Spreekwoorden met `ker`

Zoek


116 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ker`

  1. het komt voor de bakker (=het komt in orde; het wordt geregeld)
  2. het masker afdoen/afleggen/afnemen (=zijn ware gezicht tonen)
  3. het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
  4. hou ouder, hoe gekker. (=ouderen maken zich minder druk om wat anderen van hen denken)
  5. iemand bijspijkeren (=iemand met geld of kennis ondersteunen)
  6. iemand de nek toekeren (=zich minachtend van iemand afwenden)
  7. iemand naar de Mokerhei wensen (=iemand verwensen)
  8. iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
  9. iets aan de knikker zijn (=iets niet in orde of aan de hand zijn)
  10. iets op zijn kerfstok hebben (=verkeerde dingen gedaan hebben)
  11. iets verdonkeremanen (=stelen)
  12. iets voor Jan Joker doen (=moeite doen zonder enig resultaat of waardering)
  13. in de kerk geboren zijn (=de deur open laten staan)
  14. in de kijker lopen (=opvallen)
  15. in geen kerk of kluis komen (=niet godsdienstig zijn)
  16. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  17. in verzekerde bewaring nemen (=opsluiten (in gevangenis))
  18. je anker kappen/lichten (=er met spoed vandoor gaan)
  19. je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
  20. je in je graf omkeren (=zelfs na zijn dood er nog door geschokt zijn)
  21. je kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=eten is gezond, de apotheker bezoek je als je ziek bent.)
  22. je kan er je kont niet keren (=gezegd als het erg druk is)
  23. je kunt van een kale kikker geen veren plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
  24. je rokje omkeren (=lid van een andere (bv politieke) partij worden)
  25. laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  26. lekker is maar één vinger lang (=oppervlakkige genoegens geven ook maar een betrekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)
  27. maak geen slapende honden wakker (=zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken)
  28. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
  29. met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
  30. met hem is het kwaad kersen eten. (=het is beter hem te mijden.)
  31. met hoge heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)
  32. met twee linkerhanden geboren zijn (=erg onhandig zijn)
  33. met zijn talenten woekeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken)
  34. niet om de knikkers, maar om het spel (=het gaat niet om het winnen, maar om het spel)
  35. om de kracht van het anker te voelen moet men de storm trotseren (=pas als men iets ernstig meemaakt, weet men op wie men kan vertrouwen)
  36. ongesuikerd zeggen waar het op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)
  37. op z`n dooie akkertje (=op zijn gemak, heel rustig, heel langzaam)
  38. oude kerken hebben duistere glazen. (=het zicht wordt minder als je ouder wordt)
  39. schoenmaker blijf bij je leest (=hou je niet bezig met dingen waar je niets van weet)
  40. spijkers met koppen slaan (=doortastend optreden)
  41. spijkers op laag water zoeken (=uitermate achterdochtig zijn, onprettige opmerkingen maken over onbelangrijke zaken)
  42. spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten. (=wel van alles willen profiteren, maar er niets voor willen doen.)
  43. sterker dan de dood (=iets onverwoestbaars)
  44. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  45. twee linkerhanden hebben (=onhandig zijn, werk altijd laten mislukken)
  46. uitdrogen als een Harderwijker (=alsmaar vervelender worden)
  47. van een koude kermis thuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
  48. verkeren kunnen (=omstandigheden kunnen snel veranderen)
  49. verkikkerd zijn (=dol zijn op iemand/iets of verliefd zijn op iemand)
  50. vloeken als een bootwerker/kartouw/ketellapper/ketter (=onbeheerst vloeken)

110 betekenissen bevatten `ker`

  1. kleur in je leven krijgen (=het leven wordt leuker)
  2. de duivel schijt altijd op de grootste hoop (=het ongeluk treft meestal degenen die al in moeilijkheden verkeren.)
  3. oude schoenen wegwerpen voor men nieuwe heeft (=het onzekere voor het zekere nemen)
  4. al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
  5. haring of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)
  6. hoe meer zielen, hoe meer vreugd (=hoe meer mensen er bij zijn, hoe leuker dat het is)
  7. oud mal gaat bovenal (=hoe ouder hoe gekker)
  8. tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  9. tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  10. iedere heilige komt zijn kaarsje toe (=iedere medewerker moet delen in de eer)
  11. iemand van zijn stuk brengen (=iemand onzeker maken)
  12. een knoop in zijn zakdoek leggen (=iets doen om ergens zeker aan herinnerd te worden)
  13. alsof er een engeltje over je tong piest (=iets lekker vinden)
  14. menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn.)
  15. in een glazen huis wonen (=iets op zijn kerfstok hebben / geen privéleven hebben)
  16. iets op losse schroeven zetten (=iets wankel en onzeker maken)
  17. in de laagte zijn (=in armoedige toestand verkeren)
  18. geramd zitten (=in een gunstige positie verkeren)
  19. tussen hemel en aarde hangen (=in een lastige situatie verkeren)
  20. zo veeg als een luis op een kam (=in groot gevaar verkerend)
  21. met het mes in de buik zitten (=in grote angst verkeren)
  22. je maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=in moeilijke financiële omstandigheden verkeren waardoor men weinig eten kan kopen.)
  23. in het ongewisse (=in onzekerheid)
  24. de liefde van een man gaat door de maag. (=je kan een man veroveren met goede kookkunst en lekker eten.)
  25. daar kan je gif op innemen (=je mag er zeker van zijn dat het gaat gebeuren)
  26. beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=kiezen voor zekerheid.)
  27. voor de draad ermee (=kom tot de kern van het verhaal.)
  28. quod deus bene vertat (=laat God het ten goede keren)
  29. de darmen zalven. (=lekker eten en drinken.)
  30. zo de heer, zo de knecht (=medewerkers gedragen zich net zoals hun leidinggevende)
  31. zo de abt, zo de monniken (=medewerkers gedragen zich net zoals hun leidinggevende)
  32. een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontspannen)
  33. waar het warm is, is het goed vrijen. (=mensen uit een rijke familie kunnen makkelijker een partner krijgen)
  34. het staal wordt in de wind gehard. (=moeilijkheden en tegenslagen kunnen je sterker maken)
  35. alle vis is geen bakvis (=niet alles is even dienstig (of handelbaar of lekker))
  36. van de regen in de drup (=niet veel opschieten, van moeilijke omstandigheden in nog moeilijkere omstandigheden terecht komen)
  37. nieuw bloed (=nieuwe deelnemers, werkers)
  38. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  39. voor de wind is het goed zeilen (=onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben)
  40. van zijn voetstuk vallen (=ontmaskerd worden - de macht ontnomen worden)
  41. op het hellend vlak (=onzeker)
  42. van zijn stuk raken (=onzeker worden en niet meer weten wat te zeggen)
  43. de gebraden haan uithangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
  44. eerst komt het eten dan de moraal. (=overleven is belangrijker dan het volgen van regels.)
  45. liever te dik in de kist dan een feestje gemist (=plezier hebben is belangrijker dan lang leven)
  46. doen is een ding. (=praten of plannen maken is gemakkelijk gedaan, daadwerkelijk actie ondernemen is veel moeilijker)
  47. een snijder heeft maar een darm. (=spotternij van boeren, die veel meer eten dan de kleermaker.)
  48. veld winnen (=steeds belangrijker worden)
  49. een smulpaap zijn (=van lekker eten houden)
  50. voor de fret zijn (=van lekker eten houden)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen