Spreekwoorden met `ś`

Zoek


3292 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ś`

  1. dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
  2. dat is ook geen heksen (=dat is wel heel gemakkelijk)
  3. dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgesproken zaak)
  4. dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  5. dat is van de baan (=dat gaat niet door)
  6. dat is van de Chinese kerk. (=dat is een gerucht.)
  7. dat is vers twee. (=dat is voor later)
  8. dat is zo breed als het lang is (=dat verandert niets aan de zaak)
  9. dat is zo vast als een huis (=dat is zeker)
  10. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  11. dat kan hij in zijn zak steken (=dat is raak - die zit!)
  12. dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=dat is wel een heel klein beetje)
  13. dat komt als eb en vloed. (=het komt en gaat, het wisselt)
  14. dat komt als mosterd na de maaltijd (=dat komt op een moment dat het geen nut meer heeft)
  15. dat ligt hem in zijn mond bestorven (=daar spreekt hij veel over)
  16. dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
  17. dat moet je niet uitpoetsen/uitvlakken (=dat is ernstiger dan het lijkt)
  18. dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
  19. dat paard zal mij niet meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
  20. dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
  21. dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=dat is niet te verkopen)
  22. dat schaap zal een zachte dood nemen. (=het wordt vergeten)
  23. dat scheelt een slok op een borrel (=dat scheelt heel wat)
  24. dat slaat als een knots op een kangoeroe (=dat choqueert je)
  25. dat slaat als een tang op een varken (=dat slaat nergens op)
  26. dat sluit als een haspel in een zak (=dat raakt kant noch wal)
  27. dat smaakt naar meer (=meer van dat, graag!)
  28. dat snijdt geen hout (=dat heeft er niets mee te maken; het bewijst niets)
  29. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
  30. dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
  31. dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
  32. dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden)
  33. dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
  34. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  35. dat was Grieks voor hem (=dat begreep hij niet)
  36. dat was op het nippertje (=dat is maar net gelukt)
  37. dat wast al het water van de zee niet af (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen)
  38. dat zal mijn klomp niet roesten (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen)
  39. dat zijn aambeien met slagroom (=dat heeft niets met elkaar te maken)
  40. dat zijn twaalf eieren en dertien kuikens. (=een meevaller)
  41. dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
  42. dat zit wel snor (=dat komt wel goed)
  43. de aanval is de beste verdediging (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten)
  44. de aard van het beestje (=het karakter van iemand)
  45. de achilleshiel (=de zwakke kant/plek van iets)
  46. de admiraal heeft geschoten. (=de gastheer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
  47. de appel smaakt bomig. (=kinderen lijken op hun ouders.)
  48. de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders)
  49. de baars vergallen (=de zaak laten mislukken)
  50. de bakens verzetten (=van richting of ingesteldheid veranderen)

3730 betekenissen bevatten `ś`

  1. dan zwaait er wat (=dan dreigen zware repercussies)
  2. dan zijn we nergens (=dan is er geen oplossing)
  3. jongens van Jan de Witt (=dappere jongens zijn)
  4. die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken)
  5. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  6. al krijg ik geld mee! (=dat doe ik beslist niet!)
  7. dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden)
  8. morgen brengen (=dat geloof je toch zelf niet! dat doe ik beslist niet!)
  9. dat snijdt geen hout (=dat heeft er niets mee te maken; het bewijst niets)
  10. dat zijn aambeien met slagroom (=dat heeft niets met elkaar te maken)
  11. zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
  12. hoc est (=dat is)
  13. dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
  14. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen (=dat is al te gek)
  15. dat is een stuk! (=dat is een aantrekkelijk persoon)
  16. dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
  17. dat is van de Chinese kerk. (=dat is een gerucht.)
  18. dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
  19. dat mag met een krijtje aan de balk (=dat is een ongewone gebeurtenis)
  20. dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  21. na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
  22. dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel)
  23. dat is een paard van een daalder. (=dat is een trots mens)
  24. dat is er een uit de arke noachs (=dat is er een uit een groot gezin)
  25. dat ruikt naar peper (=dat is erg duur)
  26. dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  27. dat moet je niet uitpoetsen/uitvlakken (=dat is ernstiger dan het lijkt)
  28. dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  29. dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
  30. lach als je begraven wordt (=dat is geen reden om te lachen)
  31. dat raakt kant noch wal (=dat is geen zinnig argument)
  32. die perzik smaakt naar meer (=dat is gunstig - nog van dat!)
  33. dat is andere koek (=dat is heel iets anders)
  34. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  35. dat zijn de Alfa en de Omega. (=dat is het begin en het einde.)
  36. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  37. dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
  38. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  39. dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  40. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  41. dat was op het nippertje (=dat is maar net gelukt)
  42. dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=dat is niet te verkopen)
  43. daar is geen oogje vet meer op (=dat is niet veel meer waard)
  44. dat is de aap gevlooid (=dat is onbegonnen werk.)
  45. dat is kaviaar voor hen (=dat is onbereikbaar voor hen)
  46. dat gaapt als een oven (=dat is onwaarschijnlijk)
  47. dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
  48. dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
  49. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
  50. dat kan hij in zijn zak steken (=dat is raak - die zit!)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen