Spreekwoorden met `ri`

Zoek


439 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ri`

  1. je verdiende loon krijgen (=krijgen wat hem toekomt (meestal iets slecht))
  2. je volle gewicht in de strijd werpen (=zich er volledig voor inzetten)
  3. je wezenloos schrikken (=erg schrikken)
  4. job krijgt op zijn kop (=kaartspel: als klaveren heer wordt afgetroefd)
  5. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  6. klein gewin brengt rijkdom in. (=van kleine beetjes komt ook welvaart)
  7. kleur in je leven krijgen (=het leven wordt leuker)
  8. korte afrekening maakt lange vriendschap (=snel terugbetalen (teruggeven) voorkomt ruzie)
  9. korte rekeningen maken lange vriendschappen. (=financiële geschillen moet je direct oplossen)
  10. krakende wagens lopen/rijden het langst (=nieuw hoeft niet altijd beter te zijn / mensen die vaak ziek zijn worden vaak toch heel oud)
  11. kunnen lezen en schrijven (=al lange tijd goede diensten bewezen hebben)
  12. lapsus memoriae (=aan het geheugen ontsnapt) (Latijn)
  13. larie en apekool (=totale onzin)
  14. lelijk ten haring gevaren zijn (=zwaar pech hebben)
  15. leringen wekken maar voorbeelden trekken (=je kan mensen iets willen leren , maar geef vooral het goede voorbeeld)
  16. leven als een god in Frankrijk (=een aangenaam en zorgeloos leven hebben)
  17. leven als vrienden en rekenen als vijanden (=vriendelijk met elkaar omgaan uit een soort van formaliteit maar eigenlijk helemaal niet zo op elkaar gesteld zijn)
  18. leven in de brouwerij brengen (=waar het rustig is activiteit, vrolijkheid of drukte inbrengen)
  19. liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
  20. loon naar werken krijgen (=loon krijgen dat in overeenstemming is met het gedane werk)
  21. lot uit de loterij (=onvoorspelbaar)
  22. memento mori (=gedenk dat je zal sterven) (Latijn)
  23. men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  24. men vindt veel grijzen, maar weinig wijzen. (=oude mensen zijn niet per definitie wijs)
  25. men wordt wel door een mestkar maar niet door een rijtuig overreden (=goed opgevoede mensen beledigen anderen minder)
  26. menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn.)
  27. met beide handen toegrijpen (=met graagte aanvaarden)
  28. met de prins over de Maas geweest zijn (=veel meegemaakt hebben)
  29. met de vork schrijven (=afzetten, meer kosten rekenen dan werkelijk gemaakt)
  30. met de winst strijken. (=winnen)
  31. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  32. met dubbel krijt schrijven (=te veel aanrekenen)
  33. met een goed geloof en een kurken ziel drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
  34. met een kluitje in het riet sturen (=iemand met veel woorden niet veel wijzer maken)
  35. met geen pen te beschrijven zijn (=iets niet met woorden kunnen zeggen)
  36. met iemand in aanvaring komen (=ruzie of problemen met iemand krijgen)
  37. naar de mutsaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van ketterij)
  38. naar de pen grijpen (=een brief schrijven)
  39. nee heb je, ja kun je krijgen (=je kunt het altijd proberen)
  40. niet kunnen rijmen (=dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kunnen begrijpen)
  41. niets dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze toch niet bekeken worden)
  42. niets kunnen binnenkrijgen (=niet kunnen eten)
  43. nog niet jarig zijn (=iets ongunstigs te verwachten hebben)
  44. nul op het rekest krijgen (=zijn eis niet ingewilligd krijgen)
  45. olie drijft boven (=de waarheid komt aan het licht)
  46. om door een ringetje te halen (=keurig netjes)
  47. om over naar huis te schrijven (=erg bijzonder)
  48. onder de neus wrijven (=duidelijk zeggen wat er van gevonden wordt)
  49. onder de schoenzolen schrijven (=ergens niets van terecht komen)
  50. op dat mes kun je naar Keulen rijden (=dat mes is erg bot)

652 betekenissen bevatten `ri`

  1. klein is de rouwe, valt de oude koe dood. (=hoe ouder iemand sterft hoe minder het verdriet)
  2. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  3. van hoop alleen kan men niet leven. (=hoop is belangrijk maar niet voldoende om te slagen in het leven)
  4. wie eten wil moet de kok niet beledigen. (=hou je meerdere te vriend.)
  5. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  6. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  7. daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
  8. gedachten zijn tolvrij (=iedereen mag vrij denken wat diegene wil)
  9. iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
  10. iemand de huid over de oren halen (=iemand afzetten, bedriegen)
  11. iemand in de luren leggen (=iemand bedriegen of misbruiken)
  12. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)
  13. iemand om de tuin leiden (=iemand beetnemen of bedriegen)
  14. iemand bij de kladden grijpen (=iemand bij zijn kleren grijpen)
  15. iemand een veer in de broek/kont steken (=iemand complimenteren of prijzen)
  16. het gelijk van de vismarkt hebben (=iemand die (altijd) probeert men een grote mond zijn gelijk te krijgen)
  17. ere wie ere toekomt (=iemand die de eer verdient moet die ook krijgen)
  18. hoogmoed komt voor de val (=iemand die erg trots is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende)
  19. wie aan de weg timmert heeft veel bekijks (=iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
  20. wie het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen)
  21. een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  22. een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik)
  23. iemand de voeten spoelen (=iemand doen verdrinken / in zee verdrinken)
  24. iemand te paard helpen (=iemand een goede baan helpen krijgen)
  25. vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven.)
  26. iemand de stuipen op het lijf jagen (=iemand erg laten schrikken en/of bang maken)
  27. iemands geheugen opfrissen (=iemand ergens aan herinneren)
  28. iemand de handschoen toewerpen (=iemand ergens toe uitdagen of met iemand de strijd willen aangaan)
  29. de stuipen op het lijf jagen (=iemand felle schrik aanjagen)
  30. iemand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoert)
  31. in zijn zak hebben (=iemand goed kennen, iets helemaal begrijpen, iets voor elkaar hebben)
  32. iemand van het hoofd tot de voeten meten (=iemand heel nauwkeurig onderzoeken)
  33. iemands handen zalven (=iemand iets geven in de hoop een gunst te verkrijgen)
  34. iemand een rad voor de ogen draaien (=iemand iets wijsmaken / iemand op gemene wijze bedriegen)
  35. iemand zand in de ogen strooien (=iemand iets wijsmaken, iemand bedriegen)
  36. iemand aan zijn angel krijgen (=iemand in zijn macht krijgen)
  37. kroes haar kroeze zinnen (=iemand met gekruld haar is wispelturig)
  38. iemand kort houden (=iemand niet veel bewegingsvrijheid geven (fig.))
  39. iemand iets op zijn brood geven (=iemand onvriendelijk iets verwijten)
  40. iemand verlakken (=iemand onwaarheden wijs maken of bedriegen)
  41. iemand de tekst/les lezen (=iemand scherp berispen)
  42. iemand voor vol aanzien (=iemand serieus nemen en respecteren.)
  43. over het paard tillen. (=iemand te veel prijzen, zodat hij verwaand wordt)
  44. iemand tekort doen (=iemand te weinig geven of begrijpen)
  45. de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  46. iemand bij de neus nemen (=iemand voor de gek houden; iemand bedriegen)
  47. iemand het bloed onder de nagels vandaan halen (=iemand vreselijk treiteren of irriteren)
  48. iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
  49. zo de wind waait, waait zijn jasje (=iemand zonder principes, die zonder eigen mening anderen naar de mond praat)
  50. de kleren maken de man (=iemands kleding bepaalt het aanzien dat hij krijgt)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen