Spreekwoorden met `rd`

Zoek


475 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `rd`

  1. de aardappelen afgieten (=een plasje doen door heren)
  2. de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  3. de baard in de keel hebben (=overgang van kinderstem naar volwassen stem)
  4. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  5. de berg heeft een muis gebaard (=ondanks de grote beloften is er vrijwel niets van terecht gekomen)
  6. de beste paarden staan op stal. (=de leukste meisjes gaan niet uit)
  7. de boel in het honderd sturen (=in de war maken/verstoren)
  8. de boer op de bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. (=je moet niet doen alsof je de beste bent, iemand anders weet ook wel wat)
  9. de bordjes zijn verhangen (=de omstandigheden zijn veranderd)
  10. de breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
  11. de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
  12. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  13. de derde streng houdt de kabel. (=alle goede dingen bestaan in drieën)
  14. de domste boeren hebben de dikste aardappelen (=met geluk komt men vaak verder dan met verstand)
  15. de één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. (=sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
  16. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  17. de ene dienst is de andere waard (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)
  18. de groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=de machtige lui leven op kosten van de gewone man)
  19. de hete aardappel doorspelen (=iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
  20. de kat in de gordijnen jagen (=iemand goed kwaad maken)
  21. de lachende derde (=persoon die buiten een conflict staat, maar profiteert van de uitkomst)
  22. de leer veroordelen maar de leraar sparen (=de wortel van het probleem niet aanpakken)
  23. de lenden omgorden (=je gereedmaken)
  24. de man wel, maar het paard niet (=niet helemaal eerlijk zijn)
  25. de meeste aardappelen al gegeten hebben (=veel meegemaakt hebben, al lang leven)
  26. de mijn is verkeerd gesprongen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
  27. de muts zich verkeerd staan (=een slecht humeur hebben)
  28. de omgekeerde wereld (=het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  29. de oude zuurdesem (=het oude kwaad)
  30. de paarden die de haver verdienen krijgen ze niet (=zij die het goede werk verrichten, krijgen niet altijd de beloning)
  31. de paarden die de haver verdienen, krijgen ze niet. (=verdienste blijft vaak onbeloond)
  32. de pen is machtiger dan het zwaard (=woorden kunnen meer teweeg brengen dan wapens)
  33. de prins op het witte paard (=de man van je dromen)
  34. de slaap der rechtvaardigen slapen (=een schoon geweten hebben)
  35. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  36. de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
  37. de vermoorde onschuld spelen (=net doen alsof je van niets weet)
  38. de vis aardt naar de zee (=je kunt wel zien waar hij vandaan komt)
  39. de vis is de boet niet weerd (=het sop is de kool niet waard)
  40. de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
  41. de wolf/vos ruilt wel van baard maar niet van aard (=het karakter van de mensen verandert nooit)
  42. de woorden uit de mond halen/nemen (=zeggen wat de ander ook net wou zeggen)
  43. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  44. denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=je moet niet te veel denken)
  45. die geboren is om te hangen, zal niet verdrinken. (=je kunt je lot niet ontlopen.)
  46. die haalt de nieuwe aardappelen niet (=iemand die gauw zal gaan sterven)
  47. doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
  48. dood en verderf zaaien (=grote schade of vernietiging veroorzaken.)
  49. door de achterdeur weer binnenkomen (=onverwacht terugkomen op een afgeronde situatie)
  50. door de kajuitsramen aan boord komen (=onmiddellijk bevelhebber worden, zonder eerste ondergeschikte te zijn geweest)

894 betekenissen bevatten `rd`

  1. ouderdom komt met gebreken (=als je ouder wordt ga je van alles mankeren)
  2. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)
  3. een groene Kerstmis een witte Pasen. (=als Kerst warm is wordt Pasen koud)
  4. oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde niet meer)
  5. oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
  6. de appel wegdragen/winnen (=als schoonste erkend worden)
  7. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
  8. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  9. uitdrogen als een Harderwijker (=alsmaar vervelender worden)
  10. zitten alsof men een luis in zijn oor heeft (=alsof hij door zijn geweten beschuldigd wordt)
  11. altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
  12. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  13. of je worst lust! (=antwoord als iemand `Wat?!` zegt)
  14. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  15. ten grave dalen (=begraven worden)
  16. aan elkaar gewaagd zijn (=beiden vrijwel evenwaardig zijn)
  17. iets aan de kaak stellen (=bekend maken wat niet in orde is)
  18. aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
  19. op de bon gaan (=bekeurd worden)
  20. eer is teer (=beledigd worden doet pijn)
  21. heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  22. geen mens is zijn eigen maker. (=beoordeel iemand niet om hun uiterlijk.)
  23. beter blooie Piet dan dooie Piet (=beter een aarzelend iemand dan iemand die ondoordacht handelt)
  24. als jut voor de haakmand staan (=beteuterd, triest)
  25. in de val lopen (=betrapt worden)
  26. tegen de lamp lopen (=betrapt/gesnapt worden)
  27. om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
  28. de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden)
  29. er zijn geen rozen zonder doornen (=bij elk geluk is er ook verdriet)
  30. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  31. op een oor na gevild zijn (=bijna in orde zijn)
  32. in een goed blaadje staan (=bijzonder gewaardeerd worden)
  33. wie de teugel slap laat hangen, kan met een mak paard nog op hol raken. (=blijf altijd aandachtig en geconcentreerd)
  34. blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
  35. op de been blijven (=blijven staan; niet ziek worden; niet verslagen worden)
  36. zo rood worden als een kalkoense haan (=bloedrood worden (van schaamte))
  37. men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  38. de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  39. de gal loopt over (=boos worden)
  40. in de gordijnen klimmen (=boos worden)
  41. je eer verpanden (=borg staan op zijn erewoord)
  42. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  43. door merg en been gaan/dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
  44. men heeft daar latten op het dak (=daar wordt afgeluisterd)
  45. daar zal wat zwaaien (=daar zal een hartig woordje gesproken worden)
  46. dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
  47. die snaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet gesproken worden)
  48. dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  49. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  50. dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen