Spreekwoorden met `raa`

Zoek


146 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `raa`

  1. je geradbraakt voelen (=erg moe zijn en diverse pijnen hebben)
  2. jij raapt nog geen stro van de aarde (=je hebt nog niets verwezenlijkt)
  3. kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
  4. komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf)
  5. kraak nog smaak hebben (=het is niet heel smakelijk)
  6. lang genoeg in de kreupelstraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)
  7. met alle winden draaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  8. met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  9. met hem kan men geen spies draaien (=met hem valt niet samen te werken)
  10. naar de heilige graal streven (=iets willen bereiken wat niet te bereiken is)
  11. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  12. niet zuiver op de graat (=niet helemaal eerlijk)
  13. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  14. op straat staan/zitten (=ontslagen zijn - geen onderdak meer hebben)
  15. praatjes vullen geen gaatjes (=met praten alleen komt men er niet, er moet ook wat gedaan worden)
  16. precies in mijn straatje zijn (=me precies goed uitkomen op het juiste moment)
  17. recht voor zijn raap (=zonder omwegen gezegd)
  18. ruggespraak houden (=eerst ergens over moeten overleggen)
  19. schraalhans is hier keukenmeester (=weinig te eten hebben)
  20. te haaien en te draaien lopen (=doelloos ronddwalen)
  21. tegen de draad ingaan (=het er niet er mee eens zijn en er tegen in gaan)
  22. tijd brengt raad. (=geduldig zijn leidt tot betere beslissingen of oplossingen)
  23. tot op de draad versleten (=helemaal versleten)
  24. traag gereden is vroeg thuis. (=sneller klaar zijn door eerst goed na te denken)
  25. uit de goot opgeraapt (=van erg lage afkomst)
  26. van de naald tot de draad (=tot in het kleinste detail)
  27. van iets zoveel verstand hebben als een koe van saffraan eten (=ergens geen verstand van hebben)
  28. van naald tot draad (=tot in het kleinste detail)
  29. van praat komt praat (=een nieuwtje wordt snel verder verteld)
  30. vechten dat de kraaien om de brokken komen (=hevig vechten)
  31. voor de draad ermee (=kom tot de kern van het verhaal.)
  32. voor elke naald een draad hebben (=voor elk probleem een oplossing weten)
  33. voor zijn raap schieten (=voor het hoofd schieten)
  34. vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving)
  35. waar aas is vliegen kraaien (=als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
  36. wat de vrouw graag mag, eet de man elke dag. (=mannen eten wat hun vrouw kookt, ook als het niet hun favoriete gerecht is)
  37. wie een kluitje heeft, heeft  er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  38. wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in (=wie een ander iets wil misdoen, kan er zelf het slachtoffer van worden)
  39. wie vis heeft, moet ook de graat hebben (=je moet ook de nadelen accepteren (geen rozen zonder doornen))
  40. wijze raad Is halve daad. (=met verstandig advies ben je al halverwege om succesvol te zijn)
  41. wilde beren vertoeven graag bij soortgenoten (=soort zoekt soort)
  42. zijn haan moet altijd koning kraaien (=hij wil altijd de baas zijn)
  43. zijn haring braadt daar niet (=hij is daar niet welkom)
  44. zo oud als de straat. (=erg oud.)
  45. zo vraagt men de boeren de kunst af (=zo verneem je hoe het moet)
  46. zoals het raait en draait (=zoals het zijn gangetje gaat)

134 betekenissen bevatten `raa`

  1. er een eind/punt aan breien (=snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak))
  2. van de bok op de ezel gaan (=snel van onderwerp wisselen zonder rode draad)
  3. van de hak op de tak springen (=steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben)
  4. zo arm als de mieren (=straatarm)
  5. zo arm als een kerkmuis/kerkrat (=straatarm)
  6. veel koks bederven/verzouten de brij (=te veel verschillende raad volgen kan schadelijk zijn)
  7. het hoofd breken over iets (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
  8. in het huisje wegen (=uiterst nauwkeurig het gevraagde gewicht geven)
  9. van a tot z (=van het begin tot het einde /met alles erop en eraan)
  10. voor iemand kruipen (=van iemand schrik hebben , slaafs alles doen wat hij vraagt)
  11. veel noten op zijn zang hebben (=veel eisen en wensen waaraan voldaan moet worden)
  12. een grote lantaarn, een klein licht (=veel praat, maar weinig verstand)
  13. ex cathedra (=volgens uitspraak van het hoogste gezag (meestal de paus))
  14. met de gebakken peren blijven zitten (=voor de moeilijkheden opdraaien)
  15. als de dagen lengen begint de winter te strengen. (=wanneer de dagen korter worden komt de winter eraan)
  16. de ene dienst is de andere waard (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)
  17. als katten muizen, mauwen ze niet (=wanneer je aan het eten bent, praat je niet zoveel)
  18. wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? (=wat gebeurt er nu voor iets raars?)
  19. getroffen zijn door (=wat je bijzondere gevoelens geeft, geraakt zijn door)
  20. wat was hij op zijn paardje. (=wat werd hij driftig of wat zat hij op zijn praatstoel)
  21. prijs stellen op (=weten te waarderen, graag willen)
  22. wie niet horen wil, moet voelen (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden)
  23. wie zich voor hond verhuurt, moet de botten kluiven (=wie zich onderdanig gedraagt, wordt als knecht behandeld)
  24. een glas op zijn tijd houdt de mot uit de maag. (=wordt gezegd door mensen die graag een borreltje lusten)
  25. vergeld geen kwaad met kwaad (=wraak nemen is niet goed)
  26. iemand iets betaald zetten (=wraak nemen of straffen)
  27. oog om oog en tand om tand (=wraak nemen voor onrecht dat je is aangedaan, door de dader precies hetzelfde aan te doen)
  28. iemand mores leren (=wraak op iemand nemen en/of flink zeggen hoe het er voor staat)
  29. een vreemde schaats rijden (=zich raar aanstellen)
  30. een rare schaats rijden (=zich raar aanstellen, lichtzinnig leven)
  31. op de koffie komen (=zonder afspraak ergens heen gaan)
  32. als een kip zonder kop (=zonder beraad, onbesuisd)
  33. in iemands gareel lopen (=zonder enige tegenwerping doen wat iemand je opdraagt)
  34. als de ragebol rust werkt de spin (=zonder onderhoud raakt `n huis (de omgeving) snel in verval)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen