Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Pinne`

  1. bij de wilde sPinnen af (=bar)
  2. dat vlas is niet te sPinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  3. er geen zijde bij sPinnen (=er weinig mee verdienen)
  4. er is geen goed garen mee te sPinnen. (=iemand die niet in staat is goed samen te werken)
  5. ergens garen bij sPinnen (=er flink aan verdienen)
  6. ergens zijde bij sPinnen (=ergens goed aan verdienen of een groot voordeel mee hebben)
  7. geen oud wijf bleef aan het sPinnewiel (=iedereen kwam kijken)
  8. het is goed sPinnen van een andermans garen (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)

Het dialectenwoordenboek kent 11 spreekwoorden met `Pinne`

  1. Bilzers: Aste onder de Pinnekesdroëd dürkrups, moeste oplette vür de stroom en de Pinnekes (=het gras aan de overkant is altijd groener)
  2. Lebbeeks: Pinne: Vé de Pinne kommen (=Op de proppen komen)
  3. Snekers: Pin mie euven een meijer! (=Wil je even voor me Pinnen)
  4. Maas en waals: zoh zât as un Pinnekuh (=zeer dronken)
  5. Gents: da des en Pinne (=hij is overdreven spaarzaam)
  6. Oudenbosch: zo zat asun Pinneke (=zo dronken als een tor)
  7. Twents: eene flink an de Pinne loat'n roek'n. (=iemand hard laten werken)
  8. Nieuw-vossemeers: Da's d'r neffe Pinneke Testers (=je hebt het fout, je vergist je)
  9. Hulsters (NL): kèn nun Pinneke had (=ik ben door een bij (wesp) gestoken)
  10. Tilburgs: bij de kappesiene koste biechte bij unne dôove paoter, dè schilde hil wè in de Pinnetènsie. (=bij de kapucijnen kon je biechten bij een dove pater, dat scheelde flink wat in de opgelegde penitentie)
  11. Tilburgs: hij gôot de klaore toepertoe dur zen kèlsgat èn was in ginnetèèt zo zat as un Pinneke. (=hij goot de jenever in grote hoeveelheden naar binnen en was spoedig heel erg dronken.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen