30 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `FL`
- als bliksemaFLeider fungeren (=iemand die of iets dat de boze bui van iemand kan afleiden)
- bij elkaar FLansen (=samenrapen)
- dat is een haspel in een FLes (=dat is een raadsel)
- de deksel van de pot aFLichten. (=bekendmaken wat voorheen verborgen was)
- de geest is uit de FLes (=dit is niet meer controleerbaar)
- de kantjes er van aFLopen (=zijn best niet doen)
- de oude Adam aFLeggen. (=slechte gewoonten of gedrag achterlaten om positieve veranderingen aan te brengen.)
- de oude mens aFLeggen (=(en de nieuwe aantrekken) een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
- de snoeren zijn mij in lieFLijke plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
- een aFLossing van de wacht (=een vervanging van de ene persoon door een andere)
- een FLater slaan (=een nogal domme fout maken)
- een FLes de nek breken (=uitdrinken)
- een FLuitje van een cent (=een eenvoudige taak)
- een FLuwelen tong hebben (=met gladde woorden mensen kunnen overtuigen)
- een kluwtje dat vanzelf aFLoopt. (=iets wat zich vanzelf oplost)
- er geen FLuit van begrijpen (=iets niet begrijpen)
- er naar kunnen FLuiten (=het niet krijgen)
- FLink wat achter de knopen hebben (=veel gegeten en gedronken hebben)
- het masker afdoen/aFLeggen/afnemen (=zijn ware gezicht tonen)
- iemand iets in het oor FLuisteren (=iemand iets zachtjes zeggen, heimelijk laten weten)
- in het oor FLuisteren (=zachtjes (heimelijk) zeggen)
- je rolletje laten aFLopen (=volop genieten)
- met een sisser aFLopen (=uiteindelijk viel het mee)
- op de FLes gaan (=failliet gaan)
- op dezelfde golFLengte zitten (=het grotendeels eens zijn)
- op FLuweel zitten (=het erg goed en gemakkelijk hebben)
- op je boerenFLuitjes (=slordig)
- stad en land aFLopen. (=geen moeite sparen om iets te bereiken)
- vingers en duimen aFLikken (=iets erg graag lusten)
- wat helpt FLuiten, als het paard niet pissen wil. (=een zinloze oplossing)
37 betekenissen bevatten `FL`
- haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conFLicten)
- op de poot spelen (=bij de kleinste tegenslag FLink te keer gaan/razen)
- dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aFLopen)
- dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een FLink deel van zijn fortuin)
- eind goed, al goed (=de tegenslagen zijn gauw vergeten als het goed aFLoopt)
- een rad uit de wagen. (=een FLinke tegenvaller)
- je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes FLirten, daar moet het bij blijven.)
- de bom is gebarsten (=een langdurige spanning of conFLict is tot een uitbarsting gekomen)
- een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conFLict/onenigheid zijn)
- het achtste wereldwonder (=een ongelooFLijk prachtig iets)
- een vaantje strijken (=FLauw vallen, sterven, het opgeven)
- van zijn stokje gaan (=FLauwvallen)
- in de patatten vallen (=FLauwvallen)
- de hand aan de ploeg slaan (=FLink aan het werk gaan)
- in de bus blazen (=FLink betalen)
- de huid vol schelden (=FLink uitschelden)
- averechts uitpakken (=helemaal verkeerd aFLopen. Tegengesteld uitpakken)
- als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na aFLoop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na aFLoop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- het zeil strijken (=het opgeven / FLauw vallen / van iemand verliezen)
- als bliksemafleider fungeren (=iemand die of iets dat de boze bui van iemand kan aFLeiden)
- iemand onder handen nemen (=iemand FLink aanpakken / mishandelen)
- iemand zijn vet geven (=iemand FLink de waarheid zeggen)
- iemand iets in het oor bijten (=iemand iets op bitsige wijze inFLuisteren)
- de steen des aanstoots (=iets dat anderen hindert, in conFLict brengt of verdeeldheid zaait)
- in het ootje (=inFLuisteren)
- het zijn niet al ridders die sporen dragen (=je kunt niet alleen aan iemands uiterlijk aFLeiden of hij ergens geschikt voor is)
- snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak FLinke mannen)
- zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeFLijk)
- de lachende derde (=persoon die buiten een conFLict staat, maar profiteert van de uitkomst)
- bij de pinken zijn (=snel dingen begrijpen, Handig en FLink zijn, Vroeg opstaan)
- uit vuile lepels eten (=staat U te wachten als het slecht aFLoopt)
- tekst en uitleg geven (=verantwoording aFLeggen)
- je moet geen `hei` roepen voordat je de brug over bent (=vreugde over een goede aFLoop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan)
- wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen aFLuistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
- iemand mores leren (=wraak op iemand nemen en/of FLink zeggen hoe het er voor staat)
- een oud wijf zijn (=zich niet FLink gedragen - zeuren)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen