Spreekwoorden met `bij`

Zoek


117 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` bij`

  1. aan de vishaak bijten (=zich laten vangen, toehappen)
  2. al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
  3. alle zeilen bijzetten (=de uiterste best doen om iets toch te bereiken)
  4. als bij toverslag (=zeer snel, plotseling)
  5. als bijen naar de honing komen (=met velen komen en sterk gemotiveerd zijn)
  6. als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
  7. als puntje bij paaltje komt (=als het erop aankomt)
  8. blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
  9. boter bij de vis (=betaling bij de levering)
  10. botje bij botje leggen (=samen geld bijeen leggen om te betalen)
  11. daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
  12. de bijl aan de wortel leggen (=het kwaad in de oorsprong trachten uit te roeien)
  13. de bijl ligt al aan de wortel (=de straf zal spoedig volgen)
  14. de bijl naar de steel werpen (=iets geheel opgeven)
  15. de bramzeilen bijzetten (=alles op alles zetten)
  16. de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
  17. de dingen bij hun naam noemen (=zeggen waar het op staat)
  18. de druiven zijn zuur (zei de vos maar hij kon er niet bij) (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
  19. de duiten bijten hem (=hij verspilt zijn geld)
  20. de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
  21. de hoofden bij elkaar steken (=overleg plegen)
  22. de kat bij de melk zetten (=iemand in verleiding brengen)
  23. de kat bij het spek zetten (=iemand in verleiding brengen)
  24. de koe bij de horens vatten (=met de lastige zaak beginnen)
  25. de koppen bij elkaar steken (=overleggen)
  26. de mens zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
  27. de stoppen slaan bij hem door (=hij verliest zijn zelfbeheersing)
  28. de vis begint te stinken bij de kop (=het loopt het eerst mis bij de leiding)
  29. dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
  30. een aal bij de staart hebben (=een lastige taak ondernemen)
  31. een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen)
  32. een geluk bij een ongeluk (=terwijl iets mis gaat, gaat iets anders goed)
  33. een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
  34. een lichtje opgaan bij iemand (=iets wordt duidelijk en helder)
  35. een mens is alleen onmisbaar bij zijn begrafenis (=niemand is onmisbaar.)
  36. een oortje in vieren zouden bijten (=erg gierig zijn)
  37. een potje bij hen kunnen breken (=veel getolereerd worden)
  38. een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
  39. een tandje bijzetten (=extra inspanning leveren. (de gashendel een tand verschuiven))
  40. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  41. elkaar bij de neus nemen (=elkaar voor de gek houden)
  42. er als de kippen bij zijn (=er razendsnel bij zijn)
  43. er een kleine jongen bij zijn (=er niet aan kunnen tippen)
  44. er een kruisje bij zetten (=er attent op maken)
  45. er een vouwtje bij leggen (=niet meer over spreken)
  46. er geen tekeningetje bij moeten maken (=het is overduidelijk)
  47. er gloeiend bij zijn (=op heterdaad betrapt zijn)
  48. er komen met krabben en bijten (=er met heel veel moeite komen)
  49. er loopt bij hem een streep door (=hij is een beetje gek)
  50. er met de botte bijl op inhakken (=ruw te werk gaan)

174 betekenissen bevatten ` bij`

  1. in de kiem smoren (=al van bij het begin doen stoppen)
  2. geen klaviertje over slaan (=alle bijzonderheden in acht nemen)
  3. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  4. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  5. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  6. op de kloosters reizen (=altijd bij vrienden of kennissen logeren)
  7. dat is een echte haai (=assertief en bijdehand mens)
  8. onder dak zijn (=bescherming genieten - behoren bij)
  9. boter bij de vis (=betaling bij de levering)
  10. bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  11. bij kris en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
  12. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  13. steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
  14. zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
  15. dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  16. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
  17. dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
  18. dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  19. het beste paard van stal. (=de beste die er bij is)
  20. de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
  21. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  22. de plooien glad strijken (=de ruzie bijleggen)
  23. er de wind onder hebben (=de schrik erin hebben zitten bij ondergeschikten)
  24. met de helm (op) geboren zijn (=de toekomst kunnen voorspellen / bijzonder voorzichtig zijn)
  25. onder de wal zijn (=dicht bij de wal zijn)
  26. op een kluitje (=dicht bij elkaar)
  27. uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  28. wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  29. zoete broodjes bakken (=dingen zeggen om een goede indruk achter te laten bij mensen met invloed)
  30. men vangt meer vliegen met honing/stroop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden)
  31. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  32. jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  33. een verborgen agenda hebben (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband)
  34. je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  35. vechten tegen de bierkaai (=een gevecht aangaan dat al bij voorbaat verloren is)
  36. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  37. een wit voetje halen (=een goede indruk maken bij de leider(s))
  38. een koopman een loopman. (=een goede verkoper gaat bij zijn klanten langs)
  39. je in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
  40. de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
  41. een loodje in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren)
  42. een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
  43. de nacht is een goede raadsman. (=een nachtje slapen is goed bij het nemen van beslissingen)
  44. het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
  45. een hazenslaapje (=een slaap, die zo licht is, dat men bij `t minste geluid wakker wordt)
  46. het verkorven hebben (=een slechte beurt gemaakt hebben bij iemand)
  47. er met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  48. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  49. gewicht in de schaal leggen (=een wezenlijk deel bijdragen)
  50. Poolse landdag (=een wilde, ongeregelde bijeenkomst)

7 dialectgezegden bevatten ` bij`

  1. 't Giet ow goed, bi'j al wa-j doet. (=Het gaat je goed, bij alles wat je doet.) (Vechtdals)
  2. as 't (ne kieër) past (=als het uitkomt, bij gelegenheid) (Wichels)
  3. assët op sjoêpsjaere aon kump (=als het er op steekt, bij tijds zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. B'ons, búllie en b'alleman bikke ze butjes (=Bij ons, bij jullie, overal eten ze ribjes) (Brabants)
  5. Ik zen geboren in de Zelm, de de vo en moe van os pa, die van os ma die weunde op de Hoef (=Ik ben geboren in de Zelm, bij de moeder en de vader van mijn vader.Mij moeder haar ouders woonde in Achterbos) (Mols)
  6. ons dochter dient bè rijke mengsen (=onze dochter dient, als meid, bij groot volk) (Sint-Niklaas)
  7. tonzet (=bij ons thuis, bij mij thuis) (Waanroods)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen