Spreekwoorden met `NG`

Zoek


526 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `NG`

  1. met het oNGewapend oog (=met het blote oog (zonder hulpmiddelen))
  2. met iemand in aanvariNG komen (=ruzie of problemen met iemand krijgen)
  3. met laNGe tanden eten (=met tegenzin eten)
  4. met oNGebroken ladiNG wegzeilen (=zich zonder gezichtsverlies uit de situatie redden)
  5. met onwillige honden is het slecht hazen vaNGen (=het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen)
  6. met open armen ontvaNGen (=erg hartelijk ontvangen worden)
  7. met spek vaNGt men muizen (=met veel vrijgevigheid kan men iedereen overhalen)
  8. mijn viNGers jeuken (=ik heb zin om eraan te beginnen)
  9. moeten is dwaNG en huilen is kindergezaNG (=ik wil het wel doen, maar niet als het me verplicht wordt)
  10. mooie liedjes duren niet laNG (=geluk is van korte duur)
  11. morgen breNGen (=dat geloof je toch zelf niet! dat doe ik beslist niet!)
  12. naar het hoofd gooien/sliNGeren (=scherpe verwijten maken)
  13. natteviNGerwerk zijn / Met de natte viNGer doen (=onnauwkeurig, overhaast of zonder de geschikte methode of middelen uitgevoerd werk)
  14. niet verder zien/kijken dan je neus laNG is (=niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn)
  15. niet voor een gat te vaNGen (=niet door één moeilijkheid te ontmoedigen)
  16. niets dan lege briefjes hebben in te breNGen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze toch niet bekeken worden)
  17. oefeniNG baart kunst (=door veel te oefenen verbeteren de prestaties)
  18. om de viNGer winden (=er gemakkelijk baas over worden)
  19. om door een riNGetje te halen (=keurig netjes)
  20. om hals breNGen (=iemand doden)
  21. om vliegen te vaNGen (=om te luieren (niets te doen))
  22. om zeep breNGen/helpen/zijn (=doden/mislukken)
  23. onder een hoedje te vaNGen zijn (=zeer stil en gedwee zijn)
  24. onder het juk breNGen (=onderwerpen)
  25. onder het oog breNGen (=doen opmerken)
  26. onder ogen breNGen (=onder de aandacht brengen)
  27. onder zijn scepter breNGen (=ondergeschikt maken)
  28. ondervindiNG is de beste leermeester (=door iets zelf mee te maken of te oefenen leert men het snelst)
  29. oNGegund brood wordt veel gegeten. (=vaak kan men het niet verdragen dat het een ander beter gaat.)
  30. oNGelijke paarden trekken kwalijk. (=mensen die teveel verschillen in kwaliteiten, werken vaak niet goed samen)
  31. oNGeluk komt zelden alleen (=een tegenslag wordt vaak gevolgd door nog meer problemen)
  32. oNGelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
  33. oNGenode gasten zet men achter de deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)
  34. oNGesuikerd zeggen waar het op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)
  35. oNGevraagd, oNGeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  36. onze Lieve Heer heeft vreemde kostgaNGers (=er bestaan nu eenmaal merkwaardige mensen)
  37. ook een raspaard schijt als een karheNGst. (=rangen en standen maken mensen niet meer of minder waard)
  38. op de bon sliNGeren (=bekeuren)
  39. op de laNGe baan schuiven (=iets uitstellen of vertragen.)
  40. op de penniNG zestien (=zeer duur)
  41. op de penniNG zijn (=gierig zijn)
  42. op de toNG liggen (=zeggensklaar zijn)
  43. op de viNGers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  44. op de viNGers zien (=streng op iemand opletten)
  45. op dezelfde golfleNGte zitten (=het grotendeels eens zijn)
  46. op het eind van de fuik vaNGt men de vis. (=de volhouder wint)
  47. op stel en sproNG (=direct en zonder uitstel.)
  48. over de kliNG jagen (=iemand doden)
  49. over de toNG gaan (=het onderwerp van gesprek zijn)
  50. per slot van rekeniNG (=uiteindelijk)

891 betekenissen bevatten `NG`

  1. op een houtje bijten (=hoNGer hebben)
  2. een mot in de maag hebben (=hoNGer lijden)
  3. lang vasten is geen brood sparen. (=hoNGer lijden is niet hetzelfde als geld besparen)
  4. van hoop alleen kan men niet leven. (=hoop is belaNGrijk maar niet voldoende om te slagen in het leven)
  5. schoenmaker blijf bij je leest (=hou je niet bezig met diNGen waar je niets van weet)
  6. elke ketter heeft zijn letter (=ieder denkt dat de eigen meniNG bewezen kan worden)
  7. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattiNGen bepaald worden)
  8. wie een kluitje heeft, heeft  er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittiNGen te vermeerderen)
  9. alle molens vangen wind. (=iedereen die meedoet zal een deel van de opbreNGst opeisen)
  10. een slak komt er net zo goed als een kikker. (=iedereen doet diNGen in zijn eigen tempo)
  11. zoveel hoofden, zoveel zinnen (=iedereen heeft een eigen meniNG waarbij men moeilijk samen tot een oplossiNG kan komen)
  12. een mens is geen aardappel (=iedereen heeft zo nu en dan behoefte aan ontspanniNG)
  13. iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukkiNG)
  14. een zak zout met iemand gegeten hebben (=iemand al laNG kennen)
  15. iemand de rekening presenteren (=iemand de kosten ten laste breNGen (ook figuurlijk))
  16. iemand de teugels uit handen nemen. (=iemand de leidiNG afnemen)
  17. iemand iets in de mond geven (=iemand de meniNG van een ander laten geven in plaats van de eigen meniNG)
  18. een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissiNG durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  19. een Pietje precies (=iemand die de diNGen altijd heel precies wil doen)
  20. een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en iNGetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
  21. wie aan de weg timmert heeft veel bekijks (=iemand die grote beslissiNGen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
  22. een kind van zijn tijd (=iemand die leeft volgens de in zijn tijd heersende opvattiNGen)
  23. iemand die behoorlijk kan uitpakken (=iemand die oNGeremd zijn toorn kan uiten)
  24. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over diNGen van vroeger)
  25. een paling (snoek) gevangen hebben (=iemand die per oNGeluk in het water is gevallen)
  26. een profeet die brood eet (=iemand die waardeloze voorspelliNGen doet)
  27. een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een baNGerik)
  28. een hennentaster (=iemand die zich druk maakt om oNGelegde eieren)
  29. iemand in het gareel slaan (=iemand dwiNGen voor je te werken, iemand aan het werk zetten)
  30. iemand de pap in de mond geven (=iemand een gemakkelijke oplossiNG zomaar aanbieden)
  31. iemand de stuipen op het lijf jagen (=iemand erg laten schrikken en/of baNG maken)
  32. iemand met een zwarte kool tekenen (=iemand erg oNGunstig voorstellen)
  33. iemand de handschoen toewerpen (=iemand ergens toe uitdagen of met iemand de strijd willen aaNGaan)
  34. iemand op de pijnbank leggen (=iemand het moeilijk maken en daarmee dwiNGen iets te doen)
  35. een sigaar uit eigen doos presenteren (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvaNGer zelf is betaald)
  36. iemand met de neus op de feiten drukken (=iemand iets zó onder de aandacht breNGen, dat hij het niet laNGer kan negeren)
  37. iemand de hand boven het hoofd houden (=iemand in beschermiNG nemen)
  38. het iemand warm maken (=iemand in moeilijkheden breNGen)
  39. de strop om de hals doen (=iemand in uiterste problemen breNGen)
  40. de kat bij de melk zetten (=iemand in verleidiNG breNGen)
  41. de kat bij het spek zetten (=iemand in verleidiNG breNGen)
  42. iemand klein krijgen (=iemand laten merken dat je hem aankunt, over iemand de baas zijn en diegene tot gehoorzaamheid dwiNGen)
  43. de handen van iemand aftrekken (=iemand niet laNGer steunen)
  44. je handen van iemand aftrekken (=iemand niet laNGer steunen)
  45. iemand belet geven (=iemand niet ontvaNGen)
  46. iemand of iets over het hoofd zien (=iemand niet opmerken, vergeten met iemand of iets rekeniNG te houden, iets niet zien)
  47. iemand kort houden (=iemand niet veel bewegiNGsvrijheid geven (fig.))
  48. leven en laten leven (=iemand of iets z`n gaNG laten gaan en niet mee bemoeien)
  49. iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand oNGegeneerd de waarheid zeggen)
  50. voor het blok zetten (=iemand onverwacht in een lastige positie breNGen; bijvoorbeeld iemand dwiNGen te reageren die dat eigenlijk niet wil, of iemand dwiNGen een keuze te maken.<>)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen