15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` horen`
- dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen (=dat is al te gek)
- dat horen en zien je vergaat (=erg luid)
- de horens laten zien (=zich vijandig tonen)
- de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
- de koe bij de horens vatten (=met de lastige zaak beginnen)
- er een muisje van hebben horen piepen (=er iets van gehoord hebben)
- het gras kunnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
- het in Keulen horen donderen (=met stomheid geslagen zijn)
- iemand koeien met gouden horens beloven (=iets moois beloven maar niet nakomen)
- iemands geluid niet horen (=niet naar iemand willen luisteren)
- koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven)
- oude bokken hebben stijve horens (=oude mensen hebben vaak vaste gewoontes die maar moeilijk kunnen veranderen)
- wie niet horen wil, moet voelen (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden)
- ziende blind en horende doof zijn (=slechte dingen niet willen zien en horen)
- zo stil dat je een speld kunt horen vallen (=bijzonder stil)
14 betekenissen bevatten ` horen`
- zwijgen in alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zich laten horen)
- het ene oor in, het andere weer uit (=het wel horen en meteen weer vergeten)
- aan een oor doof zijn (=iets niet willen horen)
- tussen servet en tafellaken zijn (=niet bij de kleintjes maar ook niet bij de groten horen)
- geen teken van leven meer geven (=niets meer van zich laten horen)
- taal noch teken van iemand vernemen (=niets van iemand horen/zien)
- met de noorderzon vertrekken (=onaangekondigd vertrekken en niets meer van zich laten horen)
- met iemands woorden naar de markt gaan (=overal rondvertellen wat men elders horen zeggen heeft)
- ziende blind en horende doof zijn (=slechte dingen niet willen zien en horen)
- voor dovemans oren spreken (=spreken tegen personen die niet willen horen)
- te veel pannen op het dak (=te veel die het kunnen horen)
- de mond roeren (=van zich laten horen, spreken)
- het ene oor in en het andere weer uit. (=wel horen maar niet luisteren)
- wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
Eén dialectgezegde bevat ` horen`
- iet maor alf en alf beghrijpen, horen etc. (=iets niet te best begrijpen, horen etc.) (Hulsters (NL))
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen