Spreekwoorden met `ll`

Zoek


305 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ll`

  1. je mag wel alles eten, maar niet alles weten. (=ik hoef je niet alles te vertellen.)
  2. je matten oprollen (=vertrekken, weggaan)
  3. je rolletje laten aflopen (=volop genieten)
  4. je volle gewicht in de strijd werpen (=zich er volledig voor inzetten)
  5. je weren als een kat in de krullen (=je fel verweren)
  6. je zegeningen tellen (=dankbaar zijn voor wat men heeft.)
  7. jong en oud, op het eind wordt alles koud. (=uiteindelijk gaat iedereen dood.)
  8. kallen is mallen maar doen is een ding (=je kan het beter doen dan er altijd maar over blijven praten)
  9. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  10. kleine houwen vellen grote eiken. (=met veel kleine beetjes kun je veel bereiken)
  11. krokodillentranen huilen (=verdriet veinzen)
  12. liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
  13. malletje naar malletje (=op precies dezelfde wijze herhaald)
  14. meer kunnen dan alleen brood eten (=verstand van zaken hebben)
  15. men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  16. mensen vertellen veel op een zomerse dag. (=verhalen kloppen niet altijd)
  17. met alle soorten van genoegen (=heel graag)
  18. met alle winden draaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  19. met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  20. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  21. met alle zonden van Israël beladen worden (=voor alles de schuld krijgen)
  22. met de billen bloot (=eerlijk en open zijn over fouten of tekortkomingen.)
  23. met de deur in huis vallen (=meteen ter zake komen / onmiddellijk over datgene beginnen waarvoor men kwam zonder)
  24. met de kop door de muur willen (=het onmogelijke willen)
  25. met een dood kalf is het goed sollen (=men kan gerust wat proberen met iets dat al verloren is)
  26. met iemand niet willen oversteken (=niet in iemands plaats willen zijn)
  27. met onwillige honden is het slecht hazen vangen (=het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen)
  28. met stille trom vertrekken (=vertrekken zonder iemand het te laten weten)
  29. met vallen en opstaan (leren) (=door mislukkingen leren)
  30. met zijn gat in de boter vallen (=(onverwacht) goed terechtkomen)
  31. met zijn neus in de boter vallen (=(Onverwacht) goed terechtkomen)
  32. moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
  33. niet alle winden schudden noten af. (=succes is niet altijd gegarandeerd)
  34. niet bij brood alleen leven (=men heeft meer nodig dan alleen eten om te kunnen leven)
  35. niet op je achterhoofd gevallen zijn (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten)
  36. niet op zijn mondje gevallen zijn (=precies duidelijk maken hoe iemand over iets denkt)
  37. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  38. of men geen tien kan tellen (=zich onnozel houdend)
  39. omwille van het smeer likt de kat de kandeleer (=omwille van het loon doet men een werk)
  40. ongeluk komt zelden alleen (=een tegenslag wordt vaak gevolgd door nog meer problemen)
  41. op alle slakken zout leggen (=op alle onbelangrijke dingen commentaar hebben)
  42. op de hoogte stellen (=informeren)
  43. op een volle buik staat een vrolijk hoofd. (=een volle buik brengt een blij en tevreden humeur.)
  44. op het hellend vlak (=onzeker)
  45. op het veld van eer gevallen (=eervol gesneuveld)
  46. op je tellen passen (=voorzichtig zijn)
  47. over het paard tillen (=er te veel goeds van zeggen / verwend en geprezen zijn)
  48. over het paard tillen. (=iemand te veel prijzen, zodat hij verwaand wordt)
  49. paal en perk stellen (=de grens leggen / een einde stellen aan)
  50. paarden vallen ook al hebben zij vier benen. (=iedereen maakt fouten)

491 betekenissen bevatten `ll`

  1. je fortuin te grabbel gooien (=geld verspillen)
  2. geld in het water gooien (=geld verspillen)
  3. geld over de balk gooien (of smijten) (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven)
  4. praten als Brugman (=gemakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)
  5. aan de beterhand (=genezend, herstellend)
  6. met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
  7. de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
  8. steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
  9. binnen de kortste keren (=heel snel, bijna onmiddellijk)
  10. moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
  11. zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)
  12. de neuzen tellen (=het aantal aanwezigen tellen)
  13. lest best (=het beste van alles komt op het einde)
  14. een dronkemansgebed doen (=het geld natellen (als het zo goed als op is))
  15. parels/paarlen voor de zwijnen werpen (=het goede verspillen aan hen die het niet verdienen/waarderen)
  16. hoog van de toren blazen (=het grote woord willen hebben / opscheppen)
  17. het is dief en diefjesmaat (=het is allemaal even erg)
  18. het is één pot nat (=het is allemaal hetzelfde)
  19. met onwillige honden is het slecht hazen vangen (=het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen)
  20. het leven gaat niet altijd over rozen (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  21. het leven is geen zoete krentenbol (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  22. het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
  23. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)
  24. het kan vriezen en het kan dooien (=het kan alle kanten uit gaan)
  25. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  26. er voor tekenen (=het met plezier willen aanvaarden)
  27. het op de lippen hebben (=het net willen zeggen)
  28. er met de pet niet bij kunnen (=het niet willen/kunnen snappen)
  29. met de kop door de muur willen (=het onmogelijke willen)
  30. de maan met de handen willen grijpen (=het onmogelijke willen doen)
  31. naar de maan reiken (=het onmogelijke willen doen)
  32. het zeil strijken (=het opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
  33. het onderste uit de kan willen (=het uiterste willen)
  34. het kaf van het koren scheiden (=het waardevolle van het waardeloze scheiden)
  35. mans genoeg zijn (=het wel alleen afkunnen)
  36. het zal zo`n vaart niet lopen (=het zal wel meevallen)
  37. een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
  38. er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  39. het hart zinkt hem in de schoenen (=hij verliest alle moed)
  40. zo lang er leven is, is er hoop (=hoe slecht het ook staat, zolang nog niet alles verloren is, kan alles nog goed komen)
  41. vragen staat/is vrij (=iedereen heeft de gelegenheid om vragen te stellen)
  42. iemand het gras voor de voeten wegmaaien (=iemand alle kansen ontnemen)
  43. iemand op zijn wenken bedienen (=iemand altijd en onmiddellijk geven waar hij om vraagt)
  44. hoogmoed komt voor de val (=iemand die erg trots is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende)
  45. zo zeker als de bank (=iemand die in alles te vertrouwen is)
  46. een paling (snoek) gevangen hebben (=iemand die per ongeluk in het water is gevallen)
  47. een profeet die brood eet (=iemand die waardeloze voorspellingen doet)
  48. iemand een worst voorhouden (=iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan)
  49. iemand met een zwarte kool tekenen (=iemand erg ongunstig voorstellen)
  50. iemand de handschoen toewerpen (=iemand ergens toe uitdagen of met iemand de strijd willen aangaan)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen