663 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `va`
- dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
- dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
- dat is een paard van een daalder. (=dat is een trots mens)
- dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
- dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
- dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
- dat is het geheim van de mis (=zo zit de zaak in elkaar.)
- dat is het geheim van de smid. (=dat specifieke kennis die alleen vakmensen kennen)
- dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
- dat is van de baan (=dat gaat niet door)
- dat is van de Chinese kerk. (=dat is een gerucht.)
- dat is zo vast als een huis (=dat is zeker)
- dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
- dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
- dat slaat als een tang op een varken (=dat slaat nergens op)
- dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
- dat wast al het water van de zee niet af (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen)
- de aanval bloedt dood (=de aanval komt geleidelijk uit op een mislukking)
- de aanval is de beste verdediging (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten)
- de aard van het beestje (=het karakter van iemand)
- de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders)
- de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
- de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
- de boon van de koek gekregen hebben (=geluk gehad hebben)
- de deksel van de pot aflichten. (=bekendmaken wat voorheen verborgen was)
- de draad van Ariadne (=middel om klaarheid te scheppen in een ingewikkeld iets)
- de druk is van ketel (=de grootste spanning is voorbij)
- de een scheert schapen, de ander varkens (=het is ongelijk verdeeld in de wereld)
- de eerste stoot opvangen (=de eerste problemen opvangen)
- de fiolen van zijn toorn uitstorten (=heftig uitvaren)
- de handen van iemand aftrekken (=iemand niet langer steunen)
- de haring over de kop varen (=het doel voorbijschieten)
- de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
- de kaart van het land kennen (=de omstandigheden kennen)
- de kaas niet van het brood laten eten (=de voordelen niet zomaar laten afpakken)
- de kantjes er van aflopen (=zijn best niet doen)
- de kat van de bakker heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
- de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
- de koe bij de horens vatten (=met de lastige zaak beginnen)
- de koe van de pastoor eet iedere dag mals gras (=wie trouw is aan machtige mensen, heeft een heerlijk leven)
- de kop van jut (=het slachtoffer, het zwarte schaap)
- de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
- de liefde van een man gaat door de maag. (=je kan een man veroveren met goede kookkunst en lekker eten.)
- de mei van het leven (=de bloeitijd van het leven)
- de molen is/loopt door de vang (=de zaak of persoon is in de war (gek))
- de mussen vallen (dood) van de daken (=het is snikheet)
- de noppen van de kleren houden (=onkosten met zich meebrengen)
- de ooievaar nakijken (=tijd verdoen)
- de Paus van dichtbij zien. (=dronken zijn)
- de regen schuwen en in de sloot vallen (=door iets onaangenaams te ontwijken in nog groter problemen komen)
860 betekenissen bevatten `va`
- twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
- draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
- een bodemloos vat zijn (=altijd te weinig van iets zijn of opraken)
- op de magerste paarden bijten de dazen. (=arme mensen hebben vaak pech)
- als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
- van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
- aan het licht brengen (=bekend maken (bijz. van ongunstige dingen))
- aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
- heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
- heeft de duivel `t paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)
- geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
- om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
- met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
- van de sokken gaan/raken/vallen (=bewusteloos vallen)
- buurmans gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
- het is kwaad kammen daar geen haar is. (=bij arme mensen valt niets te halen)
- je kan geen kei het vel afstropen (=bij de arme valt niets te rapen)
- je kan geen kaalkop bij het haar vatten (=bij de arme valt niets te rapen)
- op je laatste benen lopen (=bijna niet meer kunnen van vermoeidheid)
- als Hollands welvaren (=blakend van gezondheid)
- blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
- je kop erbij houden (=blijven opletten, aandacht vasthouden)
- zo rood worden als een kalkoense haan (=bloedrood worden (van schaamte))
- op je poot spelen (=boos uitvallen)
- zin noch wit hebben (=buiten jezelf zijn van woede)
- van de behoudende leer zijn (=conservatief zijn)
- dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
- daar komt de zwarte kat in (=daar komt ruzie van)
- daar kun je donder op zeggen (=daar mag je zeker van zijn)
- dat is algabra voor hem. (=daar snapt hij niets van.)
- dat zal mij een zorg wezen (=daar trek ik me niets van aan)
- daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
- dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
- dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
- die perzik smaakt naar meer (=dat is gunstig - nog van dat!)
- dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
- dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
- dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
- dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
- dat is een aalshuid (=dat is van weinig waarde)
- dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
- dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
- dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
- dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
- daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
- dat is het geheim van de smid. (=dat specifieke kennis die alleen vakmensen kennen)
- de aanval bloedt dood (=de aanval komt geleidelijk uit op een mislukking)
- de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
- de kurk waarop de zaak drijft (=de basis (steun) van het geheel)
50 dialectgezegden bevatten `va`
- fannatikkers (=supportes vâ ploege ouit de réiks van den Aavéidéi) (Dendermonds)
- fret va je gat tis gin vriedag (=geen zin hebben in eten of drinken) (West-Vlaams)
- g'ê keure va kiezn (=aan jou de keuze) (Kaprijks)
- gamèlle (=è stik ouit 't servies van de mennister vâ lantsverdéidegingk) (Dendermonds)
- ge wit nie (mieër) va wa uur of wa paroche da ge zèet (=je bent totaal in de war) (Wichels)
- ge wit va veur'n nie da ge vanachter leeft (=je bent chaotisch bezig) (Wichels)
- ge zoet er de koede kwak van krieg' n, tis vo mieretetjes va te kriegn, Je kriegt d' r ennebubbels van (=je krijgt er kippevel van) (West-Vlaams)
- Ge zut er de wubbe va kreigen (=Ge wordt er helemaal ambetant van) (Bevers)
- Ge zut er de wubbe va kreigen. (=Ge zou er zenuwen van krijgen.) (Bevers)
- Gebauren va krommen aus (=Doen alsof je van niets weet) (Moorsel)
- gedacht: Ei es iet va gedacht (=Hij is wat van plan) (Lebbeeks)
- gedaun: Ik ben d'er va gedaun (=Ik ben erdoor ontroerd) (Lebbeeks)
- gedoan va keske schiet (=slecht gedaan) (Hams)
- gillegans (=vâ vavéire tot vanachter) (Dendermonds)
- hee slaagt noar zien va - he hef't slag van zien vaar. (=hij lijkt op zijn vader) (Twents)
- heej meek t' r è pötje vá (=hij maakte er een rommeltje van) (Horster)
- hei, doa make ze besseme va (=`hei` zeg je niet zomaar tegen iemand) (Sjeeter plat)
- Hij heet er 'n smeet va weg (=Hij gelijkt er grotendeels op) (Bevers)
- Houwt tich voet va advekate e jude. (=Houd je weg van slimme adviseurs) (Nuths)
- i schit i zin broek va schotte (=hij is zeer bang) (kemzekes)
- ie lopt neffen (nessen) zn schoenen va hroe-azigheid (=trots) (Zeeuws)
- ie trok un hezicht va nouwe lappen (=lelijk kijken) (Zeeuws)
- ieveranst de floere kètse va krouegn (=ergens zenuwachtig van worden) (Buggenhouts)
- ik ken oe wè, oe va hef doev' n (=ik ken jou wel, jouw vader heeft duiven) (Vaassens)
- iksel (=ramp ingeval vâ kèrt èireme) (Dendermonds)
- in den taaid van de blieke blaa patate, in den taaid va de cinema stoestil. (=vroeger) (Brussels)
- je heboart va tuutns en va blazn (=hij doet alsof hij van niets weet) (Izegems)
- Je zie va lotje getikt (=Je bent gek) (West-Vlaams)
- kéer mor wérre va wor da ge komt (=maak dat je weg bent) (Oudenhoofs)
- ket va memore zoën / van ntwelven tot n'noen ontaagen (=niet lang kunnen onthouden) (Moorsel)
- keure va kiezn (=groot assortiment) (Kaprijks)
- makrau (=marsjang vâ léiventeg vliës zonder andelsrezjister) (Dendermonds)
- moager en twja gullèk de bokken va Snja (=mager en gezond zijn) (Sint-Niklaas)
- Mouger en toa gelijk de bokken va Snoa (=In goede gezondheid) (Snoas)
- nau bénech va (=de grove middelen gebruiken kan helpen) (Bilzers)
- nen duts va ne mengs (=een arme, simpele mens) (Sint-Niklaas)
- nə nètər ən ánnəkə vâ wèg (=hij is handig, hij kan veel) (Kalforts)
- nie mir weet'n va wa uur of wa paroche da ge zèet (=de draad kwijt zijn) (Wichels)
- Oe is da na toch va gods megelaik? (=hoe is het mogelijk) (Dendermonds)
- okkozje (=attait vâ proffetéire) (Dendermonds)
- pèiresaraup (=is vâ pèire, ni vâ pèirde) (Dendermonds)
- réizendroëgers (='s anderendoëgs vâ Katouit on â déirmè-j-éir kollektebis) (Dendermonds)
- rèzjement (=béiter iën vâ saldoëte as vâ vraas) (Dendermonds)
- santé va me ratje (=amai) (Brugs)
- Schei d'r meej va gedao! (=Hou d'r maar over op) (Horster)
- schuën va veiren, mor veir va schuën (=helemaal niet mooi) (Moes)
- skuën va veiren, moe veir van skuën (=mooi van ver, maar ver van mooi) (Meers)
- spel va mauken (=overschatten, te hoog opnemen) (Wichels)
- tes een speeke uit 't wiel van mij'n velo (=er is en spaak uit het wiel va mijn fiets) (Evergems)
- Tes gen soot va kat'n (=Iets of iemand niet vertrouwen) (Liedekerks)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen