372 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ed`
- in het strijdperk treden (=de strijd aanvatten)
- in koelen bloede iets doen (=geheel kalm en rustig iets doen, alsof er niets aan de hand is)
- in troebel water is het goed vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
- je bedje is gespreid (=je komt in een situatie terecht waarin alles al voor je geregeld is)
- je een hoedje schrikken (=enorm schrikken)
- je eieren goed naar de markt brengen (=met een rijke vrouw getrouwd zijn)
- je eigen vlees of bloed (=zijn eigen familie (kinderen))
- je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
- je tegoed doen aan de vleespotten (=onterecht mee profiteren)
- je uitkleden voor men naar bed gaat (=alles weggeven voor men sterft)
- jong geleerd is oud gedaan (=hoe eerder men iets leert, des te langer de vaardigheid zal blijven)
- kaart, keurs en kan, bederven menig man. (=ten onder gaan aan gokken, vrouwen en drank)
- kalmte zal je redden (=als je rustig blijft gaan de dingen beter)
- kan uit Nazareth iets goeds komen? (=wanneer iemand een bepaalde opvoeding heeft gehad kan daar niks goeds van verwacht worden)
- kleine vossen bederven de wijngaard (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
- koffiedik kijken (=trachten het onbekende te kennen (de toekomst))
- koopmans goed, is eb en vloed. (=ondernemers hebben te maken met goede ne slechte tijden)
- kort en goed valt licht en zoet. (=pak dingen snel op en doe het goed)
- koud bier maakt warm bloed. (=alcohol maakt aggressief)
- kwaad bloed zetten (=iemand boos maken)
- kwade gezelschappen bederven goede zeden. (=slechte eigenschappen overnemen van slechte vrienden)
- lachen is het beste medicijn (=lachen is goed voor je gezondheid.)
- ledigheid is des duivels oorkussen (=niets te doen hebben leidt tot misdaden)
- lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
- liegen of/dat het gedrukt staat (=heel erg hard liegen)
- liever brood in de zak, dan een pluim op de hoed (=van eer kan men niet leven)
- maak je bed zoals je wilt slapen (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
- makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
- men wordt wel door een mestkar maar niet door een rijtuig overreden (=goed opgevoede mensen beledigen anderen minder)
- met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
- met bed en bult (=met alles wat men bijeen kan pakken op reis gaan)
- met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten worden (=op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden)
- met de moedermelk ingezogen hebben (=van jongs af zo geleerd hebben)
- met een dood kalf is het goed sollen (=men kan gerust wat proberen met iets dat al verloren is)
- met een goed geloof en een kurken ziel drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
- met het verkeerde been uit bed stappen (=een slecht humeur hebben)
- met je hoed in je hand kom je door het ganse land (maar met je pet op je test kom je er ook best) (=met beleefdheid kun je veel bereiken)
- moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
- moedoen voor Piet Snot (=zonder toegevoegde waarde en zonder erkenning deelnemen)
- mooie liedjes duren niet lang (=geluk is van korte duur)
- na gedane arbeid is het goed rusten (=als een klus geklaard is kan men er tevreden op terug kijken)
- na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
- neem je hoed niet af voordat je gegroet wordt (=men moet een ander nooit in de rede vallen)
- niet goed bij zijn hoofd zijn (=niet goed wijs zijn, gekke dingen doen)
- niet goed bij zijn positieven zijn (=niet op zijn gemak zijn, een beetje ziek zijn)
- niet goed snik zijn (=gek zijn (iemand))
- niet het vele is goed, maar het goede is veel. (=kwaliteit is beter dan kwantiteit)
- niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
- nieuw bloed (=nieuwe deelnemers, werkers)
- onder één hoedje spelen (=samen iets oneerlijks doen)
898 betekenissen bevatten `ed`
- acht slaan op iets (=ergens goed op letten)
- lont ruiken (=ergens het vermoeden toe hebben / het gevaar tijdig aanvoelen)
- een vinger in de pap hebben (=ergens iets in te zeggen hebben, invloed hebben)
- zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later))
- ergens verzeild raken (=ergens onbedoeld terechtkomen)
- iets in goede banen leiden (=ervoor zorgen dat iets goed verloopt)
- met hetzelfde sop overgoten (=even goed of slecht)
- voor elkaar boksen (=gedaan krijgen, in orde maken)
- waar de boom gevallen is, blijft hij liggen (=gedane zaken nemen geen keer)
- memento mori (=gedenk dat je zal sterven)
- tijd brengt raad. (=geduldig zijn leidt tot betere beslissingen of oplossingen)
- achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
- in het verdomboekje staan (=geen goed meer kunnen doen)
- geen hart in het lijf hebben (=geen greintje medelijden kennen)
- uit de kleine kinderen zijn (=geen kleine kinderen meer hoeven opvoeden)
- een hart van steen hebben (=geen medelijden met anderen hebben)
- kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
- gehuisd en gehoofd zijn (=gegoede burger zijn)
- als een blad van een boom veranderen/omkeren (=geheel anders gaan gedragen)
- aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken)
- geld verzoet de arbeid (=geld dat je krijgt maakt het harde vervelende werk weer goed)
- het geld regeert de wereld (=geld heeft grote invloed)
- bulken van het geld (=geld in overvloed hebben)
- geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt (=gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen)
- mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
- in de aanslag brengen (=gereedmaken)
- wat goed eet, schijt goed. (=gezond eten laat het lichaam goed functioneren.)
- een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
- uit de verf komen (=goed bij anderen overkomen / zich doen opmerken)
- bij elkaar passen als twee trommelstokken (=goed bij elkaar passen)
- ze alle vijf bij elkaar hebben (=goed bij zijn verstand zijn)
- de tafel eer aandoen (=goed en veel eten)
- een goede dam leggen. (=goed eten (voor het drinken van alcohol))
- je kaken roeren. (=goed eten of praten.)
- een vette bek halen. (=goed eten, vooral frituur)
- op goede voet staan met iemand (=goed kunnen opschieten)
- een gladde tong hebben (=goed kunnen praten, het goed kunnen uitleggen)
- dun snijden is het behoud van de worst. (=goed kunnen rondkomen door zuinig te zijn)
- een goed mondstuk hebben (=goed kunnen spreken)
- een goed hart toedragen (=goed kunnen verdragen)
- handen aan het lijf hebben (=goed kunnen werken)
- zo dicht als een pot zijn (=goed kunnen zwijgen/geheimen bewaren)
- de oren scherpen (=goed luisteren)
- de oren spitsen (=goed luisteren)
- goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
- in ere houden (=goed onderhouden, niet laten voorbijgaan)
- in de oren knopen (=goed onthouden)
- op elkaar lijken als het ene ei op het andere (=goed op elkaar lijken)
- men wordt wel door een mestkar maar niet door een rijtuig overreden (=goed opgevoede mensen beledigen anderen minder)
- op je qui vive zijn (=goed opletten)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen