Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Keren`

  1. als een blad van een boom veranderen/omKeren (=geheel anders gaan gedragen)
  2. binnen de kortste Keren (=heel snel, bijna onmiddellijk)
  3. binnen de kortste Keren (=bijna onmiddellijk)
  4. dan moet de wal het schip maar Keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  5. de rollen omKeren (=wat de een normaal doet doet de ander nu en andersom)
  6. het kan verKeren (=het kan veranderen, de dingen blijven niet zoals ze zijn)
  7. het tij Keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
  8. iemand bijspijKeren (=iemand met geld of kennis ondersteunen)
  9. iemand de nek toeKeren (=zich minachtend van iemand afwenden)
  10. met zijn talenten woeKeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken)
  11. verKeren kunnen (=omstandigheden kunnen snel veranderen)
  12. zich in zijn graf omKeren (=zelfs na zijn dood er nog door geschokt zijn)
  13. zijn rokje omKeren (=lid van een andere (bv politieke) partij worden)

13 betekenissen bevatten `Keren`

  1. ouderdom komt met gebreken (=als je ouder wordt ga je van alles manKeren)
  2. van zijn voetstuk stoten (=de macht ontnemen - ontmasKeren)
  3. reageren met de voeten (=door ergens weg te gaan, weg te blijven of niet meer terug te Keren, aangeven dat men niet tevreden is)
  4. er zonder kleerscheuren afkomen (=helemaal niets manKeren na een ongeluk)
  5. in de laagte zijn (=in armoedige toestand verKeren)
  6. geramd zitten (=in een gunstige positie verKeren)
  7. Tussen hemel en aarde hangen (=In een lastige situatie verKeren)
  8. zo veeg als een luis op een kam (=in groot gevaar verKerend)
  9. met het mes in de buik zitten (=in grote angst verKeren)
  10. Zijn maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=In moeilijke financiële omstandigheden verKeren waardoor men weinig eten kan kopen.)
  11. quod deus bene vertat (=laat God het ten goede Keren)
  12. aan de scharrel zijn (=verKeren zonder verloofd of getrouwd te zijn)
  13. vaste grond onder de voeten hebben (=weten waar men op steunt - in een goede positie verKeren)

Het dialectenwoordenboek kent 10 spreekwoorden met `Keren`

  1. Geldermalsens: korse kere (=kersen Keren)
  2. Klemskerks: 't zien goe' geeëstn die keeërn: gezegd als welkomstgroet als iemand na enige tijd terugkeert naar de plek van de spreker. (='t Zijn goede geesten die Keren)
  3. Lebbeeks: boerke: da kind moe nog 'n boerke laut'n (=Dat kindje moet z'n maag nog laten Keren)
  4. Westerkwartiers: 't is aans as aans (='t is anders dan andere Keren)
  5. Iepers: zin karre Keren (=veranderen van gedacht)
  6. Sint-Niklaas: zijne mutten loate Keren (=een boer laten)
  7. Brugs: van tiene elf Keren (=vast en zeker)
  8. West-Vlaams: ze karre Keren (=veranderen van mening/ houding)
  9. Tilburgs: unne jas zo grôot dè-k ur wèl koosje-koosje meej kos gòn zinge. (=een jas zo groot dat ik er mij wel in kon Keren.)
  10. Munsterbilzen - Minsters: aste nau en dan ès trëg kieks op ze laeve, laefste twei kër (=wie van herinneringen kan genieten, leef meerdere Keren)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen