Spreekwoorden met `LS`

Zoek


462 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `LS`

  1. het werkt aLS haarlemmerolie (=iets dat overal voor te gebruiken is)
  2. het zijn vogeLS van enerlei veren (=ze zijn eender)
  3. het zo druk hebben aLS een klein baasje (=veel kleine karweitjes moeten doen)
  4. hij geeft niet om wiens huis in brand staat, aLS hij zich maar aan de gloed kan warmen (=overal voordeel uit halen, ongeacht gevolgen voor anderen)
  5. hollen of stiLStaan (=van het ene uiterste in het andere vallen)
  6. honger aLS een paard hebben (=veel trek in eten hebben.)
  7. hooi aLS de zon schijnt (=je moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  8. hooien aLS de zon schijnt (=van de gunstige gelegenheid gebruik maken)
  9. horzeLS steken niet en hommeLS doden niet. (=mensen met een grote mond dragen het minste bij)
  10. huilen aLS een hofhond (=erbarmelijk tekeer gaan)
  11. ieder bakt zijn koek zoaLS hij hem eten wil. (=iedereen behartigt zijn zaken, op een manier zoals hij dat zelf wil.)
  12. iemand (aan) de poLS voelen (=iemand uithoren)
  13. iemand de teugeLS uit handen nemen. (=iemand de leiding afnemen)
  14. iemand een luis in de peLS zetten (=iemand last bezorgen)
  15. iemand het bloed onder de nageLS vandaan halen (=iemand vreselijk treiteren of irriteren)
  16. iemand onder zijn vleugeLS nemen (=iemand beschermen of verzorgen)
  17. iets op de haLS halen (=je met een probleem laten opzadelen)
  18. iets zo beu zijn aLS koude pap (=iets grondig beu zijn)
  19. ik geloof er in aLS een jood in Jezus Christus (=ik geloof er maar weinig in)
  20. in mei leggen alle vogeLS een ei (=weerspreuk: aanduiding dat in mei het broedseizoen begint)
  21. instorten aLS een kaartenhuisje (=plots en snel in elkaar zakken, tenietgedaan worden)
  22. je aLS een kat in een vreemd pakhuis voelen (=je ergens niet thuis voelen)
  23. je aLS een vis in het water voelen (=je helemaal op je plaats voelen)
  24. je kan niet door een muur lopen, behalve aLS er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
  25. je mag wel ergens anders honger krijgen, aLS je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  26. je pen in aLSem dopen (=erg negatief of kwetsend schrijven)
  27. je pen in gal en aLSem dopen (=erg negatief of kwetsend schrijven)
  28. je van de haLS houden (=van je afhouden, niet aanvaarden)
  29. je weren aLS een kat in de krullen (=je fel verweren)
  30. je ziet eruit aLS een afgegoten patat (=katerig)
  31. kijken aLS een hard geschilde aardappel (=bleek zien)
  32. kijken aLS een schelvis (=lodderig, dom of onbetrouwbaar kijken)
  33. kijken aLS een snoek op zolder (=zeer verbaasd zijn)
  34. kijken aLS Jonas in de walvis (=benauwd kijken)
  35. kijken aLSof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=heel ongelukkig kijken)
  36. kijken aLSof je een geest ziet (=verbaasd of geschrokken kijken.)
  37. klaar aLS de dag. (=overduidelijk)
  38. klauwen en nageLS hebben (=zich kunnen verdedigen)
  39. komen aLS een dief in de nacht (=onverwacht komen)
  40. komen met de paal aLS het brood in de oven is (=te laat komen)
  41. krom jezelf aLS je door de wereld wilt komen (=je moet er wat voor over hebben om iets te bereiken)
  42. kunnen missen aLS kiespijn (=veel liever niet hebben)
  43. kwaad gezeLSchap doet dolen. (=vermijdt omgang met mensen die een negatieve invloed op je leven kunnen hebben)
  44. kwade gezeLSchappen bederven goede zeden. (=slechte eigenschappen overnemen van slechte vrienden)
  45. lach aLS je begraven wordt (=dat is geen reden om te lachen)
  46. lachen aLS een boer die een hoefijzer vindt (=tevreden lachen)
  47. lachen aLS een boer met kiespijn (=lachen zonder echt blij te zijn)
  48. lang genoeg in de kreupeLStraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)
  49. ledigheid is des duiveLS oorkussen (=niets te doen hebben leidt tot misdaden)
  50. lege vaten klinken het hoLSt (=zij die er niets over weten, roepen het hardst)

359 betekenissen bevatten `LS`

  1. je een ongeluk lachen (=hetzelfde aLS `In een deuk liggen`, niet meer bijkomen van het lachen)
  2. een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde aLS: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
  3. de broodkruimels steken hem (=hij kan de weLStand niet dragen)
  4. dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen gebruiken aLS argument voor wat hij toch al wilde)
  5. er een handje van hebben (=hinderlijke gewoonte, aLS iemand de kans ergens toe ziet die ook nemen, een ander het werk laten doen)
  6. lang vasten is geen brood sparen. (=honger lijden is niet hetzelfde aLS geld besparen)
  7. met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adeLStand)
  8. ieder bakt zijn koek zoals hij hem eten wil. (=iedereen behartigt zijn zaken, op een manier zoaLS hij dat zelf wil.)
  9. iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen aLS de schuldige of aLS de verantwoordelijke voor een mislukking)
  10. iemand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een post achten, iemand aLS de dader van iets afschilderen (doodverf is grondverf)[1])
  11. iemand iets aansmeren (=iemand iets (weinig waardevoLS) verkopen)
  12. de hond de jas voorhouden (=iemand vaLSe hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
  13. bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas aLS het erop aankomt)
  14. met zijn pink manoeuvreren (=iets aLS de beste kunnen)
  15. bijna is nog niet half en een koe is nog geen kalf (=iets bijna hebben is hetzelfde aLS iets helemaal niet hebben)
  16. er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, aLS er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  17. vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of aLS gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  18. dat zal je de dood niet aandoen (=iets is niet zo erg is aLS het lijkt)
  19. baat het niet, schaadt het niet (=iets kan helpen, maar aLS het niet helpt zal het geen problemen geven)
  20. iets bij de roes kopen (=iets kopen in de staat zoaLS het is)
  21. iets bij de roes verkopen (=iets verkopen in de staat zoaLS het is)
  22. er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen aLS een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  23. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren aLSof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  24. met een metworst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevoLS opofferen om iets waardevoLS terug te krijgen)
  25. wie een zin begint met ik is een grote stommerik. (=ik aan het begin van een zin is niet zoaLS het hoort)
  26. als ik ze niet hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=ik bemoei me niet met andermans zaken aLS het niet hoeft)
  27. moeten is dwang en huilen is kindergezang (=ik wil het wel doen, maar niet aLS het me verplicht wordt)
  28. onder de vijgenboom rusten (=in rust en weLStand leven)
  29. wie olie meet wordt er vet van (=in slecht gezeLSchap wordt men slecht)
  30. wie bang leeft, gaat ook bang dood (=je gaat zoaLS je geleefd hebt)
  31. een doodshemd heeft geen zakken. (=je hebt niets aan je geld aLS je dood bent)
  32. wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets (=je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar aLS je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen)
  33. het laatste hemd heeft geen zakken (=je kunt niets meenemen aLS je dood gaat (laatste hemd = doodshemd))
  34. gasten en vis blijven maar drie dagen fris. (=je moet aLS gast niet te lang blijven.)
  35. hooi als de zon schijnt (=je moet de gelegenheid gebruiken aLS die zich voordoet)
  36. wat de mens zaait zal hij maaien (=je moet er iets voor doen, aLS je wat wil krijgen)
  37. `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken aLS je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
  38. de boer op de bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. (=je moet niet doen aLSof je de beste bent, iemand anders weet ook wel wat)
  39. kleine potjes hebben grote oren (=je moet uitkijken met wat je zegt aLS er kinderen bij zijn)
  40. grote pracht, weinig macht. (=je voordoen aLS een rijk man terwijl je arm bent)
  41. grote pronker, kale jonker. (=je voordoen aLS een rijk man terwijl je arm bent)
  42. wat je van ver haalt is lekker. (=je waardeert dingen extra aLS je er veel werk voor moet doen)
  43. job krijgt op zijn kop (=kaartspel: aLS klaveren heer wordt afgetroefd)
  44. wat de vrouw graag mag, eet de man elke dag. (=mannen eten wat hun vrouw kookt, ook aLS het niet hun favoriete gerecht is)
  45. zo de abt, zo de monniken (=medewerkers gedragen zich net zoaLS hun leidinggevende)
  46. zo de heer, zo de knecht (=medewerkers gedragen zich net zoaLS hun leidinggevende)
  47. zo de waard is vertrouwt hij zijn gasten (=men ziet de anderen zoaLS men zichzelf ziet)
  48. over de doden niets dan goeds (=men ziet kwaadspreken over overledenen aLS iets heel onbeleefd, er mag niet gespot worden met de dood)
  49. salvo titulo (=met behoud van titeLS)
  50. het eind zal de last dragen (=moeilijkheden en problemen komen vooral aLS het werk bijna af is)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen