Spreekwoorden met `Van à`

Zoek

23 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Van à`

  1. de draad van Ariadne (=middel om klaarheid te scheppen in een ingewikkeld iets)
  2. de kantjes er van aflopen (=zijn best niet doen)
  3. de scherpe kantjes er van afhalen. (=iets verzachten of minder extreem maken)
  4. de weg van alle vlees gaan (=sterven)
  5. de wolf/vos ruilt wel van baard maar niet van aard (=het karakter van de mensen verandert nooit)
  6. een vogel zingt zowel van armoe als van weelde. (=je kan positief zijn onder alle omstandigheden)
  7. er geen tittel of jota van afweten (=er helemaal geen kennis van hebben)
  8. er is niets van aan (=het is niet waar)
  9. familie van Adamswege. (=verre familie.)
  10. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  11. goed van aannemen (=verstandig)
  12. liever van achteren zien dan van voren (=niet goed kunnen verdragen)
  13. ogen van achteren en van voren hebben (=alles goed in de gaten houden)
  14. van a tot z (=van het begin tot het einde /met alles erop en eraan)
  15. van achter de koeien/ploeg komen (=van boerenafkomst zijn)
  16. van achteren kijkt men de koe in zijn gat (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
  17. van alle markten teruggekomen zijn (=nergens voor deugen)
  18. van alle markten thuis zijn (=veel kunnen en handig zijn of veel weten)
  19. van aver tot aver (=van ouder tot ouder)
  20. van voren niet weten dat je van achteren leeft (=erg dom zijn)
  21. van voren niet weten of men van achteren leeft (=erg dom zijn / erg ziek zijn)
  22. wat van apen komt wil luizen (wat van katten komt wil muizen) (=zijn afkomst kan men niet verloochenen)
  23. zelfkennis is het begin van alle wijsheid (=men moet eerst zichzelf kennen om verdere kennis te kunnen verwerven)

51 betekenissen bevatten `Van à`

  1. ouderdom komt met gebreken (=als je ouder wordt ga je van alles mankeren)
  2. dat zal mij een zorg wezen (=daar trek ik me niets van aan)
  3. de eigen boontjes doppen (=de eigen zaken regelen zonder hulp van anderen)
  4. er is meer gelijk dan eigen gelijk (=de mening van anderen telt ook)
  5. er is meer dan een koe die blaar/bles heet (=de mening van anderen telt ook)
  6. de wrijfpaal zijn (=de schuld krijgen (van alles))
  7. een proefballonnetje oplaten (=door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)
  8. heet gebakerd (=driftig van aard)
  9. ambt geeft verstand. (=een baan gekregen hebben zonder er iets van af te weten)
  10. voor paal/schut staan (=een blunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen))
  11. de vijl erover laten gaan (=er de scherpe kantjes van afhalen)
  12. er verdrinken er meer in het glas dan in de zee (=er gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol)
  13. de beer is los (=er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek)
  14. er geen laars van weten (=er niets van afweten)
  15. met de sok op de kop gezet (=er onbewust door toedoen van anderen voor joker bijlopen)
  16. geen boodschap aan iets hebben (=er zich niets van aantrekken)
  17. de schouders ophalen (=er zich niets van aantrekken - er niets over willen weten)
  18. van zessen klaar (=erg handig zijn en van aanpakken weten)
  19. iets langs je (koude) kleren af laten glijden (=ergens niets van aan trekken)
  20. je op glad ijs wagen/begeven (=ergens over gaan praten waar die weinig van af weet)
  21. de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  22. wie dan leeft die dan zorgt (=geen zorg om de toekomst van anderen)
  23. het is licht dansen op andermans vloer. (=geld van anderen uitgeven is makkelijk.)
  24. mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
  25. een goede dam leggen. (=goed eten (voor het drinken van alcohol))
  26. lest best (=het beste van alles komt op het einde)
  27. het uitzingen (=het einde ervan afwachten, het volhouden)
  28. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  29. men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
  30. aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
  31. je mening niet onder stoelen of banken steken (=je mening niet verbergen, openlijk voor je standpunten uit durven komen, bij voorbeeld van afkeuring van iets)
  32. als buurmans huis brand is het tijd om uit te zien. (=leer van andermans problemen)
  33. ieder meent dat zijn eigen pak het zwaarst is. (=mensen overdrijven hun eigen moeilijkheden in vergelijking met die van anderen)
  34. overboord werpen (=niet langer gebruiken, ervan afzien)
  35. zonder blikken of blozen (=onbeschaamd, zonder zich iets van anderen aan te trekken)
  36. vissen met de handen vangen (=profiteren van het werk van anderen)
  37. stilstand is achteruitgang. (=stil blijven staan ​​leidt tot relatieve achteruitgang ten opzichte van anderen die vooruitgang boeken)
  38. ellebogenwerk (=succes boeken door op slinkse wijze van anderen misbruik te maken)
  39. van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
  40. uit alle hoeken en gaten (=van alle kanten)
  41. van heinde en verre (=van alle kanten, vanuit alle landen)
  42. trillen als een juffershondje (=van angst trillen)
  43. laten waaien (=verwaarlozen, zich er niets van aantrekken)
  44. spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten. (=wel van alles willen profiteren, maar er niets voor willen doen.)
  45. wie zich aan een ander spiegelt spiegelt zich zacht (=wie uit het ongeluk van anderen lering trekt, zal minder ongeluk hebben)
  46. maling aan iets of iemand hebben (=zich nergens iets van aantrekken)
  47. iets over z`n kant laten gaan (=zich nergens iets van aantrekken)
  48. er heet noch koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
  49. god noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
  50. ijskoud zijn gang gaan (=zich nergens van aantrekken)

10 dialectgezegden bevatten `Van à`

  1. 't is verre van a gat, ge moet-er nie op zidn (=wanneer iemand hoofdpijn heeft) (Kaprijks)
  2. 't meeleken van a bille afvallen (=femurkop (dijbeenkop) breken) (Ninoofs)
  3. ‘k zie ‘t kleur van a onderbroek (=tegen iemand die geeuwt) (Kaprijks)
  4. de keis van a broeét laten eten (=je laten bedriegen) (Pamels)
  5. de zuem van a gat schijiten (=grote stoelgang hebben) (Erps)
  6. kaaf van a (=ik hou van u) (Vilvoords)
  7. neesgaut'n: 'k Zin 't aun 't slaugen van a neesgaut'n (=Ik kan het zien aan je houding / aan je blik) (Lebbeeks)
  8. parraplie (=sistèim ver van a gat te schoddere) (Dendermonds)
  9. van a uëren mauken (=reclameren) (Meers)
  10. van a zelven droeën (=bewusteloos vallen) (Ninoofs)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen