Spreekwoorden met `kr`

Zoek


244 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kr`

  1. de zak krijgen (=ontslagen worden)
  2. de zwartepiet krijgen (=de schuld krijgen)
  3. door de mazen van het net glippen/kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  4. door het oog van de naald kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  5. dweilen met de kraan open (=geen kans op succes hebben, omdat men de symptomen bestrijdt zonder de oorzaak aan te pakken)
  6. een beurt krijgen (=onderhanden genomen worden)
  7. een blinde schiet soms wel eens een kraai. (=zelfs iemand die niet erg bedreven is heeft soms geluk en doet iets goed)
  8. een bokking krijgen (=een standje krijgen)
  9. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  10. een bril op de neus krijgen (=moeten gehoorzamen aan iemand)
  11. een brok in de keel krijgen (=emotioneel aangedaan zijn)
  12. een gat in het dak krijgen (=niet erg slim zijn)
  13. een goed pad krom loopt niet om. (=je kunt beter geen onnodige veranderingen aanbrengen)
  14. een goede haan kraait nog wel eens weer. (=een goede leider waarschuwt meer dan eens)
  15. een harde noot kraken (=dingen bespreken die moeilijk liggen, een moeilijk karwei doen)
  16. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  17. een katje krijgen (=een uitbrander krijgen)
  18. een klap van de molen gekregen hebben (=niet goed meer bij verstand zijn)
  19. een klap van een lamme aap krijgen (=gekwetst worden)
  20. een korf krijgen (=afgewezen worden)
  21. een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
  22. een krent (=een gierig persoon)
  23. een kring om de zon brengt water in de ton. (=een halo rond de zon voorspelt meestal regen)
  24. een kringetje drinken. (=een borreltje drinken.)
  25. een kronkel in je hersens hebben (=vreemde gedachtes hebben)
  26. een krop in de keel hebben (=emotioneel aangedaan zijn)
  27. een krop opzetten (=een hoge borst opzetten - een fiere houding aannemen)
  28. een kruimeltje is ook brood (=wees gelukkig met wat je hebt)
  29. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  30. een kruiwagen hebben (=geholpen worden)
  31. een krul meer in zijn staart hebben dan een ander (=speciaal willen zijn)
  32. een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beetje aanstellen)
  33. een lelijke noot met iemand te kraken hebben (=met iemand nog iets af te rekenen hebben)
  34. een lintje krijgen (=geridderd worden - een compliment krijgen)
  35. een nieuwe voordeur krijgen (=gezegd bij het bereiken van een tiende levensjaar, dus 10, 20, 30 etc.)
  36. een pluim krijgen of geven (=een compliment krijgen of geven)
  37. een stuip krijgen van het lachen (=schaterlachen)
  38. een stuk in je kraag drinken (=dronken worden)
  39. een stuk in zijn kraag hebben (=dronken zijn)
  40. een varken heeft wel een krul in zijn staart. (=er is altijd iets om trots op te zijn)
  41. een veeg uit de pan krijgen (=een klap incasseren / op zijn donder krijgen / een standje krijgen)
  42. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
  43. een zwarte kat krabt niet (=je moet je niet laten leiden door je angsten)
  44. elk huisje heeft z`n kruisje (=ieder gezin heeft eigen zorgen en problemen)
  45. er de handen voor op elkaar krijgen (=er steun (applaus) voor krijgen)
  46. er een kruisje bij zetten (=er attent op maken)
  47. er een punthoofd van krijgen (=er compleet gek van worden)
  48. er geen hoogte van kunnen krijgen (=iets maar niet kunnen begrijpen)
  49. er geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  50. er is geen kruid tegen gewassen (=er is niets aan te doen)

182 betekenissen bevatten `kr`

  1. een bokking krijgen (=een standje krijgen)
  2. er bekaaid (van) afkomen (=een te lage prijs ervoor krijgen)
  3. een katje krijgen (=een uitbrander krijgen)
  4. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
  5. er wel pap van lusten (=er niet genoeg van kunnen krijgen)
  6. er koksgast van blijven (=er niets van krijgen , er geen vooruitgang mee maken)
  7. er de handen voor op elkaar krijgen (=er steun (applaus) voor krijgen)
  8. zo glad als boter (=erg glad - moeilijk te pakken te krijgen)
  9. er van langs krijgen (=erge straf krijgen, al dan niet met een pak slaag)
  10. hemel en aarde bewegen (=ergens alles aan doen om het gedaan te krijgen (bv van iemand))
  11. de zondebok zijn (=ergens de schuld van krijgen)
  12. genade vinden (=ergens geen straf voor krijgen of iets niet toegerekend worden)
  13. iets hoog opnemen (=ergens zeer gekrenkt over zijn)
  14. aan de latten hangen (=ermee ophouden - bijna bankroet zijn)
  15. de boeken sluiten (=ermee stoppen - bankroet gaan)
  16. bot vangen (=ernaast pakken, het niet krijgen)
  17. iemand iets door de neus boren (=ervoor zorgen dat iemand iets niet krijgt)
  18. een wig drijven tussen twee personen (=ervoor zorgen dat ze ruzie krijgen)
  19. voor elkaar boksen (=gedaan krijgen, in orde maken)
  20. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  21. geld verzoet de arbeid (=geld dat je krijgt maakt het harde vervelende werk weer goed)
  22. gelijke monniken gelijke kappen (=gelijke mensen verdienen/krijgen een gelijke behandeling)
  23. een lintje krijgen (=geridderd worden - een compliment krijgen)
  24. alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
  25. het leeuwendeel van iets krijgen (=het grootste aandeel van iets krijgen)
  26. verkleumen tot op het bot (=het heel koud krijgen)
  27. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  28. vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
  29. er naar kunnen fluiten (=het niet krijgen)
  30. de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
  31. de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
  32. iemand uit de tent lokken (=het voor elkaar krijgen dat iemand ergens een uitspraak over doet)
  33. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
  34. het hooi op de gaffel krijgen (=het wel gedaan krijgen)
  35. er is tuk aan de hengel (=hij heeft beet (krijgt zijn zin))
  36. boontje komt om zijn loontje (=hij krijgt wat hij verdient, de gevolgen zal iemand altijd wel een keer moeten gaan dragen)
  37. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  38. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  39. het gelijk van de vismarkt hebben (=iemand die (altijd) probeert men een grote mond zijn gelijk te krijgen)
  40. ere wie ere toekomt (=iemand die de eer verdient moet die ook krijgen)
  41. hoogmoed komt voor de val (=iemand die erg trots is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende)
  42. wie aan de weg timmert heeft veel bekijks (=iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
  43. wie het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen)
  44. een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  45. iemand te paard helpen (=iemand een goede baan helpen krijgen)
  46. iemands handen zalven (=iemand iets geven in de hoop een gunst te verkrijgen)
  47. iemand aan zijn angel krijgen (=iemand in zijn macht krijgen)
  48. kroes haar kroeze zinnen (=iemand met gekruld haar is wispelturig)
  49. iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
  50. de kleren maken de man (=iemands kleding bepaalt het aanzien dat hij krijgt)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen