Spreekwoorden met `all`

Zoek


165 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `all`

  1. in het oog springen/vallen (=de aandacht trekken)
  2. in het schot vallen (=precies tijdens het startschot vertrekken)
  3. in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een plan), mislukken, niet doorgaan)
  4. in mei leggen alle vogels een ei (=weerspreuk: aanduiding dat in mei het broedseizoen begint)
  5. Jan en alleman (=iedereen)
  6. je in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
  7. je kan niet alle meisjes haten om één (=als je bent getrouwd wilt dat niet zeggen dat vrouwen je niet meer interesseren)
  8. je kunt wel alleen eten, maar niet alleen werken. (=men moet goed voor het personeel zijn.)
  9. je mag wel alles eten, maar niet alles weten. (=ik hoef je niet alles te vertellen.)
  10. jong en oud, op het eind wordt alles koud. (=uiteindelijk gaat iedereen dood.)
  11. kallen is mallen maar doen is een ding (=je kan het beter doen dan er altijd maar over blijven praten)
  12. malletje naar malletje (=op precies dezelfde wijze herhaald)
  13. meer kunnen dan alleen brood eten (=verstand van zaken hebben)
  14. met alle soorten van genoegen (=heel graag)
  15. met alle winden draaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  16. met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  17. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  18. met alle zonden van Israël beladen worden (=voor alles de schuld krijgen)
  19. met de deur in huis vallen (=meteen ter zake komen / onmiddellijk over datgene beginnen waarvoor men kwam zonder)
  20. met vallen en opstaan (leren) (=door mislukkingen leren)
  21. met zijn gat in de boter vallen (=(onverwacht) goed terechtkomen)
  22. met zijn neus in de boter vallen (=(Onverwacht) goed terechtkomen)
  23. moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
  24. niet alle winden schudden noten af. (=succes is niet altijd gegarandeerd)
  25. niet bij brood alleen leven (=men heeft meer nodig dan alleen eten om te kunnen leven)
  26. niet op je achterhoofd gevallen zijn (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten)
  27. niet op zijn mondje gevallen zijn (=precies duidelijk maken hoe iemand over iets denkt)
  28. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  29. ongeluk komt zelden alleen (=een tegenslag wordt vaak gevolgd door nog meer problemen)
  30. op alle slakken zout leggen (=op alle onbelangrijke dingen commentaar hebben)
  31. op het veld van eer gevallen (=eervol gesneuveld)
  32. paarden vallen ook al hebben zij vier benen. (=iedereen maakt fouten)
  33. tijd heelt alle wonden (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  34. tussen twee stoelen in de as vallen (=er bekaaid vanaf komen)
  35. tussen wal en schip vallen (=er niet bij passen of genegeerd worden.)
  36. uit alle hoeken en gaten (=van alle kanten)
  37. uit de boot vallen (=een eigen gang gaan)
  38. uit de koets vallen (=ontnuchterd worden)
  39. uit de lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
  40. uit de toon vallen (=anders zijn dan de anderen)
  41. uit z`n rol vallen (=tijdens het spelen iets zeggen of doen wat niet bij de rol hoort)
  42. van alle markten teruggekomen zijn (=nergens voor deugen)
  43. van alle markten thuis zijn (=veel kunnen en handig zijn of veel weten)
  44. van de sokken gaan/raken/vallen (=bewusteloos vallen)
  45. van God en alle mensen verlaten (=afgelegen; stil)
  46. van hoop alleen kan men niet leven. (=hoop is belangrijk maar niet voldoende om te slagen in het leven)
  47. van je paard gevallen zijn (=een positie verliezen)
  48. van kwaad tot erger komen/vervallen (=steeds erger worden)
  49. van twee walletjes eten (=van verschillende kanten voordeel behalen (negatief))
  50. van zijn voetstuk vallen (=ontmaskerd worden - de macht ontnomen worden)

235 betekenissen bevatten `all`

  1. je kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
  2. wie schrijft, die blijft. (=documenteer alles goed voor je eigen bestwil)
  3. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  4. alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
  5. alles wat los en vast is (=echt alles)
  6. een rad uit de wagen. (=een flinke tegenvaller)
  7. twee zotten onder één kaproen (=een gek is zelden alleen)
  8. dat zijn twaalf eieren en dertien kuikens. (=een meevaller)
  9. de mens zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
  10. één zwaluw maakt nog geen zomer (=één positieve gebeurtenis betekent niet dat alle problemen opgelost zijn.)
  11. de beer is los (=er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek)
  12. met tijd en stond, gaat men de wereld rond. (=er is een juiste tijd is voor alles en sommige dingen hebben tijd nodig)
  13. je in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
  14. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
  15. het tiend betaald hebben (=erg afgevallen zijn)
  16. iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
  17. iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen)
  18. hemel en aarde bewegen (=ergens alles aan doen om het gedaan te krijgen (bv van iemand))
  19. goed en bloed voor iets offeren (=ergens alles voor over hebben (goed=bezittingen, bloed=het leven))
  20. getelde schapen lopen het hok uit. (=exact alles van tevoren weten)
  21. een vaantje strijken (=flauw vallen, sterven, het opgeven)
  22. van zijn stokje gaan (=flauwvallen)
  23. in de patatten vallen (=flauwvallen)
  24. kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
  25. steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
  26. moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
  27. lest best (=het beste van alles komt op het einde)
  28. het is dief en diefjesmaat (=het is allemaal even erg)
  29. het is één pot nat (=het is allemaal hetzelfde)
  30. het leven gaat niet altijd over rozen (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  31. het leven is geen zoete krentenbol (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  32. het kan vriezen en het kan dooien (=het kan alle kanten uit gaan)
  33. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  34. het zeil strijken (=het opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
  35. mans genoeg zijn (=het wel alleen afkunnen)
  36. het zal zo`n vaart niet lopen (=het zal wel meevallen)
  37. het hart zinkt hem in de schoenen (=hij verliest alle moed)
  38. zo lang er leven is, is er hoop (=hoe slecht het ook staat, zolang nog niet alles verloren is, kan alles nog goed komen)
  39. iemand het gras voor de voeten wegmaaien (=iemand alle kansen ontnemen)
  40. zo zeker als de bank (=iemand die in alles te vertrouwen is)
  41. een paling (snoek) gevangen hebben (=iemand die per ongeluk in het water is gevallen)
  42. iemands bloed wel kunnen drinken (=iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen)
  43. aan de schors blijven hangen (=iemand of iets alleen op het uiterlijk beoordelen)
  44. tegen iemand aanlopen (=iemand toevallig tegenkomen)
  45. iemand uitmaken voor rotte vis (=iemand uitschelden voor alles wat mooi en lelijk is)
  46. de pik op iemand hebben (=iemand voortdurend plagen of aanvallen)
  47. iemands voetveeg zijn (=iemands slaaf zijn (zich alles moeten laten welgevallen))
  48. er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  49. iets niet naar het haar zijn (=iets niet bevallen)
  50. dat zal hem niet glad zitten (=iets zal niet meevallen en moeilijk zijn)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen