Spreekwoorden met `UN`

Zoek


179 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `UN`

  1. ad fUNdum (=tot op de bodem) (Latijn)
  2. alle winden hebben hUN weerwinden. (=soms zit het mee, soms zit het tegen)
  3. als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hUN blote billen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
  4. als bliksemafleider fUNgeren (=iemand die of iets dat de boze bui van iemand kan afleiden)
  5. als pUNtje bij paaltje komt (=als het erop aankomt)
  6. altijd hetzelfde deUNtje zingen (=steeds weer hetzelfde herhalen)
  7. bergen kUNnen verzetten (=veel taken kunnen verrichten; heel veel werk aankunnen)
  8. bij iemand nog wel kUNnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
  9. buiten iets kUNnen. (=iets kunnen missen)
  10. daar kUN je donder op zeggen (=daar mag je zeker van zijn)
  11. daar kUN je ketelaar van blijven (=dat zal niets opbrengen)
  12. dat is geen pUNt. / Daar maken we geen pUNt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
  13. de bot kUNnen gallen (=een moeilijke taak aankunnen)
  14. de dingen bij hUN naam noemen (=zeggen waar het op staat)
  15. de dingen op hUN kop zetten (=de dingen verkeerd of omgekeerd bekijken)
  16. de engeltjes schudden hUN bed op / kussens uit (=het sneeuwt)
  17. de engeltjes schudden hUN kussens uit (=het sneeuwt)
  18. de kUNst afkijken. (=leren door te observeren.)
  19. de kUNst gaat om brood (=een kunstenaar verdient moeizaam z`n brood)
  20. de pot op kUNnen (=in geen geval krijgen)
  21. de pUNtjes op de i zetten (=de details erbij zetten - orde op zaken stellen)
  22. de toets  kUNnen doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
  23. de wereld op zijn duim kUNnen draaien (=alles doen wat iemand wil)
  24. de zon in het water kUNnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
  25. de zon niet in het water kUNnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
  26. door dik en dUN (=in goede en slechte tijden / alles overhebben voor iemand)
  27. door een eiken plank kUNnen zien als er een gat in zit (=niet zo bijzonder zijn als je je voordoet)
  28. dUN door de broek lopen. (=als iets niet mee zal vallen)
  29. dUN snijden is het behoud van de worst. (=goed kunnen rondkomen door zuinig te zijn)
  30. dUN van leer en dik van smeer (=dunne boterham die dik gesmeerd is)
  31. dwazen en gekken schrijven hUN namen op deuren en hekken (=dwazen doen gekke dingen)
  32. een droge maart en een natte april is de boeren naar hUN wil (=weerspreuk)
  33. een lucifer in drieën kUNnen kloven (=erg zuinig zijn)
  34. een potje bij hen kUNnen breken (=veel getolereerd worden)
  35. een schop van een ezel kUNnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)
  36. een veer van zijn mond kUNnen blazen (=nog niet totaal uitgeput zijn)
  37. elkaar een hand kUNnen geven (=zich in een vergelijkbare situatie bevinden)
  38. er een eind/pUNt aan breien (=snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak))
  39. er een pUNt aan kletsen (=met een praatje vergoelijken)
  40. er een pUNt achter zetten (=er voorgoed mee stoppen)
  41. er een pUNthoofd van krijgen (=er compleet gek van worden)
  42. er een pUNtje aan kUNnen zuigen (=er een goed voorbeeld aan kunnen nemen)
  43. er geen hoogte van kUNnen krijgen (=iets maar niet kunnen begrijpen)
  44. er geen peil op kUNnen trekken (=er niet van op aan kunnen)
  45. er geen speld tussen kUNnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  46. er geen touw aan vast kUNnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  47. er kUNnen inkomen (=het wel kunnen begrijpen)
  48. er met de pet niet bij kUNnen (=het niet willen/kunnen snappen)
  49. er naar kUNnen fluiten (=het niet krijgen)
  50. er niet aan kUNnen tippen (=er een voorbeeld aan kunnen nemen)

338 betekenissen bevatten `UN`

  1. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kUN je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  2. niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kUNnen tippen)
  3. iemands maat niet kunnen halen (=aan iemand niet kUNnen tippen)
  4. bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kUNnen nemen)
  5. het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kUNnen weten)
  6. verandering van weide doet de koeien goed. (=afwisseling en verandering positieve effecten kUNnen hebben)
  7. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kUNnen hUN buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  8. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kUNnen doen en laten wat iemand wil)
  9. een haaienmaag hebben (=alles kUNnen verorberen)
  10. iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kUNnen) krijgen of alles mogen)
  11. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hUN deel)
  12. als het voeten heeft (=als de omstandigheden gUNstig zijn)
  13. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hUN zin)
  14. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kUN je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  15. laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kUN je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  16. wie kaatst kan/moet de bal verwachten (=als je een ander plaagt, kUN je verwachten dat die jou terug gaat plagen)
  17. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kUN je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  18. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kUNnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  19. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kUN je gemakkelijk boos worden)
  20. wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft (=als je zoveel geeft zoveel je kUNt, dan kan niemand je iets verwijten)
  21. aan het licht brengen (=bekend maken (bijz. van ongUNstige dingen))
  22. aan het licht komen (=bekend worden van ongUNstige dingen)
  23. geen mens is zijn eigen maker. (=beoordeel iemand niet om hUN uiterlijk.)
  24. op je laatste benen lopen (=bijna niet meer kUNnen van vermoeidheid)
  25. goede raad is duur (=bijna te moeilijk om raad te kUNnen geven)
  26. elk zijn meug, zei de boer en hij at paardenkeutels in plaats van vijgen. (=boeren zijn koppige mensen die hUN eigen zin doen)
  27. die perzik smaakt naar meer (=dat is gUNstig - nog van dat!)
  28. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hUN beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  29. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kUNnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  30. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gUNnen - zelf alles willen hebben)
  31. de kurk waarop de zaak drijft (=de basis (steUN) van het geheel)
  32. je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kUNnen gebruiken)
  33. ars longo vita brevis (=de kUNst blijft lang en het leven is kort)
  34. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kUNnen volgen)
  35. de poppen aan het dansen (=de ruzie of problemen kUNnen beginnen)
  36. met de helm (op) geboren zijn (=de toekomst kUNnen voorspellen / bijzonder voorzichtig zijn)
  37. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kUNnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  38. uit hetzelfde vaatje tappen (=dezelfde standpUNten of opvattingen delen.)
  39. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kUNnen samenwerken)
  40. moet is een bitter kruid. (=dingen die men moet doen kUNnen onaangenaam of vervelend zijn.)
  41. niet kunnen rijmen (=dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kUNnen begrijpen)
  42. je kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kUNnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
  43. zinken als een baksteen (=direct zinken (niet kUNnen zwemmen))
  44. in het gevlij komen (=doen wat iemand graag ziet om in de gUNst te komen)
  45. je trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hUN behandelde (bv met een streek))
  46. de wal keert het schip (=door beperkingen enigerlei niet verder kUNnen)
  47. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kUNnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  48. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kUNnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  49. door vragen wordt men wijs (=door het stellen van vragen kUN je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
  50. buurmans leed troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kUN je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)

50 dialectgezegden bevatten `UN`

  1. `meej UN umgedrâajd pèèrepluuke, wiere de geplòkke pèère opgevange.' ` (=`met een omgekeerde paraplu, werden de geplukte peren opgevangen`) (Tilburgs)
  2. `t is mar UN maeger plimpie. (= (opmerking) Een mager kind) (Ouddorps)
  3. 'k géf oe UN pèr op oe bakkes! UN bakpeer! (=ik geef je een klap op je gezicht!) (Helmonds)
  4. 'k UN ee geeën ezelke die geld skijt (=ik bulk niet van het geld) (Waregems)
  5. 'k UN koste nie vuodere (=Ik kon niets anders doen) (Eekloos)
  6. 'k zien mor UN olven (=ik voel mij niet helemaal fit) (Brugs)
  7. 'n kop as UN slegge (=Een heel groot hoofd) (Flakkees)
  8. 'n Peerd en UN hond hinkt um de stront (=Wanneer een paard of een hond maar iets aan hUN poten hebben, lopen ze mank) (Achterhoeks)
  9. 't is alt e jonk of UN aa mie 'em (=het is altijd wat met hem) (Melseels)
  10. 't is gjièn avance zei Emerance en ze kocht UN kiend (=er is niets aan te doen) (Roeselaars)
  11. 't is presies UN eilig zaUNtsjen (=dit kind lijkt op deze foto zeer braaf te zijn) (Lokers)
  12. 't is veur UN eps (=voor de knikkers spelen) (Melseels)
  13. 't UN doet (=toch niet) (Ouwegems)
  14. 't UN is a' gjeen seu'er lekk'n. (=Het is niet allemaal goud dat blinkt.) (Maldegems)
  15. 't UN is gjeene siesa (=Het is niet gemakkelijk) (Maldegems)
  16. 't UN trekt ip nietn (=dat gelijkt nergens op) (Waregems)
  17. 't UN trekt nievurs ip, dat 'n trekt ip niet (s), da gelijk (t) nievers an (=het gelijkt nergens op) (Waregems)
  18. 'T was mar UN blauwe maendag (=Als iemand ergens kort lid / bij is geweest) (Flakkees)
  19. 't Was UN rib uit mu lijf. / Ik het um weer flink uit m'n broek laten hange / (=Het heeft mij veel geld gekost...) (Utrechts)
  20. "Kwa"zei bure en ze bleef nog UN ure (=Ik ga, zei de buurvrouw en ze bleef uur) (Zeeuws)
  21. (herinnuhr mij er an) ik be net UN zeef (=Ik ben erg vergeetachtig Herinner mij er aan ik ben erg vergeetachtig.) (Utrechts)
  22. ' K zijn UN krab. (vastenavendtijd) (=ik ben een krab) (Bergs)
  23. ' ksoe kUN' n UN pèèrd de rugge oit eetn, ' k ben skeel van d' n ouwre (=ik heb zeer grote honger) (Waregems)
  24. ' t UN doet, ' t UN es geeën woar (=het is niet zo) (Waregems)
  25. achter ieder (h) oogte lei UN pit (=dip) (Zeeuws)
  26. achterna kuj UN koe in de kont kiek n (=achteraf is het gemakkelijk praten, ) (Klazienaveens)
  27. ai et UN lang blad (=hij heeft een grote mond) (Hulsters (NL))
  28. aij is nie deur UN uil uitgebroeid (=hij is niet dom) (Hulsters (NL))
  29. Al (h) èdde UN bart veur au gat (=Het zal gebeuren al is er groot verzet tegen) (Lokers)
  30. Al op UN ouwejaorsavend, toen sloogh dUN bakker zUN waif, al mee UN ete knuppel de velle van eur laif, ut waif dat wou nie soreke, de knuppel, die wouw nie breken, de knuppen, die brek ut waif, da sprak, o, wa rara dingen zain dat. wa zullewe dUN bak (=liedje met Oudjaar) (Hulsters (NL))
  31. an UN dooi verke trekke (=geen voortgang) (Riekevorts)
  32. as alles metloopt hè' we UN optocht .... (=als alles meeloopt hebben we een optocht.) (Leewarders)
  33. as der hier of deer maar UN lampie brand (=relativerende opmerking) (Westfries)
  34. As een plumppudding in elkaar zakkuh hij / zij zakte as UN plumppudding(k) in mekaor (=niet goed worden / ineen zakken) (Utrechts)
  35. As ge nie goewd nor de mister loistert, dan kriede UN draoi um oew orre (=Als je niet goed naar de meester luistert krijg je een draai om je oren) (Liessents)
  36. as oewe kop op UN vaarke ston zouwe ze ze-gge datt beesje ziek waar (=jij ziet er niet uit) (Oudenbosch)
  37. As UN garre (=Stoned zijn) (Urkers)
  38. as UN kiep leej, stao-se (=als een kip (eieren) legt, staat ze) (Tilburgs)
  39. As UNne preens op UN errepulkoel (=Prinsheerlijk) (Zurriks)
  40. as we UN èndje wijer zèèn. (=als we een eindje verder zijn.) (Tilburgs)
  41. ba, wè zèè de gè tòch UN ont mènneke (=bah, wat ben jij toch een vervelend kereltje) (Tilburgs)
  42. baschen lik UN oend (=een zware hoest hebben) (brugs)
  43. beiter UN alleve zoel dan UN kwart urvan (=beter een halve zool, dan een kwart ervan) (Volendams)
  44. beter UN kort en goei leven as UN lang en slecht (=beter een kort en goed leven dan een lang en slecht) (Brabants)
  45. beter van UN stad as van UN durrup (=beter) (Zeeuws)
  46. bezopu es UN Meleiur (=dronken als een Maleier) (Brakels (gld))
  47. bie een kromme stok UN rechte slag promberen te heven (=krom en recht) (Zeeuws)
  48. bie UN ander is t hos aaltied hroener (=gras) (Zeeuws)
  49. bie UN leuhen achterd e wereid komn (=eromheen) (Zeeuws)
  50. binne UN joar nie hih gevonde (=binnen een jaar niet heeft gevonden) (Schijndels)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen