1052 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `el`
- de eindjes (niet) aan elkaar knopen (=(niet) rond komen (met z`n inkomen))
- de ene bedelaar ziet de andere niet graag voor de deur staan (=men is bang voor concurrentie)
- de engeltjes schudden hun bed op / kussens uit (=het sneeuwt)
- de engeltjes schudden hun kussens uit (=het sneeuwt)
- de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
- de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
- de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
- de gelegenheid te baat nemen (=van de gelegenheid gebruik maken)
- de grond onder zich voelen wegzinken (=beschaamd zijn , geen oplossing meer zien)
- de groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=de machtige lui leven op kosten van de gewone man)
- de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
- de haan en de vos hebben elkaar te gast (=twee bedriegers zijn steeds op hun eigen voordeel uit)
- de hand aan zichzelf slaan (=zelfmoord plegen)
- de hel breekt los (=de ruzie is begonnen.)
- de heler is net zo goed als de steler (=wie gestolen goed koopt is even slecht als de dief)
- de hete aardappel doorspelen (=iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
- de hielen lichten (=weggaan)
- de hoek in de keel hebben (=verliefd zijn)
- de hoofden bij elkaar steken (=overleg plegen)
- de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
- de huid vol schelden (=flink uitschelden)
- de jongste ezel moet het pak dragen (=de jongste moet de vervelende klusjes opknappen)
- de kat bij de melk zetten (=iemand in verleiding brengen)
- de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
- de keel kost veel (=herhaalde dronkenschap leidt tot armoede)
- de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
- de koe trekt de melk op. (=je krijgt niet wat je verwachtte)
- de koekoek en de sijs hebben niet dezelfde wijs. (=iedereen is anders)
- de kogel door de kerk laten gaan (=de beslissing nemen)
- de koninklijke weg bewandelen (=eerlijk zijn)
- de koppen bij elkaar steken (=overleggen)
- de kriebel in zijn gat hebben (=niet kunnen stilzitten)
- de kronkel in de darm hebben (=hevige buikpijn (koliek) hebben)
- de lakens uitdelen (=het voor het zeggen hebben, de baas spelen)
- de leer veroordelen maar de leraar sparen (=de wortel van het probleem niet aanpakken)
- de lepelziekte hebben (=weinig eten)
- de lijn/teugels aanhalen (=strenger worden)
- de man wel, maar het paard niet (=niet helemaal eerlijk zijn)
- de mantel naar de wind hangen (=steeds de opinie van de anderen volgen)
- de meeste aardappelen al gegeten hebben (=veel meegemaakt hebben, al lang leven)
- de melk optrekken (=je woord terugnemen, je belofte niet helemaal vervullen)
- de mossel doet de vis afslaan. (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen)
- de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
- de neuzen tellen (=het aantal aanwezigen tellen)
- de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
- de omgekeerde wereld (=het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
- de ontbrekende schakel (=iets dat nog mist om iets compleet te maken)
- de pantoffel kussen (=onder de slof zitten)
- de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
- de poten onder iemands stoel wegzagen (=iemands positie verzwakken)
2012 betekenissen bevatten `el`
- beter een half ei dan een lege dop (=beter iets dan helemaal niets)
- geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
- ons kent ons (=betrekkelijk afgesloten clubje mensen dat onderling de zaken regelt)
- om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
- iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen heeft)
- buiten westen (=bewusteloos)
- van de sokken gaan/raken/vallen (=bewusteloos vallen)
- aan het laatje zitten (=bij de bron zitten / geld hebben)
- er zijn geen rozen zonder doornen (=bij elk geluk is er ook verdriet)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
- bij de tekst blijven (=bij het oorspronkelijke plan blijven)
- iemand in het zeer tasten (=bij iemand de gevoelige plek raken)
- iemand de oren van het hoofd eten (=bij iemand erg veel eten)
- verbi gratia (=bijvoorbeeld)
- exempli gratia (=bijvoorbeeld)
- verbi causa (=bijvoorbeeld)
- de koning te rijk zijn. (=bijzonder gelukkig zijn)
- in het oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
- in het oog hebben (=binnen het gezichtsveld zijn)
- in den blinde (=blindelings)
- men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
- de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
- door de wol geverfd zijn (=brutaal , schaamteloos zijn)
- zin noch wit hebben (=buiten jezelf zijn van woede)
- ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
- klinkende munt (=contant geld)
- zoden aan de dijk zetten (=daadwerkelijk hulp verschaffen)
- daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
- dat kan het paard niet trekken. (=daar heb ik onvoldoende geld voor)
- visnamig (=daar is het goed vissen, er zit daar veel vis)
- daar valt wel een mouw aan te passen (=daar is wel een oplossing voor te vinden)
- dat ligt hem in zijn mond bestorven (=daar spreekt hij veel over)
- men heeft daar latten op het dak (=daar wordt afgeluisterd)
- dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
- op de schobberdebonk leven (=dakloos zijn en/of bedelend leven)
- mijn verstand staat er bij stil (=dat begrijp ik helemaal niet)
- commandeer je hond en blaf zelf (=dat bevel weiger ik uit te voeren)
- dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
- daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
- dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
- morgen brengen (=dat geloof je toch zelf niet! dat doe ik beslist niet!)
- dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
- dat zijn aambeien met slagroom (=dat heeft niets met elkaar te maken)
- dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
- dat is een stuk! (=dat is een aantrekkelijk persoon)
- na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
- dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel)
- dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
- dat is andere koek (=dat is heel iets anders)
- dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen