Spreekwoorden met `Sch`

Zoek


419 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Sch`

  1. na regen komt zonneSchijn (=na een periode van tegenslag, komt er een betere tijd)
  2. naast zijn Schoenen lopen (=te veel eigendunk hebben)
  3. niet alle winden Schudden noten af. (=succes is niet altijd gegarandeerd)
  4. niet brandSchoon zijn (=dingen misdaan hebben)
  5. niet erg vast in de Schoenen staan (=zich gemakkelijk laten ompraten)
  6. niet geSchoten is altijd mis (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
  7. niet graag in iemand Schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  8. niet in iemands Schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kunnen tippen)
  9. nieuwe bezems vegen Schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  10. nieuwe messen snijden Scherp (=met iets (iemand) nieuws is het aangenaam werken)
  11. nu heb je het Schaap aan het Schijten (=nu komen er problemen van)
  12. om over naar huis te Schrijven (=erg bijzonder)
  13. onder de Schoenzolen Schrijven (=ergens niets van terecht komen)
  14. onder iemands duiven Schieten (=klanten van een ander overhalen om klant te worden bij jou)
  15. ook een raspaard Schijt als een karhengst. (=rangen en standen maken mensen niet meer of minder waard)
  16. Oost-IndiSch doof zijn (=doen alsof er niets gehoord wordt)
  17. op de galg Schijten (=nergens bang voor zijn)
  18. op de hals Schuiven (=opzadelen met)
  19. op de lange baan Schuiven (=iets uitstellen of vertragen.)
  20. op de pianist Schieten (=de onschuldige (de brenger van het nieuws) straffen)
  21. op de Schobberdebonk leven (=dakloos zijn en/of bedelend leven)
  22. op de Schopstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
  23. op de wereld Schijten (=overal maling aan hebben)
  24. op dezelfde leest geSchoeid zijn (=erg op elkaar lijken)
  25. op een andere leest Schoeien (=op een andere manier aanpakken)
  26. op een goudSchaaltje leggen/wegen (=heel voorzichtig afwegen)
  27. op een Schoen en een slof aankomen (=niets hebben en ergens komen)
  28. op grote Schaal (=in het groot , zeer veel voorkomend)
  29. op het Schild verheffen (=tot leider maken)
  30. op iemands Schouders staan (=op andermans werk voortbouwen)
  31. oude paarden jaagt men achter de Schans (=oudere werknemers worden soms aan de kant gezet)
  32. oude Schoenen wegwerpen voor men nieuwe heeft (=het onzekere voor het zekere nemen)
  33. over de hoge Schoenen lopen (=te ver gaan of niet realistisch zijn)
  34. over de Schreef gaan (=een ernstige fout maken)
  35. over heel veel Schijven gaan (=veel hiërarchische of administratieve niveaus moeten zich ermee bemoeien)
  36. overdaad Schaadt (=te veel van iets is schadelijk)
  37. rapen en Schrapen (=geld bijeenbrengen)
  38. recht in zijn Schoenen lopen/staan (=eerlijk zijn, niets misdaan hebben)
  39. rozengeur en maneSchijn (=totaal geluk)
  40. Schaakmat zijn (=geen oplossing meer weten)
  41. Schaamte de kop afbijten (=je niet meer schamen)
  42. Schampavie spelen (=zich heimelijk uit de voeten maken)
  43. Scheepjes met zuren appelen (=wolkjes die regen of storm voorspellen)
  44. Scheer de Schapen als ze wol hebben (=niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven)
  45. Schenking met de warme hand (=schenken terwijl men nog leeft (erfenissen))
  46. Scherven brengen geluk. (=dit zeg je om iemand zich minder schuldig te laten voelen)
  47. Schijn bedriegt (=dingen zijn niet altijd zoals ze zich voordoen)
  48. Schip met zure appelen (=wolk die regen en storm voorspelt)
  49. Schipbreuk lijden (=het niet tot zijn doel geraken / mislukken)
  50. Schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)

387 betekenissen bevatten `Sch`

  1. voor God een baard van vlas maken (=Schijnheilig zijn)
  2. naar de kabeljauwskelder (=Schip wat gezonken is)
  3. lapsus calami (=Schrijffout)
  4. de pen voeren (=Schrijven)
  5. de dood op het lijf jagen (=Schrik aanjagen)
  6. om het hart slaan (=Schrik bezorgen)
  7. op het zondaarsbankje zitten (=Schuld bekennen)
  8. schoon schip maken (=Schulden betalen, de boel opruimen, na ruzie/problemen samen er uit komen en het verleden laten rusten)
  9. psalmen zingen (=Schuren met baksteen en zand)
  10. aan de pan gelikt hebben (=slecht terechtkomen of veel Schade hebben)
  11. kwade gezelschappen bederven goede zeden. (=slechte eigenSchappen overnemen van slechte vrienden)
  12. wat de een niet lust, daar eet een ander zich dik aan. (=smaken verSchillen.)
  13. als paddenstoelen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorSchijn komen)
  14. een ridder van het lui paard zijn (=steeds smoesjes verzinnen en de Schuld buiten jezelf leggen)
  15. iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verSchillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
  16. in de bres springen (=te hulp Schieten)
  17. te veel vuur in een stoof doet ze branden (=te veel is Schadelijk)
  18. je blind staren op (=te veel naar één eigenSchap kijken)
  19. overdaad schaadt (=te veel van iets is Schadelijk)
  20. veel koks bederven/verzouten de brij (=te veel verSchillende raad volgen kan Schadelijk zijn)
  21. over de hoge schoenen lopen (=te ver gaan of niet realistiSch zijn)
  22. de gebeten hond zijn (=ten onrechte worden beSchuldigd)
  23. boven water komen / boven water halen (=tevoorSchijn komen / tevoorSchijn halen, verSchijnen, opduiken)
  24. naar de bar(re)biesjes gaan (=totaal verloren gaan zonder dat er iets van overblijft (bijv. een Schip dat vergaat))
  25. appels met peren vergelijken (=twee totaal verSchillende dingen vergelijken)
  26. zo Hollands als haring met uitjes (=typiSch Hollands)
  27. een sfinx zijn (=typiSch zijn)
  28. van de kaart zijn (=uitgeSchakeld zijn - totaal versuft zijn)
  29. je netten drogen (=uitrusten na dronkenSchap)
  30. je kap over de haag hangen (=uittreden uit klooster of priesterSchap)
  31. voor iemand kruipen (=van iemand Schrik hebben , slaafs alles doen wat hij vraagt)
  32. van twee walletjes eten (=van verSchillende kanten voordeel behalen (negatief))
  33. voor galg en rad opgroeien (=vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarSchijnlijk naar criminaliteit leidt)
  34. heden in hoogheid verheven morgen onder de aarde (=vandaag nog heel belangrijk, maar morgen misSchien al dood)
  35. letters eten (=veel boekenwetenSchap opdoen)
  36. heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om Schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden))
  37. er warmpjes bijzitten (=veel geld hebben, over ruime financiële middelen beSchikken)
  38. over heel veel schijven gaan (=veel hiërarchiSche of administratieve niveaus moeten zich ermee bemoeien)
  39. krot en compagnie zijn (=veel Schulden hebben)
  40. kijken alsof je een geest ziet (=verbaasd of geSchrokken kijken.)
  41. de hand reiken (=vergiffenis Schenken)
  42. roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voordat de beer geSchoten is)
  43. naar de kelder gaan (=verongelukken (en met een Schip: zinken))
  44. koud en heet uit één mond blazen. (=verSchillende standpunten innemen om zijn eigen belangen te dienen)
  45. met alle zonden van Israël beladen worden (=voor alles de Schuld krijgen)
  46. voor zijn raap schieten (=voor het hoofd Schieten)
  47. op ieder potje past wel een dekseltje (=voor iedereen bestaat er een geSchikte levenspartner)
  48. wie mooi wil zijn, moet pijn lijden (=voor Schoonheid moet je wat over hebben)
  49. door het behang gaan (=voor Schut gezet worden)
  50. in zijn hemd laten staan (=voor Schut laten staan)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen