wat Zegt u /jij?)
  12. Bloals: wa zidde ge? (=Wat Zegt u?)
  13. Gents: de noagel op de kop sloan (=iemand die hetzelfde denkt / Zegt)
  14. Westerkwartiers: hij geft de toon aan (=hij Zegt hoe het moet gebeuren)
  15. Marine jargon (veelal Maleis): Mijn pader hij hollander, mijn moeder hij indische jongen. (=Zegt Rufi:)
  16. Oudenbosch: deerste winst is kattepis (=de eerste winst Zegt nog niets)
  17. Lokers: Dé zijn kreuzeneuzen en vroagstoarten (=Tegen een nieuwsgierig kind Zegt men)
  18. lichtervelds: kom wel tuus en de wiend vanachtre (=als iemand naar huis gaat Zegt men)
  19. Sint-Niklaas: de boter zal gon opsloagen (=als je handen jeuken....Zegt men:)
  20. Giethoorns: Rooien en valen bin-n donderstralen (=Dit Zegt men van iemand met rood haar)
  21. Bilzers: astech opzene bauk slips, maugech dat dan ook ? (=een goede houding Zegt veel over de persoon)
  22. Brugs: z'n hat goa meir open dan z'n moengt (=iemand die niet veel Zegt)
  23. Aalters: Hiij sloater noar mee sjijn klakke. (=Hij Zegt maar iets zonder te weten of het waar is.)
  24. Gents: klinkt het niet zo botst het (=iemand die vlakaf de waarheid Zegt)
  25. Helmonds: och gèrm,kom mar hier,dé'k oe opraap! (=kind valt en huilt, moeder Zegt:)
  26. Gents: da azuu ne kop op en virken stond, 'k en at vanzeleve gien uuflakke mier (=van een lelijkaard Zegt men)
  27. West-vlaams: skit in de bjitn é vint (=wat je Zegt houd geen steek)
  28. Waregems: ge zij gij nie goe zeeëre! (=wat je Zegt, raakt kant noch wal (protesterend))
  29. Westfries: Kweet geniesen of ie vurft is of teert. (=Zegt iemand die nooit in de kerk komt)
  30. Lebbeeks: broek: 'k Moein der nog in zijn (=Antwoord van iemand tegen wie men Zegt::)
  31. Sint-Niklaas: de boter zal gon opsloagen (=als het kietelt in je handpalm.... Zegt men...)
  32. Sint-Niklaas: ge pakt mé de worden uit minne mongd (=als iemand eerst Zegt wat jij wou zeggen...:)
  33. Hedels: As ge 't zééjt, geleuf'k oe gèère (=Als jij het Zegt, geloof ik het graag)
  34. Sint-Niklaas: dzjuir (=als men iemand tegenkomt of begroet Zegt men dikwijls)
  35. Munsterbilzen - Minsters: vaeg zene mond ieës aof, vördaste get zèks (=denk twee keer na, voordat je wat Zegt)
  36. Antwerps: emmenisemme en kraaige das de kunst (=Iemand die iets gekregen heeft Zegt)
  37. Geels: e kieke zoonder kop (=iemand die niet nadenkt voor hij iets Zegt of doet)
  38. Roois (Sint-Oedenrode): Bende zèlluf! (=Wat je Zegt, dat ben je zelf!)
  39. Sint-Niklaas: éed ô moeder ô nie leren bloazen tèn (=als iemand de soep even laat staan omdat ze te heet is....Zegt men)
  40. lichtervelds: gif em ne slag in ze leen en ze gat volt of (=van iemand met een tengere lichaamsbouw Zegt men)
  41. Twents: Aj niks zeit hej ok niks te verantwoord'n. (=Wanneer je niets Zegt, heb je ook niets te verwantwoorden.)
  42. Bosch: Komt uwes uit den bosch mevrouw dat uwes uwes zeet (=Komt u uit Den Bosch Mevrouw dat u u Zegt.)
  43. Bilzers: seffes brik ze nog (=ddie Zegt geen goede dag al valt ze over je benen)
  44. Kaatsheuvels: de ketsheuvelze Zegt: \ (=iemand vraagt \)
  45. Lebbeeks: mèrrebol: Ei èi ne mèrrebol in zij' gat (=Als iemand stapt met kleine, afgemeten pasjes Zegt men:)
  46. Waregems: ol da je Zegt zij je zelve (=terugfluiten met identiek verwijt)
  47. Klemskerks: droenke gezeid is nuchter gepeisd: onder invloed van drank Zegt men wat men werkelijk denkt (=dronken gezeid is nuchter gepeinsd)
  48. Gents: den diene zijne rugge is uuk nat als gij tschiept, zijn ien uuge Zegt foert tegen tandere (=iemand die scheel kijkt)
  49. Antwerps: ge hebt moar te spreken en uwe mond goat open. dat wordt geegd op altijd dezelfde aangename toon. (=je hebt veel goesting om bepaald voedsel vb mosselen met frieten. je komt thuis en je mama is dat juist aan het koken dan Zegt ze)
  50. Kerkdriels: Wittewel wá ge Zegt ? (=weet je wel wat je Zegt?)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen