Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


127 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `oude`

  1. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  2. aan de draai houden (=bezig houden)
  3. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  4. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
  5. aan zijn eindje vasthouden (=zijn standpunt handhaven)
  6. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  7. al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  8. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  9. altijd de oude knecht blijven (=geen vorderingen maken (ook geen achteruitgang))
  10. altijd het oude liedje (=steeds weer hetzelfde)
  11. bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  12. brede schouders hebben (=veel kunnen verdragen)
  13. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  14. dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
  15. de aanhouder wint (=je wint als je maar lang genoeg blijft proberen)
  16. de boot afhouden (=niet meedoen - afwachten)
  17. de dans om het gouden kalf (=de strijd om rijk te worden)
  18. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  19. de hand op de knip houden (=zuinig zijn)
  20. de handen thuis houden (=niet aanraken)
  21. de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
  22. de kip met gouden eieren slachten (=een iets met veel rendement wegdoen)
  23. de noppen van de kleren houden (=onkosten met zich meebrengen)
  24. de oude adam (=de zondige natuur (aard))
  25. de oude mens afleggen (=een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
  26. de oude zuurdesem (=het oude kwaad)
  27. de schouders eronder zetten (=zich voor iets inspannen)
  28. de schouders ophalen (=er zich niets van aantrekken - er niets over willen weten)
  29. de teugels in handen hebben/houden (=de leiding hebben/houden)
  30. de vinger aan de pols houden (=in de gaten houden of alles goed gaat)
  31. een achterdeurtje openhouden (=een redmiddel in nood houden)
  32. een gouden dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
  33. een gouden hart hebben (=heel aardig/lief zijn)
  34. Een gouden zadel maakt geen ezel tot paard. (=Een mens verandert niet door uiterlijkheden)
  35. een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
  36. een huis met gouden balken (=een huis met hypotheek bezwaard)
  37. een laag profiel houden (=zich niet laten opmerken)
  38. een oog in het zeil houden (=in de gaten houden)
  39. een oogje in het zeil houden (=iets in de gaten houden)
  40. Een oogje in het zeil houden (=Alert zijn)
  41. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  42. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  43. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  44. een slag om de arm houden (=niet direct alles vertellen of voorzichtig zijn om toekomstige problemen voor te zijn)
  45. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
  46. er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  47. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
  48. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  49. geen grond houden (=geen steek houden - niet correct zijn)
  50. geen maat weten te houden (=onbeheerst doorgaan waarmee men begonnen is)

129 betekenissen bevatten `oude`

  1. Aan de veren kent men de vogel (=1: Aan iemands uiterlijk (verzorging / kleding) kan men zijn karakter afleiden. 2: Kinderen lijken vaak op hun ouders)
  2. De kap aan de haag hangen (=1: Een beroep beëindigen. 2: Het voor gezien houden)
  3. Abraham gezien hebben (=50 jaar of ouder zijn)
  4. aan de vruchten kent men de boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders)
  5. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
  6. op het sleeptouw houden (=aan het lijntje houden)
  7. op tui houden (=aan het lijntje houden)
  8. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
  9. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  10. ogen van achteren en van voren hebben (=alles goed in de gaten houden)
  11. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  12. laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  13. een man een man, een woord een woord (=als je iets hebt beloofd, dan moet je je daar ook aan houden)
  14. ouderdom komt met gebreken (=als je ouder wordt ga je van alles mankeren)
  15. salva ratificatione (=behoudens bekrachtiging)
  16. aan de draai houden (=bezig houden)
  17. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  18. bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  19. in het oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
  20. je kop erbij houden (=blijven opletten, aandacht vasthouden)
  21. voeling houden met (=contact houden met)
  22. Dat groeit uit het raam (=Dat kan men niet geheim houden)
  23. zoals de ouden zongen piepen de jongen (=de jongeren leren het van de ouderen)
  24. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
  25. de teugels in handen hebben/houden (=de leiding hebben/houden)
  26. tand des tijds (=de sleet door de ouderdom)
  27. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  28. genadebrood eten (=door anderen onderhouden worden)
  29. de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
  30. door het lint gaan (=door woede je emoties niet (meer) onder controle kunnen houden)
  31. iets/iemand in de gaten hebben/krijgen (=doorkrijgen hoe dingen in elkaar steken of zicht houden op de situatie)
  32. een gedwongen eed doet/is god leed (=een afgedwongen belofte wordt niet gehouden)
  33. een verborgen agenda hebben (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband)
  34. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
  35. aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
  36. Een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=Een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  37. op oud ijs vriest het licht (=een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
  38. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  39. een mop met een baard (=een oude mop)
  40. een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)
  41. vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
  42. een vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
  43. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  44. een achterdeurtje openhouden (=een redmiddel in nood houden)
  45. huishouden van Kea/Keja (=een rommelig huishouden)
  46. Elkaar bij de neus nemen (=Elkaar voor de gek houden)
  47. akte van iets nemen (=er nota van nemen - onthouden)
  48. voor ogen houden/staan (=er steeds rekening mee blijven houden)
  49. de broek lappen en het garen toegeven (=er veel verlies aan overhouden)
  50. liefhebben als de appel van zijn oog (=erg veel van iemand houden)

Het dialectenwoordenboek kent 949 spreekwoorden met `oude`

  1. Sallands: Doe mar kalm an, wi-j hebt tegelieke oldejoarsdag (=Doe maar rustig aan, we hebben gelijktijdig oudejaarsdag)
  2. Zeeuws: tis un jurk uut tjer nul (=ouderwets)
  3. Gouda: Tobbe tobbe mettet bootje naar Ouwewater (=Tobben met het bootje naar oudewater)
  4. Zeeuws: tvaalt erin as een preek in un ouderlienk (=vallen)
  5. Munsterbilzen - Minsters: ver zin allang autte kleen manne (=we komen stilaan op ouderdom)
  6. Oudenhoofs: Tcheneworre (=God zegene en beware u)
  7. Oudenhoofs: g'eet er koek'n op (=doe uw best)
  8. Giethoorns: De benen bi-j een aander onder de taofel steken (=Uit het ouderlijk huis vertrekken)
  9. Tilburgs: un aawerwèts haandketaaw (=een ouderwets handweefgetouw)
  10. Geels: nen aawen toeker (=een oudere man)
  11. Munsterbilzen - Minsters: waaj de aa vrigger joengelde, zo poeppe de joeng nau (=zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen)
  12. Munsterbilzen - Minsters: aachtein joeër énne bos hoeër ! (=op deze ouderdom moet hij nog veel leren)
  13. Westerkwartiers: dat ding stamt uut de oertied (=dat is een ouderwets ding)
  14. Oudenaards: ne snuk krijgen (=geëlektrocuteerd worden)
  15. kortemarks: oe oedre oe vroedre (=hoe ouder, hoe vuriger)
  16. Sint-Katelijne-Waver: Gelèk as daa zoengen zo zingen de joenge (=Zoals de ouderen zongen zo zingen de jongen)
  17. Westerkwartiers: hij het nog met Noach onner de honnekaar loop'n (=hij is erg ouderwets)
  18. Oudenbosch: Ouwenbosch dialect (=oudenbosch dialect)
  19. Munsterbilzen - Minsters: er hèt nog mètte hondskaar gerieje (='t is al zo een ouderwets type)
  20. Oudenbosch: Sienterklaos en zwaove (=geloofsleven te oudenbosch)
  21. Munsterbilzen - Minsters: tverstand kümp mètte joeëre (=hoe ouder hoe wijzer)
  22. Munsterbilzen - Minsters: abraham (sara) gezien hübbe (=ouder dan 50 zijn)
  23. Steins: op eine auwe fits mòste 't liërre (=Van de ouderen moet men het leren)
  24. betuws: Die hed ut mos op de kop (=Een ouder persoon / bejaarde)
  25. Westerkwartiers: 't verstaand komt met de joar'n (=hoe ouder, hoe wijzer)
  26. Oudenaards: buzze geevn (=snel rijden)
  27. Oudenaards: in den truk zittn (=in de tocht zitten)
  28. Schijndels: bitter'n auw perd kapot als un jong overstuur (=de oudere generatie doet het wel)
  29. Teralfene: NENEUNUIN (=EEN oude HAAN)
  30. Antwerps: nagelenbak, au wrak (=oude auto)
  31. Liessents: Bessem hebbe (=Alleen thuis zijn zonder ouders)
  32. Bilzers: tverstand kump nie vër de joëre (=hoe ouder hoe wijzer)
  33. Wetters: ij vernuilt mee te vernaan (=hij wordt dommer met ouder worden)
  34. Koersels: Op nen a vulo modder liere rije (=Om je in te wijden in de liefde ben je beter af met een oudere persoon)
  35. Lebbeeks: kapélle: En aa kapélle moe versier wèrr'n (=Een oudere vrouw moet meer aandacht besteden aan haar uiterlijk)
  36. Oudenbosch: ouwe paole kundut best mar laote staon (=oude dingen moet je niet willen veranderen)
  37. Oudenaards: in 'n goapn en 'n gietn (=zeer snel en eenvoudig gedaan)
  38. Noorderkempisch: Van wie zijde gai jeentje (=Wie zijn jou ouders)
  39. West-vlaams: oe oeder de kapelle, oe mjir da je ze moe versieren (=een oudere vrouw die zich erg opmaakt en schminkt)
  40. tervurens: in een aa kassuul mokte de beste soep (soms voegt men daaraan toe) 'mo t moot gebuire mei e joenk wuitelke ! (=vrijen met een oudere vrouw is top)
  41. Riemsts: sjokoantkoat (=oude vrouw (scheldnaam))
  42. oudenaards: Mijdt ui ! (=ga eens uit de weg !)
  43. Oudenaards: Mokt ui zoë dul nie (=Maak je niet druk)
  44. Oudenaards: ie è uurn lèk teluurn (=hij heeft grote oren)
  45. Oudenaards: goan en keern (=heen en weer)
  46. Oudenaards: d'r stoa woater in zijne keldre (=zijn broek is te kort)
  47. Amsterdams: Ouwe grijze postduif (=oude vrouw)
  48. Oudenaards: Ie es 't enden (=Hij is buiten adem)
  49. Oudenaards: veel vijvn en zessn (=met veel poeha)
  50. Antwerps: nen aouwe vengt (=een oude man)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen