48 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `TH`
- aan zijn eindje vasTHouden (=zijn standpunt handhaven)
- beter THuis rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd nog het beste.)
- boven zijn THeewater (=dronken)
- dat hangt als een schijTHuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
- de beest spelen/uiTHangen (=zich onbeschoft gedragen)
- de gebraden haan uiTHangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
- de grote jan uiTHangen (=je groot voordoen)
- de haan is de baas als de hen niet THuis is. (=de vrouw is de baas in huis, ook al vindt de man van niet)
- de handen THuis houden (=niet aanraken)
- een bedrijvige MarTHa zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
- een ongelovige THomas zijn (=nooit iets geloven)
- er een punTHoofd van krijgen (=er compleet gek van worden)
- ex caTHedra (=volgens uitspraak van het hoogste gezag (meestal de paus)) (Latijn)
- getrouwd zijn over de puTHaak (=onwettig samenwonen)
- goed voor de schrooTHoop (=totaal verloren)
- het de keel uiTHangen (=ergens genoeg van hebben)
- ik ben geen uiTHangbord (=ik heb meer te doen, ik blijf niet wachten/zo staan)
- in hetzelfde gasTHuis ziek liggen (=aan dezelfde kwaal lijden)
- is de paus kaTHoliek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
- je hart vasTHouden (=ernstig zorgen maken, bang zijn dat het mis gaat)
- je kan beter naar de bakker dan naar de apoTHeker gaan. (=eten is gezond, de apotheker bezoek je als je ziek bent.)
- je lijn vasTHouden (=voortgaan volgens de vanaf het begin gehanteerde aanpak)
- je mag wel ergens anders honger krijgen, als je THuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
- je moet een paard niet doodknuppelen, voordat je THuis bent. (=te veel haast kan wel eens vertraging opleveren)
- je trekken THuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))
- je woorden worden weer THuisgebracht. (=als je iets negatiefs zegt kan dat leiden tot negatieve gevolgen voor jezelf)
- kan uit NazareTH iets goeds komen? (=wanneer iemand een bepaalde opvoeding heeft gehad kan daar niks goeds van verwacht worden)
- kattenkwaad uiTHalen (=kwajongensstreken)
- met de kous op de kop THuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
- met een nat zeil THuiskomen (=dronken thuiskomen)
- met een waterzeil THuiskomen (=doornat zijn)
- met hangende pootjes THuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
- niet THuis geven (=het verwachtingspatroon niet kunnen nakomen)
- niet THuis zijn van (=geen verstand hebben van - niet willen weten van)
- oost west, THuis best (=waar je ook bent, thuis voel je beter op je gemak)
- over de puTHaak getrouwd (=onwettig samenwonend)
- pappen en naTHouden (=situatie min of meer ongewijzigd te laten zonder een beslissing te nemen of daadwerkelijk een probleem op te lossen)
- THuis is in je schuur (=dit wordt gezegd als je weinig thuis bent)
- traag gereden is vroeg THuis. (=sneller klaar zijn door eerst goed na te denken)
- uilen naar ATHene brengen. (=onzinnig werk (er zijn al wijzen=uilen genoeg in Athene))
- uilen naar ATHene dragen (=nutteloos werk verrichten)
- van alle markten THuis zijn (=veel kunnen en handig zijn of veel weten)
- van een koude kermis THuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
- vasTHouden aan een strootje (=blijven hopen op een kleine kans.)
- wel THuis kunnen blijven (=het wel kunnen vergeten)
- zo het handje THuis tost, tost het nergens (=uiteindelijk gaat er niets boven het eigen huis)
- zo oud als MeTHusalem zijn (=iemand die bijzonder oud is)
- zoals het klokje THuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis)
64 betekenissen bevatten `TH`
- met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (THuis)komen / zeer tegen zijn zin)
- je kop erbij houden (=blijven opletten, aandacht vasTHouden)
- de admiraal heeft geschoten. (=de gasTHeer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
- thuis is in je schuur (=dit wordt gezegd als je weinig THuis bent)
- over lijken gaan (=doordouwen zonder oog voor eTHiek of moraal)
- met een nat zeil thuiskomen (=dronken THuiskomen)
- een beerput opentrekken (=een geheim onTHullen of schandalen blootleggen.)
- iemand een poets bakken (=een grap met iemand uiTHalen)
- een huis met gouden balken (=een huis met hypoTHeek bezwaard)
- een huis met zilveren pannen. (=een huis waar een hoge hypoTHeek op rust)
- een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onTHullen)
- een man als David (=een sterke kerel (David doodde de reus GoliaTH))
- een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (MarTHa= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
- je schaapjes scheren (=er de winst uiTHalen)
- akte van iets nemen (=er nota van nemen - onTHouden)
- de wijsheid in pacht hebben (=erg verstandig zijn of alTHans doen alsof)
- een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet THuis voelen)
- je kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=eten is gezond, de apoTHeker bezoek je als je ziek bent.)
- lelijke streken op zijn kompas hebben (=gemene en lelijke streken uiTHalen)
- een tong als een scheermes (=gezegd van iemand die venijnig uiTHaalt met woorden)
- in de oren knopen (=goed onTHouden)
- de rode draad (in een verhaal of betoog) (=het centrale THema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
- zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als THuis)
- eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als THuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
- de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onTHoofd` voor gebruik))
- een verdieping op zijn huis zetten (=hypoTHeek nemen)
- een echte huismus (=iemand die het THuis naar zijn zin heeft, geen uitgaanstype)
- als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet THuis hoort)
- iemand op de hak nemen (=iemand er tussen nemen (grap uiTHalen) of spottend over iemand praten)
- iemand (aan) de pols voelen (=iemand uiTHoren)
- iemand in de tang nemen (=iemand zo vasTHouden dat hij of zij niet kan ontsnappen. / Iemand in zijn macht hebben)
- iets in het oor knopen (=iets goed onTHouden)
- iets niet tegen/aan dovemans oren zeggen (=iets wordt erg goed onTHouden)
- je als een kat in een vreemd pakhuis voelen (=je ergens niet THuis voelen)
- `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je THuis komen bezorgen)
- jesus nazarenus rex judaeorum (=jezus van NazareTH, koning der Joden)
- met gouden balken (=met een hypoTHeek (met lening))
- iemand een hak zetten (=met iemand een gemene streek uiTHalen)
- iemand in de boot nemen (=met iemand een grap uiTHalen)
- iemand in het ooitje nemen (=met iemand een grap uiTHalen of voor de gek houden)
- uit de pot van Egypte eten (=nog THuis eten bij de ouders die voor je zorgen)
- een gat in de lucht springen (=ongeremd enTHousiast zijn)
- nattevingerwerk zijn / Met de natte vinger doen (=onnauwkeurig, overhaast of zonder de geschikte meTHode of middelen uitgevoerd werk)
- uilen naar Athene brengen. (=onzinnig werk (er zijn al wijzen=uilen genoeg in ATHene))
- beter rapen aan eigen dis dan elders vlees of vis (=oost West THuis best)
- het paard ruikt de stal (=opschieten om gauw THuis te komen)
- op je stokpaardje zitten (=over je lievelingsTHema spreken)
- volgens het boekje (=overeenkomstig de THeorie of overeenkomstig de voorschriften)
- een garnaal heeft ook een hoofd (=schertsend gezegd van een kind dat koppig aan zijn mening vasTHoudt)
- zachte heelmeesters maken stinkende wonden (=sommige problemen kunnen niet met zachTHeid opgelost worden)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen