Spreekwoorden met `Kt`

Zoek


134 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Kt`

  1. je uit de marKt prijzen (=door eigen toedoen laten anderen diegene links liggen)
  2. korte afrekening maaKt lange vriendschap (=snel terugbetalen (teruggeven) voorkomt ruzie)
  3. koud bier maaKt warm bloed. (=alcohol maakt aggressief)
  4. langzaam aan, dan breeKt het lijntje niet (=je kunt beter rustig doorwerken, dan kan er het minste fout gaat)
  5. liegen of/dat het gedruKt staat (=heel erg hard liegen)
  6. met het water voor de doKter komen (=zeggen wat je bedoelt)
  7. met iemands woorden naar de marKt gaan (=overal rondvertellen wat men elders horen zeggen heeft)
  8. mijn maag jeuKt (=ik heb honger)
  9. nood breeKt wet (=bij moeilijke omstandigheden is er meer geoorloofd)
  10. nood zoeKt list. (=in benarde situaties worden ongebruikelijke oplossingen gevonden)
  11. nu breeKt mijn klomp (=van verbazing niet meer weten wat te zeggen)
  12. omwille van het smeer liKt de kat de kandeleer (=omwille van het loon doet men een werk)
  13. onbekend maaKt onbemind (=iets wat nog onbekend is, kan ook niet geapprecieerd worden)
  14. op de marKt werpen (=overal aanbieden)
  15. soort zoeKt soort (=mensen met dezelfde interesses zoeken elkaar op)
  16. tussen droom en daad staan wetten in de weg en praKtische bezwaren (=praktische belemmeringen weerhouden ons van het realiseren van onze plannen.)
  17. uit wiens hand men eet wiens woord men spreeKt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  18. van achteren kijKt men de koe in zijn gat (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
  19. van alle marKten teruggekomen zijn (=nergens voor deugen)
  20. van alle marKten thuis zijn (=veel kunnen en handig zijn of veel weten)
  21. van liefde rooKt de schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
  22. van lotje getiKt zijn (=niet goed bij het verstand zijn)
  23. verstand hebben van gekooKt eten. (=ergens verstand van hebben.)
  24. waar gehaKt wordt, vallen spaanders (=waar werk verricht wordt, worden ook wel wat fouten gemaakt)
  25. wie de pot breeKt betaalt de scherven (=de veroorzaker van schade moet de situatie zelf rechtzetten.)
  26. wie in een boomgaard werKt mag er uit eten / van de druiven eten. (=voordeel halen uit je werk.)
  27. wie niet werKt zal niet eten (=wie niet werkt verdient de kost niet)
  28. wie werKt als een paard zal haver eten. (=hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen)
  29. wie zijn klomp breeKt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)
  30. wie zijn naasten te schande maaKt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
  31. wiens brood men eet, diens woord men spreeKt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  32. zachtgekooKt ei (=onheldhaftig persoon)
  33. zachtjes aan, dan breeKt het lijntje niet (=handel voorzichtig, dan mislukt het niet)
  34. zoals het klokje thuis tiKt, tiKt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis)

220 betekenissen bevatten `Kt`

  1. elke ketter heeft zijn letter (=ieder denKt dat de eigen mening bewezen kan worden)
  2. elk meent zijn uil een valk te zijn (=ieder denKt het beste over de eigen prestaties)
  3. het muist al wat van katten komt (=ieder volgt zijn karaKter)
  4. elk is een dief in zijn nering (=ieder zoeKt zijn voordeel)
  5. men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=ieder zoeKt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
  6. paarden vallen ook al hebben zij vier benen. (=iedereen maaKt fouten)
  7. ieder vist op zijn getij (=iedereen maaKt gebruik van het geschiKte ogenblik)
  8. het beste paard struikelt ook wel eens. (=iedereen maaKt wel eens een fout)
  9. aan elke goede visser ontsnapt wel eens een aal (=iedereen maaKt wel eens een foutje)
  10. met man en macht iets doen (=iedereen werKt hard mee)
  11. als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen (=iemand die meer wil dan hij kan, maaKt zich snel belachelijk)
  12. gekke Henkie (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denKt toch niet dat ik gekke Henkie ben ?`))
  13. een jantje-secuur (=iemand die uiterst nauwgezet werKt)
  14. de dorsende os zult gij niet muilbanden (=iemand die voor je werKt moet je goed behandelen)
  15. een hennentaster (=iemand die zich druk maaKt om ongelegde eieren)
  16. iemand de ogen uitsteken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreeKt)
  17. een voetveeg zijn (=iemand zijn die voor minderwaardige klusjes gebruiKt wordt)
  18. bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karaKter blijKt pas als het erop aankomt)
  19. dat zal je de dood niet aandoen (=iets is niet zo erg is als het lijKt)
  20. als winnaar/beste uit de bus komen (=iets of iemand blijKt het beste te zijn)
  21. iets mannetje voor mannetje doen (=iets striKt volgens plan uitvoeren)
  22. wat van ver komt, is lekker (=iets wat van ver komt, is bijzonder. Daarom denKt men dat het ook beter zal zijn)
  23. goed gereedschap hangt onder een afdak. (=ik ben wel te dik maar mijn ‘gereedschap` (de penis) werKt nog goed.)
  24. op hoop van zegen (=in de hoop dat het luKt)
  25. tussen de wal en het schip geraken (=in de knel komen, iets raaKt per ongeluk verloren of zoek)
  26. de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karaKter)
  27. in het diepe gegooid worden (=in een baan aan het werk moeten zonder ingewerKt te worden)
  28. het zwart op wit hebben (=in geschreven of gedruKte vorm. Gedocumenteerd)
  29. haring bij de vleet (=in overvloed. (Een `vleet` is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruiKt.))
  30. semper crescendo (=in sterKte toenemend)
  31. via de achterdeur (=indirect, onopgemerKt, stiekem)
  32. wie een paard uit de wei wil halen, moet het beest niet eerst met het halster tegen de kop slaan. (=je bereiKt meer met vriendelijkheid, dan met strengheid)
  33. er is geen doorkomen aan (=je geraaKt er niet door)
  34. jij raapt nog geen stro van de aarde (=je hebt nog niets verwezenlijKt)
  35. geen schoner gewaad als een zedig gelaat. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karaKter heeft)
  36. het gelaat is de spiegel der ziel. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karaKter heeft)
  37. het is beter de bakkers te paard, als de dokters. (=je kunt beter voldoende en gezond eten, dan straks naar de doKter te moeten)
  38. het zijn niet al ridders die sporen dragen (=je kunt niet alleen aan iemands uiterlijk afleiden of hij ergens geschiKt voor is)
  39. een goed hart is goud waard (=je treft niet snel meer mensen met een goed karaKter)
  40. gepakt en gezakt (=klaar voor vertrek (met alle koffers ingepaKt))
  41. je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschiKt om iets gedaan te krijgen)
  42. lange tenen hebben (=lichtgeraaKt zijn)
  43. wat de vrouw graag mag, eet de man elke dag. (=mannen eten wat hun vrouw kooKt, ook als het niet hun favoriete gerecht is)
  44. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maaKt geen twee keer dezelfde fout)
  45. de natuur gaat boven de leer (=men volgt eerder zijn karaKter dan hetgeen men leert)
  46. ondank is `s werelds loon (=men wordt zelden bedanKt voor een goede daad)
  47. het puntje van een scherpe pen is `t felste wapen dat ik ken (=met een kritisch woord kan het meest worden bereiKt)
  48. mettertijd komt Hannes in het wammes (=met veel geduld luKt het wel)
  49. zonder strijd, geen overwinning (=na grote inspanning wordt succes pas bereiKt)
  50. geen hemd aan het lijf hebben (=naaKt of erg arm zijn)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen