Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


19 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `God`

  1. als God in frankrijk (=zorgeloos)
  2. Dat is de Goden verzoeken (=te grote risico's nemen)
  3. de mens wikt, maar God beschikt. (=de mensen maken allerlei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
  4. de vinger Gods (=het werk van God)
  5. een gedwongen eed is God leed (=een afgedwongen belofte wordt niet gehouden)
  6. God betere het (=laten we vooral hopen van niet)
  7. God noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
  8. Gods water over Gods akker laten lopen (=de dingen op hun beloop laten)
  9. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. (=er gebeuren soms rare dingen.)
  10. het grondsop is voor de Goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
  11. hij is van God los. (=hij is gek, je boven de wet bevinden)
  12. ieder voor zich en God voor ons allen (=niemand helpt elkaar)
  13. leven als een God in Frankrijk (=een aangenaam en zorgeloos leven hebben)
  14. mindere Goden (=de wat minder sterke of slimme)
  15. om geen God of gebod geven (=goddeloos leven)
  16. van God en alle mensen verlaten (=afgelegen; stil)
  17. van God noch zijn gebod weten (=slechte dingen durven doen)
  18. van je buik een afGod maken (=erg veel geld uitgeven aan lekker eten en drinken)
  19. van zijn buik een afGod maken (=erg graag eten)

11 betekenissen bevatten `God`

  1. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest. (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  2. niet door mensenhanden gebouwd (=door God of natuur tot stand gebracht)
  3. om geen god of gebod geven (=Goddeloos leven)
  4. de vinger gods (=het werk van God)
  5. hoer en tollenaar zijn onze lieve Heer ook dierbaar (=hoe slecht je afkomst is, God houdt van je)
  6. in nomine dei (=in de naam van God)
  7. quod deus bene vertat (=laat God het ten goede keren)
  8. in geen kerk of kluis komen (=niet Godsdienstig zijn)
  9. ad majorem dei gloriam (=tot meerdere eer van God)
  10. in een geur van heiligheid (=uiterst Godvruchtig)
  11. volente deo (=zo God het wil)

Het dialectenwoordenboek kent 84 spreekwoorden met `God`

  1. Waregems: oe es't Godsmeuëlijk! (=het is Godgeklaagd!)
  2. Walshoutems: In gotserenaeme (=In Godsnaam)
  3. Tegels: Godsammezegene (=Verdomme)
  4. Brees: Noe zeik mich toch hiel de stoof oet (=Dat is Godgeklaagd!)
  5. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb em mene God ès goed lotte viele (=de filosoof voelde zich Godalmachtig)
  6. Waregems: Godseentui ! (=wens na niesbui)
  7. Deinzes: Meulijk! (=hoe is dat in Godsnaam mogelijk)
  8. Bilzers: Godsgenoje (nog on tau) (=lieve hemel)
  9. temse: Godde gaa (=ga jij)
  10. Sint-Niklaas: Godde...? (=ga je...?)
  11. Brabants: Godnondeju nou (=het zit me niet mee)
  12. Roermonds: Godweit, Godwèt (=misschien, wie weet)
  13. Sint-Niklaas: Goddies uit minne weg (=laat mij eens door)
  14. Veurns: Godgeklaagd zien (=heel jammer zijn)
  15. Lovendegems: de Godganschen (=de gehele dag*)
  16. Siebengewalds: Godde met? (=Ga je mee?)
  17. Munsterbilzen - Minsters: das Godgeklaog ! (=dat is heel erg !)
  18. Westlands: Godganse dag het leplazerus werreke (=Hele dag hard werken)
  19. Sint-Niklaas: Godmariei (=hoe is het mogelijk....niet waar hé?)
  20. Sint-Niklaas: Godde ne keer...? (=ga je eens...?)
  21. Munsterbilzen - Minsters: hae zitten heile daog èn zen knip, hae vertrèk geen paut (=hij zit de Godganse dag thuis, hij verzet geen voet)
  22. Sint-Niklaas: Godder nog on beginnen of oe zit da 'd ier (=werk nu door)
  23. Achterhoeks: God's wark. (=Vrouw met een flink achterwerk.)
  24. Lebbeeks: lam Gods: Van 't lam Gods geslauge zijn (=Stomverbaasd, sprakeloos zijn)
  25. Bilzers: kiek haaj ès rondtech, haaj ès gene Godsëtëge mins te zien (=in heel Bilzen is geen ziel te bekennen)
  26. Sint-Niklaas: doar Godde lijnen mé roûn (=dat gaat voor u verkeerd aflopen (moeilijkheden mee krijgen))
  27. Sint-Niklaas: dor Godde nog leinen mè roûn (=daar ga je nog problemen mee krijgen)
  28. Veurns: me zieële Gods (=waarlijks)
  29. Lovendegems: Van 't Lam Gods geslegen zijn (=van de hand Gods geslagen zijn*)
  30. Sint-Niklaas: zoû Goddur dun eirmen tijd in bringen (=als je zo verder doet zal ons geld rap op zijn)
  31. denderleeuws: zeegdabewourda (=God zegene u)
  32. Steins: es God bleef ! (=als het God belieft !)
  33. Kanners: es God bleef (=als God het wil)
  34. Geuls: es God bleef (=als het God belieft)
  35. Bilzers: Laeve waaj God èn Frankrèk (=Leven als God in Frankrijk)
  36. Munsterbilzen - Minsters: Gods genojetig ! (=in 's hemels naam !)
  37. Bilzers: van de hand Gods geslaoge (=van de wijs)
  38. Lichtervelds: je stoend doa lik ne bezikte zak (=hij was van de hand Gods geslagen)
  39. Lebbeeks: God lieven adieë! (=Hemeltjelief!)
  40. Munsterbilzen - Minsters: van de hand Gods geslaoge (=van de wijs)
  41. kerkraads: hoore sjong (=o mijn God)
  42. Oudenhoofs: Tcheneworre (=God zegene en beware u)
  43. Zottegems: ij es (z'es) van 't hand Gods geslegen (=hij (zij) is verbouwereerd)
  44. Waregems: van 't lam Gods uslee(g)n zijn (=er verbouwereerd bij staan)
  45. Kortrijks: è wel jeire (=Oh, mijn God !)
  46. Kerkraads: mienge leeve jot nog an tsow (=mijn God)
  47. Machels (Zulte): t'seentse waore (=God zegen en bewaar u)
  48. Zichers: jeumes merria (=Oh mijn God !)
  49. Lichtervelds: jis vant lam Gods gesleegn (=hij is helemaal verbijsterd)
  50. Dendermonds: Oe is da na toch va Gods megelaik? (=hoe is het mogelijk)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen