Spreekwoorden met `va`

Zoek


663 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `va`

  1. een onzevader bidden in alle kapelletjes (=in alle cafés langsgaan)
  2. een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  3. een oud paard van stal halen. (=oude argumenten opnieuw gebruiken)
  4. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  5. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  6. een oude vogel is niet licht te vangen. (=ervaren mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
  7. een pak van het hart (=een grote opluchting)
  8. een paling (snoek) gevangen hebben (=iemand die per ongeluk in het water is gevallen)
  9. een ridder van de droevige figuur (=een sufferd)
  10. een ridder van de el (=een kleermaker)
  11. een ridder van het lui paard zijn (=steeds smoesjes verzinnen en de schuld buiten jezelf leggen)
  12. een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)
  13. een slak op de goede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg (=je kunt beter iets langzaam en goed doen, dan snel en niet goed)
  14. een snoek vangen. (=in het water vallen)
  15. een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
  16. een steek laten vallen (=een fout maken.)
  17. een stuip krijgen van het lachen (=schaterlachen)
  18. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  19. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
  20. een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw (=in de volksmond: De beste beloning voor een 19e eeuws schoolkind)
  21. een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
  22. een uil vangen (=een grote strop hebben)
  23. één uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
  24. een vaantje strijken (=flauw vallen, sterven, het opgeven)
  25. een vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
  26. een van de vijf is uit kuieren (=hij is niet goed wijs)
  27. een varken heeft wel een krul in zijn staart. (=er is altijd iets om trots op te zijn)
  28. een veer van zijn mond kunnen blazen (=nog niet totaal uitgeput zijn)
  29. een verschil van dag en nacht. (=een heel groot verschil.)
  30. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
  31. een vogel die te vroeg zingt, wordt `s avonds van de kat gegeten. (=wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)
  32. een vogel zingt zowel van armoe als van weelde. (=je kan positief zijn onder alle omstandigheden)
  33. een vos is niet licht met één strik te vangen. (=slimme mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
  34. een wet van Meden en Perzen zijn (=een regel waarvan nooit mag worden afgeweken)
  35. een zoon van zijn vader zijn (=het karakter van zijn vader hebben)
  36. een zware bevalling. (=iets waar je hard voor moet werken)
  37. eerst in de boot keur van de riemen (=wie eerst komt, kan eerst kiezen)
  38. elk meent zijn uil een valk te zijn (=ieder denkt het beste over de eigen prestaties)
  39. elk zijn meug, zei de boer en hij at paardenkeutels in plaats van vijgen. (=boeren zijn koppige mensen die hun eigen zin doen)
  40. elkaar vliegen afvangen (=op onbeduidende details elkaar beconcurreren dan wel duidelijk willen laten uitkomen dat men zelf gelijk heeft en de ander niet)
  41. er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
  42. er bekaaid (van) afkomen (=een te lage prijs ervoor krijgen)
  43. er de balen van hebben (=iets niet meer leuk vinden en willen dat het stopt)
  44. er de mond vol van hebben (=praten over de zaken die iemand bezighouden)
  45. er een halszaak van maken (=iets heel erg aantrekken en ernstig nemen)
  46. er een handje van hebben (=hinderlijke gewoonte, als iemand de kans ergens toe ziet die ook nemen, een ander het werk laten doen)
  47. er een muisje van hebben horen piepen (=er iets van gehoord hebben)
  48. er een potje van maken (=er een janboel van maken)
  49. er een punthoofd van krijgen (=er compleet gek van worden)
  50. er ei of kuiken van willen hebben. (=alles willen weten)

860 betekenissen bevatten `va`

  1. uit hetzelfde vaatje tappen (=dezelfde standpunten of opvattingen delen.)
  2. het heen en weer krijgen (=diarree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  3. de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  4. doen alsof je neus bloedt (=doen alsof je van niets weet)
  5. je van de domme houden (=doen alsof men van niets weet)
  6. uit de lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
  7. in goede aarde vallen (=door de ontvanger goed ontvangen worden)
  8. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  9. in de fuik lopen (=door eigen stommiteiten in een valstrik lopen)
  10. een proefballonnetje oplaten (=door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)
  11. door vragen wordt men wijs (=door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
  12. buurmans leed troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
  13. tijd slijt (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  14. tijd heelt alle wonden (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  15. een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
  16. al doende leert men (=door iets vaak te doen, leert men hoe het moet.)
  17. aan de hand van (=door middel van)
  18. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen)
  19. liefde is blind (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  20. alle vrijers zijn rijk. (=door verliefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)
  21. alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
  22. de draad oppakken (=doorgaan van de plaats waar je was gestopt)
  23. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  24. heet gebakerd (=driftig van aard)
  25. de oren wassen (=duchtig ervan langs geven, de waarheid zeggen)
  26. onder de neus wrijven (=duidelijk zeggen wat er van gevonden wordt)
  27. groen en geel voor de ogen worden (=duizelen en/of erg van schrikken)
  28. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  29. ambt geeft verstand. (=een baan gekregen hebben zonder er iets van af te weten)
  30. de knoop doorhakken (=een beslissing forceren. (Afgeleid van het verhaal van de Gordiaanse knoop))
  31. paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is)
  32. voor paal/schut staan (=een blunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen))
  33. een doos van Pandora zijn (=een bron van problemen, ellende, ziekte en misère zijn)
  34. een Frans compliment. (=een compliment wat niet zo oprecht of positief is als het aanvankelijk leek)
  35. dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgesproken zaak)
  36. een uiltje knappen (=een dutje doen (zogenaamd een vlinder vangen))
  37. voor het inkoppen hebben (=een eenvoudige kans om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander)
  38. een rad uit de wagen. (=een flinke tegenvaller)
  39. een wolf in de schaapskooi. (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  40. een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  41. een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
  42. een draai aan het verhaal geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  43. de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
  44. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  45. een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
  46. een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
  47. dat zijn twaalf eieren en dertien kuikens. (=een meevaller)
  48. de wind waait uit die hoek (=een mening van iemand uit een bepaalde groep/partij)
  49. door schade en schande wordt men wijs (=een mens leert het beste van z`n fouten)
  50. een bodem in de markt leggen (=een minimumprijs vastleggen)

Eén dialectgezegde bevat `va`

  1. zoe zot as een mus; va Lotje getikt; zoe zot as een achterdeur (=knettergek) (Sint-Niklaas)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen