78 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `WOR`
- `t Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten WORdt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
- aan een balk, die uit het bos gehaald WORdt, moet veel gehakt WORden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
- als de boter duur WORdt, leert men het brood droog eten. (=als het niet anders kan, is men ook met minder tevreden.)
- als de bruid verpatst is WORdt zij gewild. (=wat niet meer beschikbaar is lijkt aantrekkelijker voor anderen)
- als de ene hand de andere wast WORden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
- als een lam ter slachtbank geleid WORden (=weerloos zijn)
- als je geschoren WORdt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
- betalen als de paus geus WORdt (=nooit betalen)
- boeren en varkens WORden knorrend vet (=een boer die klaagt heeft daar wellicht geen reden toe)
- daar WORdt niet hard op gebikt. (=met tegenzin eten.)
- dat gebeurt pas als de Paus een geus WORdt (=dat gebeurt nooit)
- de bastaard van de graaf WORdt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
- de bijl aan de WORtel leggen (=het kwaad in de oorsprong trachten uit te roeien)
- de bijl ligt al aan de WORtel (=de straf zal spoedig volgen)
- de breedste riemen WORden uit andermans leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
- de soep WORdt nooit zo heet gegeten, als zij WORdt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
- de sterkte van de ketting WORdt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
- de teerling is geWORpen (=de beslissing is genomen)
- de vis WORdt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
- door de ouderdom WORdt de wolf grijs. (=mildheid komt met de jaren)
- door het verleden achtervolgd WORden (=problemen of fouten van vroeger blijven invloed hebben.)
- door schade en schande WORdt men wijs (=een mens leert het beste van z`n fouten)
- door vragen WORdt men wijs (=door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
- dun snijden is het behoud van de WORst. (=goed kunnen rondkomen door zuinig te zijn)
- een goed zeeman WORdt ook wel eens nat (=ieder kent zijn tegenslagen)
- een haas is graag waar hij geWORpen is. (=ieder wil graag zijn waar hij geboren is)
- een harde dobber (zijn/WORden) (=niet gemakkelijk (zijn/worden))
- een pakje WORdt een zakje. (=als je een probleem niet aanpakt kan het zich uitbreiden en erger worden.)
- een vogel die te vroeg zingt, WORdt `s avonds van de kat gegeten. (=wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)
- er heet noch koud van WORden (=zich nergens iets van aantrekken)
- er WORdt een erfenis verdeeld. (=gezegd als iets erg lang duurt)
- gestolen kunnen WORden (=van geen belang meer zijn - niet langer nodig zijn)
- gezien mogen WORden (=er goed uitzien)
- gezien WORden als een rotte appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
- gierigheid is de WORtel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
- groen en geel voor de ogen WORden (=duizelen en/of erg van schrikken)
- het bekomt hem als de hond de knuppel na het stelen van de WORst (=het valt hem zwaar tegen)
- het beste paard van stal WORdt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
- het staal WORdt in de wind gehard. (=moeilijkheden en tegenslagen kunnen je sterker maken)
- het WORdt buigen of barsten (=het ergens op wagen)
- het zal me WORstwezen (=het maakt voor mij geen enkel verschil)
- iemand een WORst voorhouden (=iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan)
- iets in de schoot geWORpen krijgen (=iets verkrijgen zonder al te veel moeite er voor te doen)
- iets niet koud laten WORden (=ergens onmiddellijk op ingaan)
- in het diepe gegooid WORden (=in een baan aan het werk moeten zonder ingewerkt te worden)
- je woorden WORden weer thuisgebracht. (=als je iets negatiefs zegt kan dat leiden tot negatieve gevolgen voor jezelf)
- jong en oud, op het eind WORdt alles koud. (=uiteindelijk gaat iedereen dood.)
- kinderen die vragen WORden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
- lach als je begraven WORdt (=dat is geen reden om te lachen)
- lieverkoekjes WORden hier niet gebakken (=zin of geen zin, je moet het doen)
305 betekenissen bevatten `WOR`
- op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt WORdt)
- het licht zien (=1: begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep 2: geboren WORden, ontstaan)
- kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen WORden overgeslagen.`)
- iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te WORden)
- een korf krijgen (=afgewezen WORden)
- een blauwe scheen lopen (=afgewezen WORden)
- een blauwtje lopen (=afgewezen WORden (in de liefde))
- het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt WORdt)
- achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna WORdt het beter)
- boven water zijn (=alles is bekend geWORden of is teruggevonden)
- overdag hebben waar men `s nachts van droomt (=alles zomaar in de schoot geWORpen krijgen)
- vele handen maken licht werk (=als een karwei samen WORdt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, WORdt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen WORden verteld is er vast wel iets van waar)
- als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je WORdt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
- aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist WORden)
- als de nood aan de man komt (=als het ernstig WORdt)
- gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later WORdt)
- mei koel en wak, veel koren in de zak. (=als het in mei nat en koud is WORdt de opbrengst hoog)
- dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog WORden opgelost)
- uitlekken (=als iets ongewenst publiekelijk bekend WORdt)
- een pakje wordt een zakje. (=als je een probleem niet aanpakt kan het zich uitbreiden en erger WORden.)
- ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd WORden omdat het al gebeurd is)
- jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg WORdt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
- waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van WORden)
- ouderdom komt met gebreken (=als je ouder WORdt ga je van alles mankeren)
- wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je WORdt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos WORden)
- een groene Kerstmis een witte Pasen. (=als Kerst warm is WORdt Pasen koud)
- oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, WORdt men ontslagen)
- de appel wegdragen/winnen (=als schoonste erkend WORden)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden WORdt)
- uitdrogen als een Harderwijker (=alsmaar vervelender WORden)
- zitten alsof men een luis in zijn oor heeft (=alsof hij door zijn geweten beschuldigd WORdt)
- altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen WORden)
- van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren WORdt)
- ten grave dalen (=begraven WORden)
- aan het licht komen (=bekend WORden van ongunstige dingen)
- op de bon gaan (=bekeurd WORden)
- eer is teer (=beledigd WORden doet pijn)
- heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan WORdt het alleen maar erger)
- in de val lopen (=betrapt WORden)
- tegen de lamp lopen (=betrapt/gesnapt WORden)
- om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd WORden)
- de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te WORden)
- in een goed blaadje staan (=bijzonder gewaardeerd WORden)
- blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je WORdt er slechter van)
- op de been blijven (=blijven staan; niet ziek WORden; niet verslagen WORden)
- zo rood worden als een kalkoense haan (=bloedrood WORden (van schaamte))
- de gal loopt over (=boos WORden)
- in de gordijnen klimmen (=boos WORden)
50 dialectgezegden bevatten `WOR`
- ''...die wit wel WOR Abram de mosterd holt'' (=Een jongen die geen voorlichting meer nodig heeft.) (Waalwijks)
- 't is om t even of je deur de katte of den hoengd WOR gebete (=het is om het even of je door de kat of door de hond WORdt gebeten) (Flakkees)
- 't WOR vroeg kloar (=de zon komt vroeg op) (Kaprijks)
- a neije WOR (=ah nee hoor) (`t-Heikes)
- as ge 't moar begrèpt wôr (=Als je het maar begrijpt he) (Bosch)
- as ich ne voeëgel WOR dan vloeëg ich wijd van haus....mér ich kan nie vlieëge en doeëmèt voeëgel ich mér taus (=je moet het leven nemen zoals het is) (Munsterbilzen - Minsters)
- as mën tant Kl...hoch, WOR 't mënë noenk (=Als...als) (Munsterbilzen - Minsters)
- as men tante kloete hoch, WOR et mene noenk (=gedane zaken nemen geen keer) (Munsterbilzen - Minsters)
- as men tante kloete hoch, WOR et mëne noenk (=Als...als) (Munsterbilzen - Minsters)
- Attet nen hond WOR hochter dich allang gebiëte (=Het ligt voor je neus en je ziet het niet) (Bilzers)
- Bertës van de Sjeiper WOR zjus dezelfde aster mèt ze piëd on kaffei bij Zjengske èn Hiëseld stond (=Bertus x werd ook geregeld door zijn paard teruggereden van bij Café Welkom in Heesveld) (Munsterbilzen - Minsters)
- da WOR e graut fijasko (=dat ging de mist in!) (Munsterbilzen - Minsters)
- da WOR ëm, gezwoeëre! (=das was hij, heel zeker!) (Munsterbilzen - Minsters)
- da WOR geen moejlëke bevalling (=de vroedvrouw kraamt er vanalles uit) (Munsterbilzen - Minsters)
- da WOR un pan mee spreeuwe (=dat WORdt niets) (Oudenbosch)
- daaj WOR ferm èn her K gebieëte (=die was kwaad, zeg!) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj WOR rap geaod (=die had zich rap thuis gevoeld) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj WOR rap riepe snaaje (=die was er vlug vanonder!) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj WOR sjaanëtëg gësmink (=ze was schandalig opgesmukt) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj WOR tër goed de K...t van èn (=zij was sterk ontgoocheld) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae ès zoe loemp assët piëd van slivënheir (en dat WOR nën iëzel) (=hij is heel dom) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae WOR mekan vannet matsje (=hij was bijna dood) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae WOR tër nie zoe sjiëtëg op (=hij was er niet zo voor te vinden) (Munsterbilzen - Minsters)
- daor WOR wa afgezeverd (=voortdurend WORdt daar gezeurd) (Oudenbosch)
- dat moês tevan koëme
dat WOR te verwaachte
dat stond ver de diër (=dat moest een keer gebeuren) (Bilzers)
- dat sjol nie viël of hae WOR morrie (=dat scheelde niet veel of hij was dood (mort)) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat WOR één graute sirk (=dat was een echte schijnvertoning) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat WOR iëver het sjroëm (=dat was erover) (Bilzers)
- dat WOR mich ën kaol bedoening (=overdreven activiteit, chichi) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat WOR te dènke (=dat was te voorzien) (Bilzers)
- de kons nie vër alleman goed doen...kiek mèr ës noeë Slievenheir, dat WOR zau ne goejë mins en toch hëbbë zë dae nog aoën ët kreis genèchëld (=je kan zoe goed zijn als je wil, als het tegenzit ben je toch de peaneut) (Munsterbilzen - Minsters)
- de man oet nog nen heiring waaj ter daus WOR (=dat is gemakkelijk) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dè WOR niks (=Dat komt nooit goed) (Bosch)
- de zoën van Mo-zés WOR Mo-ziëve (=zo dom als zijn vader) (Bilzers)
- den atste taus WOR nog èn de fleur van ze laeve waaj ter nen attak kriëg (=mijn vader was nog kerngezond toen hij een infarct kreeg) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dendienn WOR strontraupere agter den treen (=Gezegd van iemand die niet veel kan en het nooit ver zal schoppen) (Maldegems)
- der WOR gene mwajae mei vür viëraut te koëme (=ik kon niet meer vooruit) (Bilzers)
- der WOR n opstropping (=het verkeer was blijven vastzitten) (Munsterbilzen - Minsters)
- des nie zo snugger WOR (=dat is niet zo slim) (Bosch)
- deur onnerviening WOR je wies (=men leert van de praktijk) (Westerkwartiers)
- deur vroag'n WOR je wies (=vraag maar, daar leer je van) (Westerkwartiers)
- Doa WOR ich hoorendul van! (=Daar WORd ik zot van.) (Overpelts)
- doar WOR ' k mizzelk van (=daar WORd ik niet goed van) (Westerkwartiers)
- doar WOR je kregel van (=daar raak je van in de war) (Westerkwartiers)
- doë WOR mèr onderhaave man enne piëdskop (=er was bitter weinig volk) (Munsterbilzen - Minsters)
- dòr wòr de hôorne dòl van (=daar WORd je stapelgek van) (Tilburgs)
- èn de siëvetiger joeëre WOR Bilze te kleen vër de jazz-manne (=Bilzen werd in de jaren zeventig overrompeld door de festivalgangers) (Munsterbilzen - Minsters)
- en doezend WOR geen één (=en nog zo vanalles) (Munsterbilzen - Minsters)
- et hoofnauws WOR al aofgeloope (=de nieuwslezer las tussen de regels) (Munsterbilzen - Minsters)
- ët kos nog baetër, mér dan WOR ët nog dierdër (=voor wat, hoort wat) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen