704 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `and`
- iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iemand)
- iemand pootje lichten (=iemand doen struikelen)
- iemand spreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zodat niemand anders het hoort)
- iemand te grazen nemen (=iemand een gemene streek leveren, op gemene manier er tussen nemen)
- iemand te paard helpen (=iemand een goede baan helpen krijgen)
- iemand te paard helpen. (=iemand helpen, steunen)
- iemand te woord staan (=naar iemand luisteren en uitleg geven)
- iemand tegen het lijf lopen. (=onverwacht iemand tegenkomen)
- iemand tegen zich in het harnas jagen (=iemand door eigen toedoen boos maken)
- iemand tekort doen (=iemand te weinig geven of begrijpen)
- iemand ter aarde bestellen (=iemand begraven)
- iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
- iemand troef geven (=iemand afstraffen)
- iemand uit bed lichten (=iemand `s nachts laten opstaan)
- iemand uit de brand helpen (=iemand uit de nood helpen)
- iemand uit de droom helpen (=iemand vertellen hoe het écht in elkaar zit)
- iemand uit de loog borstelen (=hem nieuwe kleren geven)
- iemand uit de tent lokken (=het voor elkaar krijgen dat iemand ergens een uitspraak over doet)
- iemand uit het zadel lichten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
- iemand uit het zadel werpen (=iemand wegwerken, iemand in verlegenheid brengen)
- iemand uit kuieren sturen (=iemand wandelen sturen - niet geven wat hij verlangt)
- iemand uitmaken voor rotte vis (=iemand uitschelden voor alles wat mooi en lelijk is)
- iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
- iemand van de sokken slaan (=iemand vellen, neerslaan)
- iemand van haver tot gort kennen (=iemands persoonlijkheid helemaal kennen)
- iemand van het hoofd tot de voeten meten (=iemand heel nauwkeurig onderzoeken)
- iemand van het kastje naar de muur sturen (=iemand voor niets heen en weer laten lopen)
- iemand van kant maken (=iemand doden)
- iemand van katoen geven (=iemand met een pak slaag of woorden straffen)
- iemand van kwade trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
- iemand van repliek dienen (=iemand gevat antwoorden)
- iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
- iemand van zijn stuk brengen (=iemand onzeker maken)
- iemand verlakken (=iemand onwaarheden wijs maken of bedriegen)
- iemand villen (=iemand te veel laten betalen / Iemand afpersen)
- iemand vol lood pompen (=iemand genadeloos neerschieten)
- iemand voor het hoofd stoten (=iemand beledigen of kwetsen)
- iemand voor het lapje houden (=iemand iets wijs maken of voor de gek houden)
- iemand voor het naadgaren zetten (=iemand voor de schulden laten opdraaien)
- iemand voor paal zetten (=iemand belachelijk maken of vernederen.)
- iemand voor vol aanzien (=iemand serieus nemen en respecteren.)
- iemand warm maken (=iemands interesse opwekken)
- iemand wel achter het behang kunnen plakken (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben)
- iemand wel kunnen schieten (=zich bijzonder ergeren aan iemand)
- iemand wel kunnen villen (=erg kwaad zijn op iemand / Een erge hekel hebben aan iemand)
- iemand zand in de ogen strooien (=iemand iets wijsmaken, iemand bedriegen)
- iemand zien aankomen (=weten waar hij over zal beginnen, zich er alvast tegen wapenen)
- iemand zijn vet geven (=iemand flink de waarheid zeggen)
- iemand zwart maken (=lelijke dingen over iemand vertellen)
- iemands bloed wel kunnen drinken (=iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen)
1032 betekenissen bevatten `and`
- iemand de pap in de mond geven (=iemand een gemakkelijke oplossing zomaar aanbieden)
- iemand te grazen nemen (=iemand een gemene streek leveren, op gemene manier er tussen nemen)
- iemand de handen zalven (=iemand een geschenk geven in de hoop een gunst te bekomen)
- iemand te paard helpen (=iemand een goede baan helpen krijgen)
- vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven.)
- iemand een hengst verkopen. (=iemand een harde klap geven)
- iemand om een boodschap sturen (=iemand een opdracht laten uitvoeren)
- iemand een bokking geven (=iemand een standje geven)
- iemand iets aan de hand doen (=iemand een suggestie geven)
- iemand een worst voorhouden (=iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan)
- iemand een kroon opzetten (=iemand eer bewijzen)
- iemand op de hak nemen (=iemand er tussen nemen (grap uithalen) of spottend over iemand praten)
- iemand in het naadgaren komen (=iemand erg hinderen)
- iemand de stuipen op het lijf jagen (=iemand erg laten schrikken en/of bang maken)
- iemand met een zwarte kool tekenen (=iemand erg ongunstig voorstellen)
- iemands geheugen opfrissen (=iemand ergens aan herinneren)
- iemand op het verkeerde been zetten (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt)
- iemand de handschoen toewerpen (=iemand ergens toe uitdagen of met iemand de strijd willen aangaan)
- iemand in de ogen steken (=iemand ergeren)
- iemand een grote neep geven (=iemand ernstig afbreuk doen)
- de stuipen op het lijf jagen (=iemand felle schrik aanjagen)
- iemand onder handen nemen (=iemand flink aanpakken / mishandelen)
- iemand zijn vet geven (=iemand flink de waarheid zeggen)
- met één voet in het graf staan (=iemand gaat bijna dood)
- iemand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoert)
- de vloer aanvegen met iemand (=iemand gemakkelijk kloppen/verslaan)
- iemand vol lood pompen (=iemand genadeloos neerschieten)
- iemand van repliek dienen (=iemand gevat antwoorden)
- je meester gevonden hebben (=iemand gevonden hebben die beter is, het beter doet)
- in zijn zak hebben (=iemand goed kennen, iets helemaal begrijpen, iets voor elkaar hebben)
- het op iemand begrepen hebben (=iemand goed kunnen verdragen / iemand is altijd de pineut)
- de kat in de gordijnen jagen (=iemand goed kwaad maken)
- iemand op z`n hand hebben (=iemand hebben die hem steunt)
- iemand van het hoofd tot de voeten meten (=iemand heel nauwkeurig onderzoeken)
- iemand wel achter het behang kunnen plakken (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben)
- iemand spreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zodat niemand anders het hoort)
- iemand laten barsten (=iemand helemaal niet helpen, aan zijn lot overlaten)
- voor iemand in het krijt treden (=iemand helpen en verdedigen)
- een goede daad is goud waard (=iemand helpen is goed)
- iemand te paard helpen. (=iemand helpen, steunen)
- iemand op de pijnbank leggen (=iemand het moeilijk maken en daarmee dwingen iets te doen)
- iemand het brood uit de mond nemen/stoten (=iemand het onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien)
- iemand de mantel uitvegen (=iemand hevig uitfoeteren)
- iemand in de ogen schijnen (=iemand hinderen)
- in iemands vaarwater zitten (=iemand hinderen of concurreren)
- iemand iets aansmeren (=iemand iets (weinig waardevols) verkopen)
- een sigaar uit eigen doos presenteren (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is betaald)
- iemands handen zalven (=iemand iets geven in de hoop een gunst te verkrijgen)
- iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
- iemand de brokken in de mond tellen (=iemand iets helemaal niet gunnen)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen