Spreekwoorden met `aan de`

Zoek


113 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `aan de`

  1. je maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=in moeilijke financiële omstandigheden verkeren waardoor men weinig eten kan kopen.)
  2. je moet de kat niet aan de kaas laten komen. (=zorg voor niet te veel verleiding)
  3. je tegoed doen aan de vleespotten (=onterecht mee profiteren)
  4. oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
  5. roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is)
  6. teken aan de wand (=een waarschuwing dat er iets gaat gebeuren)
  7. vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  8. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
  9. wat men aan het zaad spaart verliest men aan de oogst (=verkeerde zuinigheid is niet goed)
  10. werk aan de winkel zijn (=veel werk te verzetten zijn)
  11. wie aan de weg timmert heeft veel bekijks (=iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
  12. wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
  13. zoden aan de dijk zetten (=daadwerkelijk hulp verschaffen)

50 dialectgezegden bevatten `aan de`

  1. gank oet de wiek, gank ane wiek, wiek dich (=ga aan de kant) (Heitsers)
  2. Ge meug et allemoaul noaur 't oeksken droaugen (=Je moet alle winst aan de belastingontvanger afgeven) (Lokers)
  3. gé zet um (=aan de beurt zijn) (Tilburgs)
  4. ge zi wok t skerpste mes nie uit t skof é gie (=uw inteligentiepeil voldoet niet aan de vereisten) (West-vlaams)
  5. gebuurkes (=de grote broodkruimels aan de zijkant van een huishoudbrood) (Sint-Niklaas)
  6. Geenènd (=aan de andere zijde) (Geffes)
  7. gengëg blijven (=aan de gang blijven) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. get aan de veut höbbe (=genoeg geld hebben) (Heitsers)
  9. get aon zëne fits hëbbe (=van alles aan de hand hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. get aon zënë vulo hëbbë (=iets ergs aan de hand hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. gieën'n droad an gebrookn (=niets aan de hand) (Waregems)
  12. gij meut, meut! (=jij bent aan de beurt, treuzelaar!) (Tilburgs)
  13. ginnekaant (=aan de overkant / andere kant) (Brakels (gld))
  14. groewet boender (=Kerkhof aan de Aarschotse steenweg) (Tiens)
  15. haag tich aon zë geloof ! Naen, ich haag mich aon de têk van de beem (=bid om gered te worden ! Neen, ik houd me vast aan de boomtakken) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. haand in Pilatus pötje wasse (=zich onttrekken aan de verantwoordelijkheid) (Heezers)
  17. haaw ut gònde (=hou het aan de gang) (Tilburgs)
  18. Hae haet 't aan de nerve (=Hij is zenuwachtig) (Hulsbergs)
  19. hae heet aan de krînte gezaete (=iemand met uitslag rond de mond) (Weerts)
  20. hae heet zien aerpel oet (=financieel aan de grond zitten) (Weerts)
  21. hae hèt ë gezich waajne stront (=hij kijkt niet vrolijk, er is wat aan de hand) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. hae is aan de komgauw (=iemand die aan de diaree is) (Weerts)
  23. hae is weer get aan ‘t vinke (=hij is weer aan de beterende hand) (Heitsers)
  24. hae plekde on mich waajen strontvlieg (=de imker smeerde honing aan de mond) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. hae sjietj zich de randj van ‘t gaat (=hij is aan de diarree) (Heitsers)
  26. Haelj poatstikkenis weg (=Ga eens aan de kant met je voeten) (Flakkees)
  27. hai het roare knoopn aan de jaasse (=hij kan soms apart doen) (Gronings)
  28. hai is n hoan (e) mit stront aan de pootn (=hij verbeeldt zich heel wat) (Gronings)
  29. hè-s òn ut pratte (=hij is aan de suk kel) (Tilburgs)
  30. hee is an de zöppe (=hij is aan de drank) (Twents)
  31. Het is leg en kriegweer (=Het is boter aan de galg. Het geeft allemaal niets) (Giethoorns)
  32. Het je weer met je reet omhoug sleipen? Zo, jo, lekker deurzakt gusteren? (=Flink aan de borrel geweest) (Westfries)
  33. het kraud was oên de diêr èn (=het onkruid groeit er praktisch aan de voordeur in) (Munsterbilzen - Minsters)
  34. het smoakt mij aan de ludje toon' n toe (=het smaakt mij bijzonder lekker) (Westerkwartiers)
  35. Hi'j zit in 't aachterse skip (=Nog lang niet aan de beuurt) (Giethoorns)
  36. Hi'j zit in 't aachterste schip (=Hij is het laatst aan de beurt) (Giethoorns)
  37. Hi'j zit in 't achterste skip (=Hij is nog lang niet aan de beurt) (Giethoorns)
  38. hij 's gesjocht'n (=hij zit financieel aan de grond) (Westerkwartiers)
  39. hij is eem aan de flitter (=hij is er even tussenuit) (Westerkwartiers)
  40. hij komt d'r weer boov'mop (=hij is weer aan de beterende hand) (Westerkwartiers)
  41. hij leg onder an de rol (=hij ligt onder aan de dijk) (Lekkerkerks)
  42. hij let d'r gien gras over groei'n (=hij begint meteen aan de klus) (Westerkwartiers)
  43. hinne mèt watterkonte (=kippen die niet meer aan de leg zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. hóbs ze gein oare aan de kop (=niet goed luisteren) (Limburgs)
  45. hoe haarder as 't reeg'nt, hoe gauwer is 't over (=al te strenge heren blijven niet lang aan de macht) (Westerkwartiers)
  46. hoevol röppels hemme ze op stal? / hoevöl melktuite stoan d'r aan de weg? (=zijn ze vermogend?) (Diems)
  47. Hou ter de roei moar onder! (=Houd u maar aan de regels!) (Bevers)
  48. ich goej dich met zen klikke en klakke baute (=ik ga je aan de deur zetten) (Bilzers)
  49. ich vloëg met men kloete op stroeët (=ze zetten me aan de deur) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. Ich zoot doa! (=Ga 'ns aan de kant: ik zat daar!) (Heldens)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen