Spreekwoorden met `TT`

Zoek


296 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `TT`

  1. er het mes inzeTTen (=er grondig op ingrijpen, in de uitgaven besnoeien)
  2. er met de boTTe bijl op inhakken (=ruw te werk gaan)
  3. er muziek in ziTTen (=er veel van kunnen verwachten en/of plezier van beleven)
  4. er op ziTTen zweten (=er moeizaam of langdurig aan werken)
  5. er voor piet snot bij ziTTen (=er voor niets bijzitten)
  6. er voor spek en bonen bij ziTTen (=er voor niets bijzitten)
  7. er warmpjes bijziTTen (=veel geld hebben, over ruime financiële middelen beschikken)
  8. er zijn tanden inzeTTen (=vasthoudend zijn, niet snel opgeven)
  9. er zijn zinnen op zeTTen (=iets graag willen hebben)
  10. ergens gezien zijn als een roTTe kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  11. ergens over inziTTen (=zich zorgen over maken over iets)
  12. ga pataTTen planten (=loop naar de maan)
  13. gauw op het paard ziTTen. (=snel driftig worden)
  14. geen aarde aan de dijk zeTTen (=niet helpen)
  15. geen voet verzeTTen (=niet bewegen - niets willen doen)
  16. geen zoden aan de dijk brengen/zeTTen (=niets bijdragen tot)
  17. geramd ziTTen (=in een gunstige positie verkeren)
  18. gezien worden als een roTTe appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
  19. goed in de slappe was ziTTen (=veel geld hebben)
  20. grote ogen opzeTTen (=erg verbaasd zijn)
  21. het eerste gewin is kaTTengespin (=wie het eerste spelletje wint, verliest soms alle volgende spelletjes)
  22. het er niet bij laten ziTTen (=niet opgeven)
  23. het glaasje op zijn kant zeTTen (=het glas uitdrinken)
  24. het mes op de keel zeTTen (=onder sterke druk zetten)
  25. het muist al wat van kaTTen komt (=ieder volgt zijn karakter)
  26. het vaatje op zijn kant zeTTen (=het vat leegmaken (uitdrinken))
  27. het zeil in top zeTTen (=een zo goed mogelijke vertoning weggeven)
  28. hoog te paard ziTTen (=verwaand zijn, eigendunk hebben)
  29. iemand aan de dijk zeTTen (=iemand ontslaan)
  30. iemand achter de broek/veren/vodden ziTTen (=iemand aansporen/opjagen / nauwlettend volgen)
  31. iemand de duimschroeven aanzeTTen (=iemand scherp ondervragen, onder grote druk zetten)
  32. iemand de pen op de neus zeTTen (=streng ondervragen of aanpakken)
  33. iemand de voet dwars zeTTen (=tegenwerken)
  34. iemand een bril op de neus zeTTen (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
  35. iemand een hak zeTTen (=met iemand een gemene streek uithalen)
  36. iemand een kroon opzeTTen (=iemand eer bewijzen)
  37. iemand een luis in de pels zeTTen (=iemand last bezorgen)
  38. iemand een pen op de neus zeTTen (=iemand dreigend vermanen)
  39. iemand het mes op de keel zeTTen (=iemand onder zware druk zetten)
  40. iemand iets betaald zeTTen (=wraak nemen of straffen)
  41. iemand in het zonnetje zeTTen (=iemand op positieve wijze aandacht geven, iemand eer bewijzen)
  42. iemand niet kunnen zeTTen (=iemand niet aardig vinden)
  43. iemand op de hielen ziTTen (=iemand bijna te pakken hebben)
  44. iemand op het verkeerde been zeTTen (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt)
  45. iemand op straat zeTTen (=iemand ontslaan)
  46. iemand op zijn nummer zeTTen (=iemand zeer nadrukkelijk op zijn fouten wijzen, op een wijze die voor die persoon beschamend is)
  47. iemand op zijn voorman zeTTen (=iemand nadrukkelijk op zijn plicht wijzen)
  48. iemand uitmaken voor roTTe vis (=iemand uitschelden voor alles wat mooi en lelijk is)
  49. iemand voor het naadgaren zeTTen (=iemand voor de schulden laten opdraaien)
  50. iemand voor paal zeTTen (=iemand belachelijk maken of vernederen.)

152 betekenissen bevatten `TT`

  1. meten is weten, gissen is missen (=je kunt beter afmetingen meten dan schaTTen)
  2. wie slaapt vangt niks (=je moet wel opleTTen)
  3. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `wiTTe perdekies` (wiTTe paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  4. verbaas u niet, verwonder u slechts (=leTTerlijk)
  5. ten voeten uit (=leTTerlijk: de volledige gestalte is afgebeeld; figuurlijk: een getrouwe persoonsbeschrijving)
  6. iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=leTTerlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets)
  7. eten is een goed begin: het ene beetje brengt het ander in. (=leTTerlijke betekenis.)
  8. je in de kaart laten kijken (=meestal onopzeTTelijk een ander inzicht geven in je bedoelingen)
  9. in de nesten zitten (=met problemen ziTTen)
  10. te vangen als een aal bij zijn staart (=moeilijk te vaTTen)
  11. met de pet naar iets gooien (=niet echt moeite voor iets doen, zonder inzicht schaTTen)
  12. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onpreTTige situatie zich bevindt)
  13. de plank misslaan (=niet het goede inzicht hebben; ernaast ziTTen)
  14. de kriebel in zijn gat hebben (=niet kunnen stilziTTen)
  15. staan te slapen (=niet opleTTen)
  16. de hand met iets lichten (=niet scherp opleTTen, het niet te streng nemen)
  17. met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint JuTTemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))
  18. met de kop tegen de muur lopen (=nuTTeloos geweld gebruiken)
  19. kaf dorsen (=nuTTeloos werk verrichten)
  20. kolen naar Newcastle dragen (=nuTTeloos werk verrichten)
  21. uilen naar Athene dragen (=nuTTeloos werk verrichten)
  22. de pantoffel kussen (=onder de slof ziTTen)
  23. het mes op de keel zetten (=onder sterke druk zeTTen)
  24. uit het zadel wippen. (=ontslaan of uit een functie zeTTen)
  25. getrouwd zijn over de puthaak (=onweTTig samenwonen)
  26. over de puthaak getrouwd (=onweTTig samenwonend)
  27. je slag slaan (=op het goede moment de kansen benuTTen, bijv. dingen kopen)
  28. een haar in de boter vinden/zoeken (=op het kleinste detail viTTen)
  29. de gestadige jager wint (=regelmatig doorzeTTen geeft het beste resultaat)
  30. met de ogen meten (=schaTTen)
  31. de gek met iemand steken (=spoTTen met iemand)
  32. zo dicht als een zeef. (=spoTTend gezegd van iets met veel zwakke plekken)
  33. een snijder heeft maar een darm. (=spoTTernij van boeren, die veel meer eten dan de kleermaker.)
  34. een spreekwoord is een waar woord. (=spreekwoorden bevaTTen vaak waarheden of nuTTige lessen waar je van kunt leren)
  35. last van vliegen hebben (=stoTTeren)
  36. op de vingers zien (=streng op iemand opleTTen)
  37. aan Bacchus offeren (=te veel alcoholhoudende drank nuTTigen)
  38. tegen de stroom is het kwaad roeien / zwemmen (=tegen algemene opvaTTingen kan men zich moeilijk verzeTTen)
  39. summa summarum (=uiteindelijk - tensloTTe)
  40. spijkers op laag water zoeken (=uitermate achterdochtig zijn, onpreTTige opmerkingen maken over onbelangrijke zaken)
  41. je kap over de haag hangen (=uiTTreden uit klooster of priesterschap)
  42. de aap vlooien (=uitzichtloos en nuTTeloos werk doen)
  43. bokkensprongen maken (=van het een op het ander springen - zoTTe sprongen maken)
  44. de drie h s op de rug hebben (=vast ziTTen, niet weg kunnen komen)
  45. werk aan de winkel zijn (=veel werk te verzeTTen zijn)
  46. rijden en omzien (=verderdoen maar ook opleTTen)
  47. wie tot een penning geboren is kan tot geen stuiver komen (=wat het lot voor je in peTTo heeft kan je niet ontlopen)
  48. je volle gewicht in de strijd werpen (=zich er volledig voor inzeTTen)
  49. iemand of iets het hoofd bieden (=zich met verstand en beleid verzeTTen tegen iemand of iets, iemand weerstaan)
  50. de verzenen tegen de prikkels slaan (=zich verzeTTen tegen iets wat niet tegen te gaan is)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen