Spreekwoorden met `da`

Zoek


486 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `da`

  1. familie van Adamswege. (=verre familie.)
  2. feestelijk danken (=er voor danken maar het zeker niet aannemen)
  3. gasten en vis blijven maar drie dagen fris. (=je moet als gast niet te lang blijven.)
  4. gedachten zijn tolvrij (=iedereen mag vrij denken wat diegene wil)
  5. gedane zaken hebben geen keer (=wat voorbij is, keert niet meer weer)
  6. geef een man een vis dan heeft hij die dag te eten (=je kunt iemand beter leren vissen dan heeft hij z`n leven lang vis te eten)
  7. geef, zodat je gevende blijft (=geef niet meer dan dat je kunt missen.)
  8. geen beter gemak dan eigen dak. (=thuis voel je je het meest op je gemak)
  9. geen dag zonder zorgen (=er is altijd wel iets om je zorgen over te maken.)
  10. geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
  11. geen groter venijn, dan vriend tonen en vijand zijn. (=iemands vertrouwen schaden is het gemeenste wat je kunt doen)
  12. geen tien paarden brengen me daar naar toe. (=in geen geval ga ik daar naar toe)
  13. geen zorgen voor de dag van morgen (=maak je nu nog niet druk over mogelijke toekomstige problemen)
  14. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  15. geld dat stom is, maakt recht wat krom is (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten)
  16. goed gereedschap hangt onder een afdak. (=ik ben wel te dik maar mijn ‘gereedschap` (de penis) werkt nog goed.)
  17. goede naam is beter dan goede olie (=een goede reputatie is beter dan veel geld)
  18. groot bal op kleine aardappelen (=boven zijn stand leven)
  19. had je me gisteren gehuurd dan was ik vandaag je knecht geweest (=je moet zo niet commanderen - dat doe ik gewoon niet!)
  20. heden ten dage (=tegenwoordig)
  21. heeft de duivel `t paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)
  22. heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  23. het daar is hommeles (=het is daar niet in orde)
  24. het daglicht niet kunnen verdragen/zien (=iets wordt stiekem of oneerlijk gedaan)
  25. het dunkt elke uil dat zijn jong een valke is. (=iedereen is trots op zijn kinderen)
  26. het ei wil wijzer zijn dan de kip (=kinderen willen wijzer zijn dan de ouders)
  27. het grootste mirakel duurt maar drie dagen. (=mensen vergeten snel)
  28. het hebben over blauwe aardappelen en blauwe sokken (=zonder het aanvankelijk beseft te hebben over verschillende zaken spreken)
  29. het hek is van de dam (=iedereen doet maar wat die wil zonder grenzen)
  30. het hemd is nader dan de rok (=eigen familie gaat voor)
  31. het huilen staat hem nader dan het lachen (=hij ziet er vooral de trieste kant van)
  32. het is alle dagen visdag maar geen vangdag (=als de buit of vangst tegen valt)
  33. het is beter een andermans hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods nog altijd lenen)
  34. het is daar altijd elf ogen. (=er is daar altijd onenigheid.)
  35. het is daar armoe troef (=daar heerst grote armoede)
  36. het is gedaan met kaatje (=het is afgelopen)
  37. het is kwaad kammen daar geen haar is. (=bij arme mensen valt niets te halen)
  38. het is licht dansen op andermans vloer. (=geld van anderen uitgeven is makkelijk.)
  39. het is niet je dat (=het is niet geweldig)
  40. het krieken van de dag/dageraad (=de vroege ochtend)
  41. het leven is meer dan eten en drinken. (=alleen eten en drinken vult geen leven.)
  42. het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzaakt nog meer schade)
  43. het oog is groter dan de maag (=meer op het bord scheppen dan er opgegeten kan worden)
  44. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  45. het puntje van een scherpe pen is `t felste wapen dat ik ken (=met een kritisch woord kan het meest worden bereikt)
  46. het vat der danaïden vullen (=nooit klaar komen met het werk)
  47. het zal daar kluizen (=er zal hevige ruzie zijn)
  48. het zwaard van damocles (=iets wat snel of ieder moment kan gebeuren)
  49. hoe later op de avond/dag hoe schoner volk (=schertsend gezegd bij het laat binnenkomen van vrienden of familie)
  50. hoger willen vliegen dan men kan (=meer willen doen dan men kan)

715 betekenissen bevatten `da`

  1. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
  2. veel gewrijf en geschrijf (=eindeloze gedachtewisselingen)
  3. een brok in de keel krijgen (=emotioneel aangedaan zijn)
  4. een krop in de keel hebben (=emotioneel aangedaan zijn)
  5. er oog voor hebben (=er de waarde van inzien of aandacht voor hebben)
  6. iets laten zwemmen (=er geen aandacht meer aan besteden)
  7. goed je mondje kunnen roeren (=er goed voor zorgen dat je mening wordt gehoord)
  8. het is daar altijd elf ogen. (=er is daar altijd onenigheid.)
  9. de rapen zijn gaar (=er is een probleem waar direct iets aan gedaan moet worden)
  10. doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
  11. er schuilt iets achter (=er is meer aan de hand dan op het eerste gezicht lijkt.)
  12. bij de vleet (=er is meer dan voldoende van (vleet was vroeger een groot visnet))
  13. geld maakt niet gelukkig (=er is meer in het leven dan rijkdom)
  14. geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
  15. een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
  16. feestelijk danken (=er voor danken maar het zeker niet aannemen)
  17. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  18. daarmee is de kous af. (=er wordt geen aandacht meer aan gegeven)
  19. daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken)
  20. er de hand in gehad hebben (=eraan meegewerkt hebben, met raad of daad)
  21. iemand de voet kussen (=erg onderdanig naar iemand doen)
  22. iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
  23. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  24. er van langs krijgen (=erge straf krijgen, al dan niet met een pak slaag)
  25. hemel en aarde bewegen (=ergens alles aan doen om het gedaan te krijgen (bv van iemand))
  26. iemand de loef afsteken (=ergens beter in zijn dan iemand)
  27. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  28. iets links laten liggen (=ergens geen aandacht aan geven)
  29. je hart vasthouden (=ernstig zorgen maken, bang zijn dat het mis gaat)
  30. iemand iets door de neus boren (=ervoor zorgen dat iemand iets niet krijgt)
  31. iets in goede banen leiden (=ervoor zorgen dat iets goed verloopt)
  32. er de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
  33. iets aan banden leggen (=ervoor zorgen dat iets zich niet verder kan uitbreiden)
  34. acte de présence geven (=ervoor zorgen dat je ergens aanwezig bent)
  35. een wig drijven tussen twee personen (=ervoor zorgen dat ze ruzie krijgen)
  36. de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
  37. voor elkaar boksen (=gedaan krijgen, in orde maken)
  38. waar de boom gevallen is, blijft hij liggen (=gedane zaken nemen geen keer)
  39. memento mori (=gedenk dat je zal sterven)
  40. geef, zodat je gevende blijft (=geef niet meer dan dat je kunt missen.)
  41. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  42. dweilen met de kraan open (=geen kans op succes hebben, omdat men de symptomen bestrijdt zonder de oorzaak aan te pakken)
  43. esprit de l escalier (=geestig idee dat te laat komt)
  44. aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken)
  45. geld verzoet de arbeid (=geld dat je krijgt maakt het harde vervelende werk weer goed)
  46. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  47. pluk de dag (Carpe diem) (=geniet van vandaag)
  48. mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
  49. je in het slijk wentelen (=genieten van iets dat slecht is)
  50. hete bliksem (=gestoofde aardappels met appel)

50 dialectgezegden bevatten `da`

  1. da is zeik op de riek (=dat is nonsens) (Siebengewalds)
  2. da is zoewe plat as ne stront (=iets dat overgaar is) (Westels)
  3. da is! (=dat is zo.) (Eindhovens)
  4. da jak aadde gij gere genog aangat gat (=die jurk had je best willen dragen) (Oudenbosch)
  5. Dá joengse is toch zô'n aenepiksje (=dat jongetje is een echt kruidje roer-me-niet. Zuid-beveland) ) (Zeeuws)
  6. da jontse kan no' al u betse pullen! (=dat jongetje kan drinken) (Deinzes)
  7. da ka mijnen bruinen nie trekken (=dat kan ik mij niet veroorloven) (Zeels)
  8. da ka minnen bruinen nie trekken (=dat is te duur voor mij) (Sint-Niklaas)
  9. da kaañ meinn bruinñ ni trëkñ. (=duur `dat is te duur voor mij!!`) (oudenaards)
  10. da kaan mennen broinen ni trekken (=dat is te duur voor mij) (Aalsters)
  11. da kaank nie tuisbrenge (=daar heb ik nooit van gehoord) (Oudenbosch)
  12. da kaank nie, or (=dat kan ik niet, hoor!) (Bredaas)
  13. da kaank niej uitstaon (=dat verdraag ik niet) (Oudenbosch)
  14. da kajn menne witte ni trekke (=dat is veel te duur) (Wommersoms)
  15. da kama nie botte (=dat kan mij niet schelen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  16. da kamme nie schille (=Het kan mij niet schelen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  17. da kamme nie schille! (=dat kan me niets schelen!) (Roosendaals)
  18. da kan (=Dit behoort tot de mogelijkheden) (Olens)
  19. da kan bè nun boer oak veurvallen (=iedereen kan missen) (Sint-Niklaas)
  20. da kan bij ut kachelout (=doe dat maar weg) (Oudenbosch)
  21. da kan de bèste iëvërkoëme, mér de loempst iës (=slimmeriken zijn er meestal beter vanaf dan lomperiken) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. da kan de bruine nie trekke (=dat kunnen we ons niet veroorloven) (Oudenbosch)
  23. da kan de bruine nie trekke (=onbetaalbaar) (Gastels)
  24. da kan de mijne nie trèkke (=dat is me wat duur) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. da kan den bruinen nie trekken. (=dat kan ik niet betalen) (Bevers)
  26. da kan doch nie woor waenn (=dat kan toch niet zo zijn) (Achterhoeks)
  27. da kan eenderwie gedoan ein (=dat kan iedereen gedaan hebben) (Sint-Niklaas)
  28. da kan er bij mich nie èn (=dat begrijp ik niet) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. da kan ich misse waaj tandpaajn (=dat ook nog!) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. da kan ich nie tausbringe (=dat ken ik helemaal niet) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. da kan ich toch nie reike! (=hoe zou ik dat kunnen weten) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. da kan ik an mun taand nie veele (=Ergens een enorme hekel aan hebben) (helmonds)
  33. da kan maainen broine ni trekke (=dat is te duur voor mij) (Antwerps)
  34. da kan maainen broïne nie trekke zene (=Dit kan ik niet betalen, hoor) (Antwerps)
  35. da kan maanen broëne nie trekke (=dat kan ik niet betalen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  36. da kan maë nie schille (=dat kan mij niet schelen) (winksels)
  37. da kan mainen broine nie trekke (=dat kan ik niet betalen) (Leefdaals)
  38. da kan me naa just niks schille (=dat raakt mij niet) (Herentals)
  39. da kan menne grijze nie trekke (=dat kan ik niet betalen) (Heusdens)
  40. da kan menne witte nie trekke (=dat kan ik niet bekostigen) (Tiens)
  41. da kan mënnen bruinen nie trekken (=dat is te duur) (Meers)
  42. da kan mich geen fleet sjaele (=dat interesseert me helemaal niet) (Munsterbilzen - Minsters)
  43. da kan mich geen zier sjille (=dat maakt me helemaal niets uit) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. da kan mich gene bal sjille (=dat interesseert me helemaal niet) (Munsterbilzen - Minsters)
  45. da kan mich gestoële wiëne (=ik geef er niet om) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. da kan mich nie boemme (='t kan me niets schelen) (Munsterbilzen - Minsters)
  47. da kan mich nie sjaele (=dat laat me onverschillig) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. da kan mich nie sjaele (boeme) (=dat trek ik me niet aan) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. da kan mich nie sjille (=dat kan me niet schelen) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. da kan mich nie sjille (boemme) (=dat belangt me niet aan) (Munsterbilzen - Minsters)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen