890 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op`
- een koopje leveren (=iets onaangenaams doen)
- een koopman een loopman. (=een goede verkoper gaat bij zijn klanten langs)
- een koperen bruiloft (=een 12½-jarig huwelijk)
- een krop in de keel hebben (=emotioneel aangedaan zijn)
- een krop opzetten (=een hoge borst opzetten - een fiere houding aannemen)
- een leventje als een luis op een zeer hoofd (=een heerlijk leventje)
- een lichtje opgaan bij iemand (=iets wordt duidelijk en helder)
- een loopje met iemand nemen (=zich weinig van iemand aantrekken (die de leiding heeft))
- een mop met een baard (=een oude mop)
- een nieuwe lap op een oud kleed (=een zinloze toevoeging)
- een oogje op iemand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
- een open boek zijn (=wanneer je karakter eenvoudig te doorzien is)
- een open deur intrappen (=iets doen wat niet nodig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)
- een open oog voor iets hebben (=voor iets open staan)
- een paar mensen optrommelen (=een paar mensen laten komen)
- een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
- een peer op hebben (=dronken zijn)
- een pleister op de wonde leggen (=iets troostends aanbieden)
- een pleister op een houten been (=een nutteloos voorstel)
- een proefballonnetje oplaten (=door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)
- een reus op lemen voeten (=schijnbaar sterk maar in feite zwak)
- een roze bril op hebben (=verliefd op iemand zijn en hierdoor zijn/haar mindere kanten niet zien)
- een schip op het strand is een baken in zee (=van de fouten die anderen hebben gemaakt kun je zelf veel leren)
- een schollekop (vissenkop) hebben (=een boeventronie hebben)
- een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)
- een schot voor open doel. (=iets zo eenvoudig dat het bijna onmogelijk is om te falen)
- een slak op de goede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg (=je kunt beter iets langzaam en goed doen, dan snel en niet goed)
- een slok op een borrel schelen (=een groot verschil maken)
- een snoek op zolder zoeken (=iets onmogelijks zoeken, vergeefse moeite doen)
- een speld heeft ook een kop. (=kinderen doen het liefst wat ze zelf willen)
- een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
- een veer op de hoed steken (=een compliment geven/krijgen)
- een veer op zijn muts steken (=een compliment geven/krijgen)
- een verdieping op zijn huis zetten (=hypotheek nemen)
- een vlek op het blazoen (=een smet op de reputatie.)
- een volle buik peinst op geen lege. (=iemand die genoeg te eten heeft is niet bezig is met de zorgen van een ander)
- een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- een zalfje op de wond (=iets dat het leed verzacht)
- een zilveren dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
- een zweetje op iets halen (=zich ergens fel voor inspannen)
- eet geen paaseieren op goede vrijdag (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
- er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
- er de handen voor op elkaar krijgen (=er steun (applaus) voor krijgen)
- er de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
- er dienen geen twee masten op een schip (=er kan er maar één het bevel voeren)
- er dik bovenop liggen (=overduidelijk zijn)
- er een balletje over opgooien (=er voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
- er een loodje op leggen (=er iets aan toevoegen)
- er een schepje opdoen (=er nog wat aan toevoegen)
812 betekenissen bevatten `op`
- het gras is altijd groener bij de buren (=er is altijd iets te vinden om jaloers op te zijn)
- er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
- er schuilt iets achter (=er is meer aan de hand dan op het eerste gezicht lijkt.)
- niet in de haak zijn (=er klopt iets niet)
- er geen oog voor hebben (=er niet op letten)
- er geen peil op kunnen trekken (=er niet van op aan kunnen)
- in het duister tasten (=er niets over weten, geen aanknopingspunten vinden)
- met de sok op de kop gezet (=er onbewust door toedoen van anderen voor joker bijlopen)
- je in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
- een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
- elke gek heeft zijn gebrek (=er valt op iedereen wel iets aan te merken)
- ergens met lood in de schoenen naar toe gaan (=er verschrikkelijk tegen opzien)
- er een punt achter zetten (=er voorgoed mee stoppen)
- daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken)
- op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
- lopen als een kievit (=erg gemakkelijk en vlug lopen)
- op een zuinigje (=erg goedkoop - weinig moeite doend)
- iemand wel kunnen villen (=erg kwaad zijn op iemand / Een erge hekel hebben aan iemand)
- vorderen als een luis op een teerton (=erg moeizaam opschieten)
- zo mooi als poes (=erg mooi (opgetut))
- op dezelfde leest geschoeid zijn (=erg op elkaar lijken)
- in vuur en vlam staan (=erg opgewonden zijn / hevig branden)
- uit de grond stampen (=erg snel iets opbouwen)
- er prat op gaan (=erg trots over iets zijn en er over opscheppen)
- de nacht brengt raad. (=ergens een nachtje over slapen leidt tot betere beslissingen of oplossingen)
- iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
- acht slaan op iets (=ergens goed op letten)
- er de brui aan geven (=ergens mee ophouden)
- iets niet over zijn hart kunnen krijgen (=ergens niet toe kunnen komen of ergens op gesteld zijn)
- iets niet koud laten worden (=ergens onmiddellijk op ingaan)
- het hoofd stoten (=ergens onprettig tegen aan lopen)
- aan zijn broek krijgen (=ermee opgescheept worden)
- er de kat insteken (=ermee ophouden)
- aan de latten hangen (=ermee ophouden - bijna bankroet zijn)
- de boel erbij neergooien (=ermee stoppen)
- het bijltje erbij neerleggen (=ermee stoppen)
- de boeken sluiten (=ermee stoppen - bankroet gaan)
- een oude vogel is niet licht te vangen. (=ervaren mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
- een oude rat vindt licht een gat. (=ervaren mensen weten vaak een oplossing te vinden)
- iets in goede banen leiden (=ervoor zorgen dat iets goed verloopt)
- eten wat de pot schaft. (=eten wat op tafel komt.)
- in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een plan), mislukken, niet doorgaan)
- korte rekeningen maken lange vriendschappen. (=financiële geschillen moet je direct oplossen)
- een vaantje strijken (=flauw vallen, sterven, het opgeven)
- tijd brengt raad. (=geduldig zijn leidt tot betere beslissingen of oplossingen)
- de reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (=geef niet op voor het doel geheel is bereikt)
- dweilen met de kraan open (=geen kans op succes hebben, omdat men de symptomen bestrijdt zonder de oorzaak aan te pakken)
- aan handen en voeten gebonden zijn (=geen kant op kunnen)
- met de rug tegen de muur staan (=geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg)
- uit de kleine kinderen zijn (=geen kleine kinderen meer hoeven opvoeden)
50 dialectgezegden bevatten `op`
- 't was moar 'n drupke op de gloei'nde ploat (=de geboden hulp was bij lange na niet toereikend) (Westerkwartiers)
- 't wasgoed hangt op 't rik (=het wasgoed hangt op 't wasrek) (Westerkwartiers)
- 't wil niks vlott'n (=het schiet niets op) (Westerkwartiers)
- 't wirkt op mijn kluute (=het op de zenuwen krijgen) (Gents)
- 't wirkt op mijn tiene (=het werkt op mijn zenuwen) (Gents)
- 't wirkt op zijnn tieëns (=het werkt op zijn zenuwen) (Kaprijks)
- 't wor vroeg kloar (=de zon komt vroeg op) (Kaprijks)
- 't za nie mankeern (=daar kan je op rekenen) (Kaprijks)
- 't zaatuhguh slaacht op (=Het begon slecht) (Eekloos)
- 't zal go speten (=er is een regenvlaag op komst) (Sint-Niklaas)
- 't Zal tegen zein klooten sneen (=Het zal op niets uitdraaien) (Bevers)
- 't zet aw slecht op (='t begin niet goed) (Kaprijks)
- 't zien nog katjes die melk meugn (=Er zijn nog anderen op belust) (Veurns)
- 't zit er 'em bovesaerms op (=er is grote ruzie) (Wichels)
- 't zit er bovenerms op (=er is ruzie) (Lommels)
- 't zit er em bovenoarms op (=ruzie maken) (Kaprijks)
- 't zitj er boveneirms op (=er is grote ruzie) (Meers)
- 't zitj ier op zè gat (=de verkoop is slecht) (Meers)
- 't zitj op zè gat (=aan de grond fig.: het is mislukt) (Meers)
- 't Zölfde gaoren op een aander klossie. (=Oude wijn in nieuwe zakken) (Drents)
- 'ten stoopt nie (t) (=het houdt niet op) (Waregems)
- 'tès ammel get, zaag Bet, en ze hoch twei jing on één T. (=het is beter op iemand dan op niemand te moeten wachten) (Munsterbilzen - Minsters)
- 'twaes ter klof op (=dat was er juist op) (Sint-Laureins)
- 'Tzegenentbewoardou (=avondkruishe (Rooms katholiek) op voorhoofd kinderen) (Zottegems)
- 'Wil niet' niet lig op 't kaarkhof en 'kan niet'lig er naost (=Proberen en niet klagen) (Giethoorns)
- ‘k ém er ginne goeien dunk van (=ik loop er niet hoog met op) (Meers)
- ‘k rêë op ne griuëdn platoo (=ik fiets met grote versnelling) (Kaprijks)
- ‘k zal a nekieër wa poepsuikre geevn (=ik zal eens op je gat slaan) (Kaprijks)
- ‘N draai òp gàng gooie (=Een was doen) (Volendams)
- ‘N L op je rêg ê (=Lui zijn) (Volendams)
- ‘t een steek nie op een andzjuunpelle (=het steekt niet zo nauw) (Kaprijks)
- ‘t most wa kostn (=er is niet op de kosten bespaard) (Kaprijks)
- ‘t sa nog nie sijn (=de nagel op de kop) (Kaprijks)
- ‘t stoat een griuët kruis op a viuëriuëft (=je liegt) (Kaprijks)
- ‘t zit er em bovenoarms op (=het is weer ruzie) (Kaprijks)
- ‘t Zwolse besluut dreit op stront uut (=Het draait op ruzie uit) (Zwols)
- ’t er és nen donderstieën gevallen op Jef zén skuur (=de bliksem is ingeslagen op de schuur van Jef) (Meers)
- ’t és e vies oeër (=iemand die snel boos is, hij is vlug op zijn tenen getrapt) (Meers)
- ’t Is amal da niet, ’t es da kind zonder huefd da langs zijn poepken pap moe eedn. (=Dat is niet erg, er zijn veel moeilijker op te lossen problemen.) (Evergems)
- ’t oeëg op émmen (=het hoog in zijn bol hebben) (Meers)
- "c'est l'oeil qui faut" zèjt de woale (=je moet er maar op komen) (Brakels)
- (ach) Schei uit ! (=hou op !, stop ermee ! Hou erover op ! , meen je dat , ach kom nou) (Utrechts)
- (dat) gelul, hou er asjebelief/asteblief over op (=(die) onzin ( hou erover op)) (Utrechts)
- (in) tweekdags (=op weekdagen) (Kaprijks)
- (Rotterdamse haventaal) een (olie) inspecteur/controleur die een tank controleert op het leeg zijn (=tank leeg kijken) (Rotterdams)
- (van) pillong geven, er een lap / kartets op geven (=flink aanpakken, vaart maken) (Wichels)
- ' k ben dun besten van de klas op een oar nô (=ik ben bijna de beste van de klas) (Sint-Niklaas)
- ' k è au lieg op (=Ik ben teleurgesteld in u) (Hansbeeks)
- ' k gerake versteld (=ik krijg mijn eten niet meer op) (Waregems)
- ' k goa eu een suuke op uwe spekkewinkel geve dadde stuikt gelêk een schelle pénse (=ik zal je klap om je oren geven, dat je er niet goed van zijt) (Gents)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen