Spreekwoorden met `vi`

Zoek


204 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `vi`

  1. iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
  2. iets op je vingers kunnen natellen (=iets erg gemakkelijk kunnen nagaan/checken)
  3. iets voor de kat zijn viool doen (=iets voor niets doen)
  4. ik maak een platvis van je (=iemand dreigen in elkaar te slaan)
  5. ik vind het pet (=ik vind het een bijzonder slechte zaak)
  6. in het vizier hebben (=in het oog hebben, binnen het gezichtsveld zijn)
  7. in troebel water is het goed vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
  8. in troebel water vissen (=een profiteur zijn)
  9. in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  10. in zulke vijvers vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  11. je als een vis in het water voelen (=je helemaal op je plaats voelen)
  12. je draai niet kunnen vinden (=ergens niet kunnen aarden)
  13. je draai vinden (=zijn plekje vinden)
  14. je in de vingers snijden (=jezelf (onbedoeld) benadelen)
  15. je tussen hangen en wurgen bevinden (=je in gevaarlijke en moeilijke omstandigheden bevinden)
  16. je vingers aan iets branden (=zich in iets vergissen, nadeel aan iets ondervinden)
  17. je zult stokvis eten. (=je krijgt slaag.)
  18. kijken als een schelvis (=lodderig, dom of onbetrouwbaar kijken)
  19. kijken als Jonas in de walvis (=benauwd kijken)
  20. lachen als een boer die een hoefijzer vindt (=tevreden lachen)
  21. lange vingers hebben (=veelvuldig stelen)
  22. lekker is maar één vinger lang (=oppervlakkige genoegens geven ook maar een betrekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)
  23. leven als een vis in het water (=totaal tevreden en onbekommerd leven)
  24. leven als vrienden en rekenen als vijanden (=vriendelijk met elkaar omgaan uit een soort van formaliteit maar eigenlijk helemaal niet zo op elkaar gesteld zijn)
  25. lopen als een kievit (=erg gemakkelijk en vlug lopen)
  26. luisteren als een vink (=erg gehoorzaam zijn)
  27. men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  28. men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
  29. men vindt veel grijzen, maar weinig wijzen. (=oude mensen zijn niet per definitie wijs)
  30. met de vinger nawijzen (=iemand uitgelachen)
  31. met een gouden hengel vissen (=door bedrog zijn doel halen)
  32. met een zilveren hengel vissen (=vis kopen in plaats van vangen. Ook: doel bereiken met bedrog)
  33. met hem kun je gaan vissen (=een prettig persoon in de omgang)
  34. met open vizier (=met eerlijke middelen)
  35. mijn vingers jeuken (=ik heb zin om eraan te beginnen)
  36. mossel noch vis (=noch het een noch het ander - goed noch slecht)
  37. naar iets vissen (=iets trachten te achterhalen)
  38. naar water snakken als een vis (=hevig verlangen naar iets)
  39. nattevingerwerk zijn / Met de natte vinger doen (=onnauwkeurig, overhaast of zonder de geschikte methode of middelen uitgevoerd werk)
  40. om de vinger winden (=er gemakkelijk baas over worden)
  41. onder de vijgenboom rusten (=in rust en welstand leven)
  42. onder vier ogen (=waarbij slechts twee personen aanwezig zijn)
  43. ondervinding is de beste leermeester (=door iets zelf mee te maken of te oefenen leert men het snelst)
  44. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  45. op de vingers zien (=streng op iemand opletten)
  46. op een oor na gevild zijn (=bijna in orde zijn)
  47. op het eind van de fuik vangt men de vis. (=de volhouder wint)
  48. op je hoede (of qui-vive) zijn (=voorzichtig zijn omdat het niet helemaal vertrouwd wordt)
  49. op je qui vive zijn (=goed opletten)
  50. paarden vallen ook al hebben zij vier benen. (=iedereen maakt fouten)

158 betekenissen bevatten `vi`

  1. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  2. aan zijn trekken komen (=krijgen wat diegene graag wilt en fijn/leuk vindt)
  3. ten voeten uit (=letterlijk: de volledige gestalte is afgebeeld; figuurlijk: een getrouwe persoonsbeschrijving)
  4. platvis eet je met de ramen open en rondvis met de ramen dicht (=m.a.w. platvis is een zomervis en rondvis is in de winter op z`n best)
  5. denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
  6. geef een ezel haver en hij loopt naar de distels. (=mensen zijn soms koppig en willen geen hulp of advies)
  7. met de Adamsvorken eten. (=met de vingers eten.)
  8. met spek vangt men muizen (=met veel vrijgevigheid kan men iedereen overhalen)
  9. wijze raad Is halve daad. (=met verstandig advies ben je al halverwege om succesvol te zijn)
  10. iets in de wind slaan (=naar een advies niet naar luisteren)
  11. ze niet allemaal (alle vijf) op een rijtje hebben (=niet bij zijn volle verstand zijn. (alle vijf = de zintuigen))
  12. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  13. onder de plak zitten (=niets durven tenzij de partner het goed vindt)
  14. effen rekening maakt goede vrienden (=of anders: schulden maken vijanden)
  15. een stok vinden om de hond te slaan (=om maar iemand te kunnen bekritiseren een nadelig punt vinden)
  16. een haar in de boter vinden/zoeken (=op het kleinste detail vitten)
  17. op een droogje zitten (=op visite zijn en niks te eten of drinken krijgen)
  18. over zijn nek gaan (=overgeven, braken, iets vies vinden)
  19. van december tot maart is de schol de pan niet waard (=platvis moet je in de zomer eten)
  20. bij de styx zweren (=styx is rivier in onderwereld)
  21. je tanden laten zien (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn)
  22. het hoofd breken over iets (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
  23. als Ieren en Britten op één land (=twee aartsvijanden in één ruimte)
  24. de bloemetjes buiten zetten (=uitbundig vieren)
  25. uit de bol gaan (=uitbundig vieren)
  26. met een sisser aflopen (=uiteindelijk viel het mee)
  27. vis laat de mens zoals hij is (=van vis eten wordt je niet dik)
  28. aan de weg timmeren (=veel activiteiten ontplooien en daarmee naar buiten treden om verandering en vernieuwing te bewerkstelligen)
  29. vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving)
  30. aan zijn gerief komen (=vinden wat men nodig heeft (inz. seksuele behoeften))
  31. een wak slaan (=vindingrijk zijn)
  32. met een zilveren hengel vissen (=vis kopen in plaats van vangen. Ook: doel bereiken met bedrog)
  33. vissers en jagers, zijn vrouwenplagers. (=vissers en jagers zijn vaak bij de vrouw weg)
  34. allemans raad is allemans zot. (=volg niet blindelings het advies van iedereen)
  35. geen pot zo scheef of er past een deksel op (=voor iedereen is wel een levenspartner te vinden)
  36. leven in de brouwerij brengen (=waar het rustig is activiteit, vrolijkheid of drukte inbrengen)
  37. als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  38. horen zeggen is half gelogen. (=wat je via via hoort is niet altijd waar)
  39. geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
  40. wie niet horen wil, moet voelen (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden)
  41. vieze varkens worden niet vet (=wie overal vies van is, zal niet veel te eten krijgen)
  42. de bovenhand krijgen (=winnen, zegevieren)
  43. kinderen en dronkaards spreken de waarheid (=ze zeggen wat ze vinden, ze zijn ongeremd)
  44. het hart op de tong hebben. (=zeggen wat je er van vindt)
  45. de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
  46. als haringen in een ton zitten (=zich erg dicht op elkaar bevinden)
  47. in het hoekje zitten waar de slagen vallen (=zich in een groep bevinden die altijd het moeilijk heeft of problemen krijgt)
  48. elkaar een hand kunnen geven (=zich in een vergelijkbare situatie bevinden)
  49. je vingers aan iets branden (=zich in iets vergissen, nadeel aan iets ondervinden)
  50. geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen